Column

Internet der dingen keert zich tegen ons

In de Chinese provincie Xinjang worden alle motorvoertuigen verplicht op het landelijke satelliet-navigatiesysteem aangesloten, las ik vorige week. Voertuigen zijn namelijk ‘middelen van transport van terroristen en wapens’ – en als je nu alle auto’s tegelijk volgt dan heb je ze automatisch te pakken, is het idee.

Goed plan! Maar waarom pas nu? Tegen het afluisteren en bewaren van ál het dataverkeer zien overheden elders al lang niet meer op, zo weten we dankzij Snowden over de Amerikaanse NSA. Dus dan zijn auto’s en hun data de volgende logische stap. Het ‘internet der dingen’ keert zich tegen de burger: tanken zónder verplichte GPS zal in Xinjang niet meer kunnen, is de bedoeling. Dat wordt dus weer fietsen voor terroristen, wat dan automatisch vanzelf verdacht wordt.

Vergeleken met Xinjang is het ideetje van de Nationale Politie om alle auto’s in Nederland met een alcoholslot en een snelheidsbegrenzer uit te rusten peanuts. Dit beperkt zich vooralsnog tot het technisch onmogelijk maken van bepaalde verkeersmisdrijven, offline, in individuele auto’s. Preventie dus, waar je moeilijk tegen kan zijn.

Of toch? De VVD bleek in ieder geval niet voor. Kennelijk heeft ‘normaal.doen’ toch een grens. Althans, de vrijheid om extra gas te geven is de VVD ook wat waard.

Je kunt in ieder geval wachten op nieuwe sjoemelsoftware voor auto’s – met gehackte begrenzers en gedempte startonderbrekers. Totdat een politieman verzint dat die software toch écht het best online beheerd kan worden, gezien de handhavingsproblemen. Wat dan ieder kwartaal vast deze mededeling op uw dashboard tot gevolg heeft: ‘Een ogenblik geduld. Uw auto wordt gereset door de Rijksdienst voor het Wegverkeer’. Hopelijk valt dat moment samen met de invoering van de ‘zelfrijdende’ auto, zodat iedere illusie van ‘vrijheid’ en ‘blij dat ik rij’ in één keer kan worden gesmoord. Waarna automatisch de vraag is of van zelfrijdende auto’s nog ‘anoniem’ gebruik gemaakt kan worden. We rommelen onszelf automatisch de volledig transparante samenleving in, waarin iedere burger steeds uitgelezen kan worden. Privacy wordt net zoiets als porno – juridisch steeds moeilijker te definiëren maar een inbreuk erop herken je meteen, net als bij porno.

Deze week tien jaar geleden publiceerde de Amerikaanse hoogleraar privacyrecht Daniel Solove, van George Washington University Law School zijn essay ‘Ik heb niks te verbergen en Andere Misverstanden over Privacy’. Het werd sindsdien een half miljoen keer geraadpleegd. ‘Ik heb niks te verbergen’ kwalificeerde Solove als een ‘frame’ waarin privacy ten onrechte wordt vereenzelvigd met de behoefte aan geheimzinnigheid van bedenkelijke types die ruimte voor illegale of immorele zaken willen houden. Hij ziet privacy als een paraplubegrip dat de gehele verhouding tussen burger en staat omvat. En dat niet zozeer de metafoor van George Orwells surveillance-staat belangrijk is, maar dat we vooral op de bureaucratische staat uit Kafka’s roman Het Proces moeten gaan letten. De alwetende staat die beslissingen neemt over burgers op basis van informatie waar de burger geen grip op heeft. Niet meer over hoe en waar het verzameld wordt, hoe lang het wordt bewaard, waarvoor het wordt benut en welke conclusies er uit worden getrokken. Zoals de Hoge Raad bijvoorbeeld vorige week deed toen het de Belastingdienst op de vingers tikte. De hoogste rechter keurde het gebruik van de kentekencamera’s van de politie af, bij de fiscale controle van de rittenadministratie van burgers die privégebruik van hun lease auto willen aantonen. De overheid „verzamelt, legt vast, bewerkt en bewaart jarenlang” dergelijke gegevens. En kan daarmee precies achterhalen hoe en waar een bepaalde persoon zich heeft verplaatst. Zoiets is een inbreuk op de privacy – en daar is apart wettelijke toestemming voor nodig. En zolang die er niet is, mag het niet, aldus de Hoge Raad. Driewerf hoera – en nu nog zo’n wet zien tegen te houden. Xinjang, here we come.