Opinie

    • Marike Stellinga

Waar blijft het pittige debat over Europa?

Zeg, heren politici en Marianne Thieme, wanneer gaan we een knetterend debat voeren over Europa? Ons is beloofd dat 2017 een bloedstollend spannend jaar voor de Europese Unie wordt. Dat was ongeveer in elke vooruitblik op het jaar te lezen. Niet gek met een Brexit in wording en een Franse presidentsverkiezing waar Marine Le Pen, die uit de euro wil, hoge ogen gooit. Het zou zomaar kunnen dat wij op 8 mei wakker worden in een andere wereld. Als de Fransen eruit willen, dan zal alles in Europa zich herschikken.

Ik weet niet hoe het met uw bloed gesteld is, maar dat van mij is onze eigen verkiezingscampagne nog geen momentje gestold als het om Europa gaat. Dat is toch gek? Of het nou gaat over migranten, werk, economie, soevereiniteit, defensie, Trump, Poetin - Europa heeft er mee te maken. Willen we erin blijven, eruit stappen en als we blijven, wat voor Europa willen we dan? Een interne markt, of meer?

Nou zal een deel van de reden voor de eurolauwheid zijn dat Geert ‘Ik wil uit de EU’ Wilders niet meedoet aan tv-debatten, en dat Mark Rutte zondag voor het eerst aantreedt. Beiden willen nog wel eens een euro-incorrect standpunt in de debat-arena werpen. En Rutte wil nog wel eens iets roepen als „Geen geld meer naar de Grieken.” (Dat gebeurde wel.)

Maar ook onder de partijen die afgelopen zondag bij RTL debatteerden zit euro-venijn. Zo zei Sybrand Buma (CDA) in Het Financieele Dagblad: „Het Europa dat we kenden, werkt niet meer. De koers moet radicaal veranderen.” Dat vinden SP, PvdA, GroenLinks en D66 ook, maar die koers gaat heel verschillende kanten op. GroenLinks en D66 willen meer Europa. De SP wil minder. De PvdA zegt: dit is niet het moment voor veel meer Europa. Toch willen beide partijen dat Europa meer doet voor de werkgelegenheid, iets wat VVD en CDA niet willen. Interessant toch?

Wat mij opvalt aan hoe we praten over Europa: de paniekerige hitte die vier jaar geleden ten tijde van de campagne om elk gesprek over de euro hing, is verdwenen. Toen was het: ssst, pas op, straks komt er opnieuw een vreselijke financiële crisis! Nu is het: ‘Ja de eurozone kan scheuren, niet fijn, niet wat we willen, maar daar gaan we niet aan ten onder.’ Niet alleen onder politici. Grote Europese banken bereiden zich voor op een scheuring, schreef de Financial Times eind januari. ING-baas Ralph Hamers vertelde aan de krant dat ING zijn leningen en spaargelden per euroland gelijk trekt, om te voorkomen dat de bank grote risico’s loopt bij een breuk.

De SP en de Partij voor de Dieren schrijven het heel droog in hun verkiezingsprogramma op: de regering moet zich voorbereiden op een opsplitsing van de eurozone. Niet dat ze het willen, maar je kan maar beter realistisch zijn. De ChristenUnie wil de euro opgeven als dat nodig is om de Unie te redden. De SGP wil de euro splitsen. 50Plus kiest voor een sterke euro, desnoods met minder landen.

Je hoort het ook buiten Nederland: de Duitse vice-kanselier Sigmar Gabriel zei begin dit jaar: opbreken is niet ondenkbaar. We hebben inmiddels zelfs een voorzitter van de Europese Commissie die deze week zegt: hier heeft u de scenario’s voor de toekomst van de EU: meer, minder, en veel minder, kiest u maar. Jean-Claude Juncker, de favoriete krabpaal van elke EU-hater!

We kunnen het nu dus echt over de inhoud hebben zonder elkaar om de oren te slaan met doembeelden van een economische afgrond. Wat voor Europa willen wij? In het Carrédebat zondag is een van de stellingen voor VVD, CDA, D66 en SP: ‘Een sterkere EU is meer dan ooit noodzakelijk’. Nou, heren politici en Marianne Thieme, ik zit er helemaal, met stollend bloed en al, klaar voor!

    • Marike Stellinga