Nederlandse vissers vrezen verbanning uit Britse wateren

Brexit

Geen sector is zo bezorgd over de Britse EU-uittreding als de visserij. Als de Britse visgronden wegvallen blijft er weinig Noordzee over.

Vissers voerden vorig jaar actie in Rotterdam tegen de aanlandplicht. Foto ANP / Bart Maat

De bezorgdheid is goed te voelen, vrijdagmiddag in de kantine van de visafslag van Scheveningen. In de zaal staat een grote bar met flessen drank, maar die blijven onaangeroerd. De discobal aan het plafond maakt de sfeer niet vrolijker. In de zaal zijn zo’n veertig vissers bijeen om te praten over een thema dat ze hard kan gaan raken: de Brexit.

Geen sector is in Nederland zo bevreesd voor de geplande Britse EU-uittreding als de visserij. „Desastreus” noemt Jacob van den Berg (56) de Brexit. Hij is mede-eigenaar van rederij Jacobus, een Nederlands familiebedrijf dat onder Belgische vlag vaart. Zelf vaart hij niet meer, zijn broer en zijn twee zonen wel. „Mijn jongens vissen grotendeels in Engelse wateren”, zegt Van den Berg. In de zomer vangen ze schol in de Noordzee, ’s winters onder meer makreel en rode poon in het Kanaal.

Dat kan afgelopen zijn als de Britten de EU verlaten. Vissers uit Nederland en andere EU-landen mogen nu nog tot 12 mijl (22 kilometer) voor de Britse kust actief zijn, in sommige gevallen mogen ze dichterbij komen. Maar Britse visserijorganisaties en pro-Brexit-politici willen, als de ketenen van Brussel zijn afgeschud, vissers uit de EU weren uit een zone tot 200 mijl (370 kilometer). Dit is het gebied dat landen op grond van het zeerecht mogen claimen.

Dat betekent dat de relatief smalle Noordzee en het nog smallere Kanaal dan „door midden worden gesneden”, waarbij de Britten zich het westelijke stuk toeëigenen, houdt Peter van Dalen, europarlementariër voor de ChristenUnie en organisator van de bijeenkomst, de vissers voor.

‘Enorme oplawaai’

En dat, zegt Van Dalen, kan een „enorme oplawaai” betekenen voor de Nederlandse vissers. Zij vangen nu 60 procent van hun vis in Britse wateren. Dat is goed voor bijna 40 procent van hun omzet, zegt Gerard van Balsfoort, voorzitter van een organisatie van grote Europese visserijbedrijven. Nederland is van de landen rondom de Noordzee het meest afhankelijk van toegang tot Britse visgronden. Omgekeerd halen de Britten maar 27 procent van hun vis uit EU-wateren, goed voor 20 procent van hun omzet. „Wij zijn afhankelijker van hen dan zij van ons”, is het kille oordeel van Van Balsfoort.

Niet alle Nederlandse vissers steken de Noordzee over. Maar ook zij die dichter bij huis blijven, vrezen de Brexit. Vooraan in de kantine zitten William Bosland (34) en Gerard Tanis (38). Ze werken op een kotter van rederij Jaczon in Scheveningen. Elke zondag, vlak na middernacht, varen ze uit om op tong en schol te vissen, vrijdagochtend zijn ze weer terug. Bosland: „Wij vissen voor de Nederlandse en Belgische kust. Maar als alle Nederlandse vissers, die nu nog in Brits gebied zitten, daar opeens óók terecht moeten?”. Tanis: „Als het slecht uitpakt met die Brexit, kan het voor ons écht heel erg misgaan”.

Er zijn ook andere geluiden te horen. Jaap Tanis (58), eigenaar van twee schepen in Ouddorp, haalt 70 tot 80 procent van zijn omzet in Britse wateren. „We hebben ons vaak aangepast en zullen dat opnieuw moeten doen.” Maar ook hij is er niet gerust op. „De spoeling wordt dan wel dun als we daar weg moeten.”

De vissers klagen over ‘Europa’, onder meer over de in EU-verband aangenomen aanlandplicht die vissers verbiedt om bijvangst terug te gooien in zee. Volstrekt onwerkbaar, zo klinkt het in Scheveningen.

Maar een EU die uit elkaar valt is evenmin een aantrekkelijk perspectief. De Europese markt is sterk geïntegreerd. Veel Nederlandse bedrijven hebben schepen varen onder Belgische, of Duitse vlag om onder de quota van die landen te kunnen vangen.

Nederlandse schepen die onder Britse vlag varen zijn er ook. Zijn die veilig na de Brexit? Dat is niet zeker. Want hoe lang mag varen onder Britse vlag nog voor buitenlanders in een land waar de stemming steeds nationalistischer wordt? Andries de Boer, eigenaar van Rederij L. de Boer en zoon uit Urk, heeft alleen schepen onder Britse vlag varen. Hij draait zelfs mee in Britse visserijorganisaties. Maar de sfeer is aan de overkant van het Kanaal in korte tijd verslechterd. „We waren vrienden, collega’s. maar het is niet meer zoals het was. Er waait een andere wind.”

Een breed gedeelde conclusie in de viskantine: of we nou onder Nederlandse, Britse of andere vlag varen, we moeten ons niet door de Britten uit elkaar laten spelen. En de belangrijkste boodschap aan de politiek: visserij moet hóóg op de lijst bij de onderhandelingen over Brexit.

    • Mark Beunderman