Opinie

    • Hugo Camps

Minister

Clarence Seedorf zat in zijn eeuwige wijsheid aan tafel bij Pauw & Jinek, naast Lodewijk Asscher en tegenover Sybrand Buma. Zoals steeds piekfijn uitgedost, geassorteerd tot in het knoopsgat. Een meneertje. Ik verwachtte dat hij de discussie zou optillen tot de hoogte van Nietzsche of Schopenhauer of toch van een exotische rapper uit Alaska. Clarence leeft al jaren in hogere sferen en zo praat hij ook. Hem hoor je niet over de prijs van een halfje volkoren. Of over auto’s.

De ex-voetballer met een schitterende carrière was niet erg aanwezig in het debat. De zinnen hobbelden als een gebroken flou artistique over tafel. Lachen deed hij ook weinig.

Concreter was zijn betoogje over sport als verbindingsmodel voor mensen. Op sportvelden worden racisme en religie overstegen door een gezamenlijke passie. Daar kon de politiek lering uit trekken, poneerde hij half professoraal, half gemoedelijk. Nee, Donald Trump was geen voorbeeld voor de beschaving.

Van bij zijn entree in het eerste van Ajax, op zeer jonge leeftijd, ligt over Seedorf een aura van leermeesterschap. Zijn blik reikt verder dan de kruising en in het psychologiseren van slachtoffers en verstotenen laat hij een groot hart zien. Ook nu leek hij niet te begrijpen waarom de politiek niet resoluut kiest voor samenwerking in plaats van voor polarisatie. Clarence miste teamspirit, zei hij. Ook daarom was de politiek geen spek voor zijn bek. En: „Ik ben al twintig jaar uit Nederland weg.”

Voetballers, wielrenners en atleten zijn rechts. Piet Keizer zei me eens op een avond in Sicilië tijdens de Mundial dat hij zowat de enige Ajacied was geweest die koersvast op de PvdA stemde. Er zijn voetballers die rigoureus in God geloven, maar denkend aan hun inkomen stemmen ze VVD. Het huwelijk tussen sport en politiek kent alleen de logica van wederzijds opportunisme. Het heeft weinig liefdevolle substantie.

Gespeeld respect.

Op de tv-avond van Seedorf kwam Michael van Praag onverwacht uit de kast. Hij presenteerde zich als kandidaat-minister van Sport. Veel meer dan een opstoot van ijdelheid kan het niet zijn. Van Praag staat niet bekend als gedegen beleidsmaker of visionair. Zijn geloofsbrieven als bindende kracht zijn schraal. Maatschappelijk profiel: nihil. Op wat cabaret en jazz na.

De KNVB is een puinhoop, wat niet wijst op solide leiderschap. En in het internationale voetbal is hij vooral loopjongen van Sepp Blatter en Michel Platini geweest. Zijn poging om door te stoten naar het voorzitterschap van de UEFA mislukte smadelijk. Het ontbreekt de KNVB-preses aan een levendig platform, nationaal en internationaal. En hoewel je dat niet hardop mag zeggen: Ajax is Nederland niet.

Iedere minister van Sport eindigt in een leugen. Er is niet eens een fatsoenlijk budget om beleid te maken. Drie borreluurtjes voor gevierde sporters en het geld is op. Een minister van Sport heeft pas zin als hij of zij iets meer mag zijn dan bloempot. De culturele dynamiek die losbarstte onder Jack Lang, zoiets moet het zijn. Maar Nederland heeft geen Jack Lang, niet voor cultuur en niet voor sport. Michael van Praag minister van Sport zou in het beste geval een masseur van oud zeer zijn. En zelfs dat doet die andere Ajacied, Willeke Alberti, beter.

    • Hugo Camps