Ruimtekoning in zijn klasse

Hyundai moet vechten voor erkenning. Die verdient het Koreaanse merk voor de i30, vindt .

In de nieuwe Hyundai kun je swipen door je hand heen en weer te zwiepen voor het multimediascherm. (Deze foto is gemaakt bij Pruininger in Den Haag)Foto Peter de Krom

Daar is weer een Koreaanse Golf, de nieuwe Hyundai i30. Je zou het van de daken willen schreeuwen: vrienden, laat VW en leg je toe op goedkope kleintjes. Zijn jullie goed in en ze scoren bij de hardwerkende burgers. Die moeten rekenen en rekenaars komen vanzelf bij mini-Koreanen uit; de slimme Hyundai i10 is ruimtekoning in zijn klasse.

Maar iedereen wil een A-merk worden. Je hebt Chinese smartphonefabrikanten die de iPhone op de korrel nemen, helden. Van iconen win je alleen met een heel lange adem. Eerst twintig jaar met degelijke doorsneewaar je marktpositie uitbouwen, dan alles uit de kast halen voor de disruptieve premium-verrassing die geen trendwatcher zag komen. Zo kon Toyota met het topmerk Lexus de elite opnaaien, zo steeg Samsung stapsgewijs boven het Apple-maaiveld uit.

Knap. Nadat de innovatiebeker is veroverd wacht namelijk het sisyfusgevecht tegen de onaantastbare gezagsverhoudingen. Het lijkt automerken van reputatie niet te schaden dat ze in betrouwbaarheidsstatistieken worden afgetroefd door ploeterende Aziaten of, wat vaak gebeurt, door Lexus. Imago is een monster. Zo houdt de niet foutloze Golf zijn AAA-status. Weliswaar wordt naarstig aan de poten van zijn stoel gezaagd, zoals boze tongen beweren dat Apple de weg kwijt is sinds de dood van Steve Jobs, maar je ziet geen barsten in zijn patina.

Ondanks de dieselblunder blijft VW soepel aan de bal met moderne downsizemotoren en strak industrieel design. De afwerking is top en het succesrecept wordt geraffineerd gekruid met gadgets. De gefacelifte Golf VII heeft bijvoorbeeld gebarensturing. Je kunt swipen door je hand voor het multimediascherm heen en weer te zwiepen, supertof. Dat geeft productbinding, dat onbetaalbare gevoel van exclusiviteit. VW heeft het geld om het te maken en de goodwill er de klanten voor te laten bloeden, dus het mag wat kosten.

Hartverscheurend

Hyundai moet op Golf-domein voor acceptatie vechten. Zichtbaarste symptoom is het krampachtige design, dat op de tenen hip doet met een overmaatse zeshoekige grille, het nieuwe merkgezicht. Curieus dat het merk, dat nota bene een Duitse ontwerpchef aantrok, niet in het reine komt met de door Apple gedresseerde smaakmaatstaven; de i30 is net zo’n oudemensenauto als zijn voorganger. Onlogisch is het niet. Waar elke Golf het natuurlijke vervolg is op de vorige, moet Hyundai steeds opnieuw het wiel uitvinden. Het heeft geen profiel.

Ook technisch liep Hyundai achter. De kleine turbomotoren bleven uit, de dashboards waren Samsung voor de grote sprong voorwaarts, knullig net-niet, de rijeigenschappen redelijk maar nooit briljant. De grootste troef, de prijs, bleef effectief zolang het voordeel zo substantieel was dat de rekenaar zijn Golf-droom opgaf. Het is hartverscheurend dat overal fabrikanten aan zo’n auto werken, dromend van de dag dat ze de Golf verslaan, terwijl dat ondenkbaar is. Dan wordt hij net zo duur.

Toch kruipt de i30 weer wat dichter naar het grote voorbeeld toe. Hij beheerst standaard of tegen bescheiden toeslagen haast alle technokunstjes van de Golf; automatisch noodremmen, telefoons draadloos opladen, de bestuurder op vermoeidheid attenderen. De i30 heeft nu net als alle Echte Merken een driecilinder turbo met vijf rebelse pk’s meer dan het Golf-equivalent.

Nu diesels door het wegvallen van hun bijtellingvoordeel uit de gratie zijn, zal zuinig Nederland voor die benzineversie kiezen. Dat wordt minimaal de i-Motion, de op een na karigste i30 voor 22 mille inclusief airco, spotgoedkoop. Een vergelijkbare Golf kost bijna 25.000 euro. Het verschil is groot genoeg voor een compleet verzorgde zonvakantie naar Turkije.

Mij rest de taak het waarom niet-gevoel de laatste zet te geven. Dit is, zoals Hyundai zegt, een auto voor iedereen, braaf in de pas. Al heeft hij het juiste stijlgemiddelde weer niet te pakken. Ik weet wat Golf-rijders gaan papagaaien. Kijk die materialen nou, dat suffe plastic overal, die kinderlijke graphics op dat uitgezakte scherm in iPad-stijl.

Kom, pietlutten, horen jullie dan iets rammelen? Hooguit is hij wat hangerig in bochten en moet je stevig schakelen om het bij lage toerentallen wat caloriearme motortje aan de praat te houden. De i30 is een voortreffelijke, ruime auto, een gewone Golf is tenslotte ook geen GTI.

Ik praat vast tegen dovemansoren. Het doet er niet toe hoe goed hij is, hij past niet in het Golf-frame. Vooralsnog wachten we af wie in de pech-statistieken van 2020 beter scoort, de Golf of deze. Als het iemand iets uitmaakt.