In verblindende stormen over bevroren toendra’s en rivieren

Iditarod

In Alaska begint de jaarlijkse sleehondenrace over 1.600 kilometer door het ruige, verlaten binnenland. Een keiharde competitie.

Dallas Seavey tijdens de Iditarod van 2015. AFP

Met zestien sleehonden staat Hans Gatt zo goed als klaar in Anchorage, de grootste stad van Alaska, voor een overweldigende race door de uitgestrekte, ijzige wildernis van de staat. De 58-jarige Canadees, een veteraan van een van de meest extreme sportevenementen op aarde, doet dit jaar voor de vijftiende keer een gooi naar de overwinning bij de legendarische sleehondenrace langs het Iditarod-pad, kortweg de ‘Iditarod’.

De tocht die Gatt te wachten staat is niet voor watjes: een koortsachtige race per hondenslee van meer dan een week lang naar het afgelegen kustplaatsje Nome, langs een eenzame route van ongeveer duizend mijl (1.600 kilometer), door besneeuwde bossen en over bevroren toendra’s en rivieren, bij temperaturen van tientallen graden onder nul, tegen een ijzige wind en met risico op verblindende stormen, veelal middenin de donkere winternacht. Maar Gatt blijft er laconiek onder.

„Het wordt een hele andere race dit jaar,” zegt Gatt, die als tweede en derde maar nooit als eerste is geëindigd bij de belangrijkste sleehondenrace ter wereld. Want klimaatverandering is ook in Alaska merkbaar: wegens gebrek aan sneeuw in de zuidelijke gebergten van de staat is het beginpunt van de route dit jaar voor de tweede keer verplaatst naar het noordelijker gelegen Fairbanks. Na een ceremoniële start in Anchorage, traditiegetrouw op de eerste zaterdag van maart, gaan de ongeveer zeventig deelnemers en hun honderden sleehonden daar dit weekeinde per auto naartoe, een rit van ruim zes uur, voor de echte start op maandag.

De alternatieve route is een parcours over bevroren rivieren naar de baaien aan de westkust, blootgesteld aan de onverbiddelijke elementen van Alaska. Via het verlaten binnenland loopt het over de rivier de Yukon door de Nulato-heuvels aan de kust naar het zee-ijs van Norton Sound. „Ik verwacht veel koud weer”, zegt Gatt telefonisch vanuit Anchorage. „We hebben dit ook in 2015 gedaan en toen vroor het bijna de hele tocht 30 tot 40 graden. Je bent alleen met je honden in het enorme landschap, en het weer kan van alles op je afvuren.”

Pakketten met voedsel

Gatt, een ervaren fokker van sleehonden ofwel ‘musher’ uit het Yukon-gebied, heeft de nodige voorbereidingen getroffen: hij heeft geavanceerde winterkleding bij zich, kampeeruitrustingen en proviand. Voor de honden zijn er laarsjes om hun poten te beschermen tegen bevriezing. Ook heeft hij, net als alle deelnemers, pakketten met voedsel voor zichzelf en de honden samengesteld, die door de organisatie per vliegtuig naar de 16 pitstops langs de route zijn gebracht – gehuchten die niet per auto zijn te bereiken. Die pikt hij onderweg op.

Sinds september traint Gatt ruim twintig van zijn honden voor de uitputtende megamarathon. Pas in de afgelopen week maakte hij de definitieve selectie van de zestien die gaan racen. Er zitten een paar uitstekende leiders bij, zegt hij. „Het zijn enorm slimme honden”, aldus Gatt. „Ze willen alleen maar trekken. Zodra je hun harnas omdoet, gaan ze helemaal los. Als er iets mis is met het pad, weten ze altijd de juiste weg te vinden. Ze staan echt met je in verbinding en luisteren uitstekend naar wat je zegt.”

Zakken met voedsel voor deelnemers, bij Unalakleet. Foto NYT

Supersterren in Alaska

In Alaska is de Iditarod een big deal. Deelnemers zijn in de hele staat bekend, kampioenen zijn er supersterren. Zo kent iedereen de Seavey’s: grootvader Dan, een van de initiatiefnemers van de eerste Iditarod in 1973, zijn zoon Mitch, een tweevoudig winnaar die dit jaar een derde zege hoopt binnen te slepen, en kleinzoon Dallas, de 30-jarige titelhouder, een supersporter die de afgelopen drie edities won en een van de favorieten is voor dit jaar. Vader en zoon gaan tot het uiterste bij een onderlinge strijd om de titel – in welke andere sport komt dat voor?

Ook oud-kampioen Lance Mackey is een beroemdheid in Alaska. Mackey, een 46-jarige musher uit Fairbanks die keelkanker overwon en daarna vier maal als winnaar over de eindstreep kwam bij de Iditarod, omschrijft de jaarlijkse race als „de Super Bowl van sleehondenraces”. Als enige musher die de Iditarod en de Yukon Quest, een andere grote sleehondenrace, in hetzelfde jaar won, is Mackey een rauwdouwer van een rolmodel met sponsors als Canada Goose, de producent van hippe, dikke winterjassen.

„De Iditarod is meer dan een race, het is een persoonlijke uitdaging”, zegt hij. „Weinig mensen maken dit mee in hun leven. Als je deze tocht volbrengt, kun je alles bereiken.” Dit jaar heeft Mackey zich echter moeten terugtrekken om gezondheidsredenen. Hij heeft problemen met zijn bloedcirculatie. Hij is een vinger kwijt, en de vingertoppen van drie andere. Dat heeft volgens hem te maken met zijn deelname aan de Iditarod.

„Ik heb mijn lijf door de jaren heen opgeofferd om te kunnen doen waar ik van hou.”

Bekijk hieronder de ceremoniële start van Iditarod 2017:

Begeerde vijfde overwinning

Het zit Mackey dwars dat hij dit jaar verstek moet laten gaan. Hoewel sommige van zijn honden meedoen, bij het team van zijn jongere broer Jason, wil hij eigenlijk niets liever dan zelf meedingen naar een begeerde vijfde zege – iets dat maar één musher ooit is gelukt: Rick Swenson won vijf maal tussen 1977 en 1991. Drie andere viervoudige kampioenen gaan dit jaar voor een vijfde overwinning, onder wie titelhouder Dallas Seavey.

In de afgelopen decennia is het steeds moeilijker geworden om te winnen wegens professionalisering van de race, legt Mackey uit. Hoewel onder de deelnemers avonturiers zijn, maken professionele hondenfokkers de meeste kans om de hoofdprijs van 70.000 dollar binnen te slepen. De meeste van hen hebben kennels en werken als outfitters voor sleehondentochten. Bovendien is de tijd dat deelnemers onderweg gezamenlijke kampvuren opzetten al lang voorbij: mede wegens geavanceerde sleeën, een veel beter onderhouden pad, verbeteringen in het hondenvoedsel en het oplopende prijzengeld is de Iditarod een evenement geworden met moordende concurrentie.

Er is geen ruimte om fouten te maken.

Marcelle Fressineau arriveert bij een controlepost in Ruby. Foto Redux

Verhalen rond een kampvuur

„In de tijd van mijn vader zaten ze ’s avonds rond het kampvuur verhalen te vertellen”, aldus Mackey. „Nu heeft iedereen een geheim dieet voor de honden, een geheime manier van trainen, enzovoorts. En we gaan zeker niet bij elkaar zitten om iedereen daarover te vertellen.”

Rustperiodes zijn in plaats daarvan korte pitstops van een uur of zes, veelal kampeerstops langs het pad. Er zijn twee verplichte rustperiodes van 8 uur elk, en een rust van 24 uur die de deelnemers op de plek en het moment van hun keuze kunnen nemen. Een groot deel van de strategie gaat in het bepalen van waar wordt gerust, en voor hoe lang. „De competitie is zo sterk, en de deelnemers zijn zo gemotiveerd, dat als je vijf minuten te lang blijft slapen, je tien plekken kunt terugvallen”, zegt Mackey. „Eén verkeerde wending en je ligt zo achterop.”

De tijd waarin de barre tocht wordt afgelegd is sinds 1973 dan ook drastisch teruggedrongen, van twintig dagen tot ruim acht. Het record staat op naam van Dallas Seavey: hij deed er vorig jaar 8 dagen, 11 uur, 20 minuten en 16 seconden over.

Bij de pitstops staan dierenartsen klaar om de honden te inspecteren. De honden kunnen last krijgen van bevriezing, kneuzingen of verrekte spieren, of diarree als ze grondwater drinken. Dierenbeschermingsorganisaties als PETA hebben kritiek op de Iditarod, die volgens hen een vorm van dierenmishandeling is. Volgens de mushers worden de honden juist in de watten gelegd om goed te kunnen presteren. Bij de pitstops kunnen honden met problemen worden achtergelaten. Deelnemers krijgen deze ‘gedropte honden’ aan het einde van de race terug.

Voor Mackey heeft de Iditarod mythische proporties, zowel lichamelijke als psychologisch. „Als je erop uit bent in het midden van het grote niets, dan zijn er momenten van hoge pieken en diepe dalen”, vertelt hij.

„Als het min 40 is en je zit middenin een zware storm, dan ga je je afvragen: waarom ben ik hier, waar ben ik mee bezig? Je begint te twijfelen aan je mentale gezondheid, en aan de keuzes die je hebt gemaakt. Je kunt het ene moment gelukkig zijn, het volgende huilen.”

Hoe je daarmee omgaat, bepaalt de uitkomst van je race, zegt hij. „Je hebt geen tijd om in die dalen te blijven zitten. Je moet gefocust blijven op je honden en goed voor hen zorgen, en denken aan je volgende stap en hoe je een ander voorblijft die sneller zou kunnen zijn. Er is geen ruimte om fouten te maken.”

    • Frank Kuin