Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Hoe de Haagse binnenwereld praat over de vreemdste campagne ooit

Deze week: verslag uit de binnenwereld van de campagne.

Ofwel: waarom lijsttrekkers vrezen voor een ellenlange, ellendige formatie.

Campagnes kunnen wreed zijn. De meeste partijen breken er zich een jaar voor het begin al het hoofd over: politiek als reclame, reclame als politiek. Maar één verspreking, één onthulling – en al het tactische getob is zinloos geweest.

Over de ideeën achter campagneplannen hoeven we geen illusies meer te hebben.

Zelfs binnen Denk, naar bekend niet de grootste partij, circuleerden al vanaf vorig voorjaar notities om de eigen politici in de markt te zetten – als imago.

Partijleider Tunahan Kuzu zouden ze „neerzetten als boodschaper/visionair”, aldus ‘Campagneplan DENK (1e opzet)’. Hij diende zich afwisselend te kleden in pak („formele leider”) en casual („net als de ‘gewone man’”).

Zo moest Kuzu worden: „Charismatisch. Erudiet. Moderne moslim. Ontwapenend.” In de fase „na de zomer” zouden ze hem dan „nadrukkelijker neerzetten als onbetwiste leider van ‘gekleurd Nederland’.” Ofwel: „Inspirator.”

Met partijvoorzitter Selcuk Öztürk waren de plannen bescheidener. Voor hem prefereerden ze een „imago van vaderfiguur” of „oom” - een „family-man”. Want „bij de Beweging Denk zijn we verbonden met elkaar”. Vandaar: „Baard laten staan”.

In een eerdere notitie stelden ze zich binnen de partij de vraag, ook erg inzichtelijk, welk type charisma Kuzu het beste zou passen. „Slecht voorbeeld: Bos, Roemer en Wilders”, stond er.

Maar ook – de premier zal ervan opkijken: „Goed voorbeeld: Obama en Rutte.”

Rond Rutte zelf begonnen ze vorig jaar zomer in de VVD al te praten over de nu lopende campagne. Ergens in juni hoorde ik in zijn partij voor het eerst dat ze speelden met het idee van een tweestrijd met Wilders.

Het leek me een even gewaagd als slim idee – onderliggende vraag: zijn wij het land van Rutte of Wilders?

Je creëert er de tweestrijd mee waarop campagnes hier gewoonlijk uitdraaien. En aangezien de VVD en het CDA er niets voor voelden nog eens met de PVV te regeren, was het een risicoloze tactiek: Wilders’ zetelwinst zou hem nooit dichter bij het Torentje brengen.

Maar nu zijn we anderhalve week voor de verkiezingen, en van het hele plan is nog niets terechtgekomen.

Even leek het erop dat VVD en PVV inderdaad een bondje hadden, toen zij een week of vier terug nagenoeg gelijktijdig afzegden voor het RTL-premiersdebat.

Sindsdien beleven we, je merkt het ook aan hoofdrolspelers, de vreemdste campagne ooit.

Hier en daar een gewaagde uitspraak. Soms een botsing. Verder: niets. De peilingen bewegen al weken amper.

Je verwacht strijd en meeslependheid, je krijgt catenaccio – en soms een afstandsschot.

Nu kun je denken: wat maakt het uit, we gaan 15 maart gewoon stemmen, we zien wel. Welnu: het maakt enorm uit.

Als de peilingen niet substantieel gaan bewegen, als lijsttrekkers ook de komende twee debatten (zondag: Carré; dinsdag: Jeugdjournaal) op de eigen helft blijven hangen, creëren we als kiezers een partijpolitiek landschap waar amper een regering uit te vormen is.

Dit is geen probleempje. Dit is een potentieel drama.

Lees ook: De Haagse Stemming: Vreemde campagne die onmogelijke formatie voorspelt

Het begint bij de grootste surprise van deze campagne: het strategisch vernuft van Wilders lijkt zoek. Opiniepeilers wisten heel snel dat zijn verspreiding van een gephotoshopte Pechtold, vier weken terug, uitzonderlijk slecht viel onder PVV-kiezers.

Toch ging hij ermee door – en de PVV begon te dalen.

Zijn afzegging van het premiersdebat, daarna, leek nog rationeel, gezien het veronderstelde bondje met Rutte. Maar toen RTL vervolgens een vervanger van het premiersdebat organiseerde, met de nummers drie tot en met zeven, boden talrijke programma’s alsnog een tweedebat tussen Rutte en Wilders aan.

Rutte wilde dolgraag: Wilders weigerde ze allemaal, tot ieders stomme verbazing. In Den Haag hoorde je: die lijdt aan Trump-paniek.

Vervolgens kreeg hij vorig weekeinde de slechtste van twee kwaden: hij blunderde (Fortuyn zou vermoord zijn door een moslim-radicaal) op de dag dat Buma, door zijn en Ruttes afwezigheid, in het RTL-openingsdebat de kans pakte zich als gezicht van rechts te profileren.

Intussen had Wilders ook het tweede RTL-debat afgezegd, komende zondag in Carré, zodat hij het speelveld op rechts ook dit weekeinde dreigt weg te geven – nu aan Buma én Rutte.

Hij deed die afzegging omdat RTL zijn broer interviewde. Maar zie – woensdag meldde hij dat de opiniebladen Story en Privé hem volgende week interviewen: zoals bekend publicaties die nooit naar broers vragen.

Wilders’ eerste kans om zich met andere lijsttrekkers te meten is nu het Jeugdjournaaldebat, komende dinsdag – het wordt zaterdags uitgezonden.

Iemand stuurde me het draaiboek door (‘Introductie met het spel Wie is het?’), dus ik weet nu al: het zal niet meevallen hier effectieve aanvallen tussen te stoppen.

Zo kijken we nu al weken naar een campagne met koplopers zonder cachet. De handicap van Rutte is dubbel. Hij kan zich na 2012 geen onverwachte verkiezingsbeloften meer veroorloven. Door zich zo expliciet tegenover Wilders te plaatsen, heeft hij van de VVD feitelijk een middenpartij gemaakt.

Het gevolg: zijn winst moet komen van CDA- en D66-kiezers – het is nooit eerder vertoond.

En nu Wilders’ bijdrage aan een tweestrijd volledig uitblijft, ging de premier deze week in zijn eentje „tegen het verkeerde populisme” waarschuwen: het populisme van Trump, Brexit en Wilders. Het sloeg vrijwel meteen dood.

Logisch gevolg van dit alles: de twee koplopers zakken weg in de Peilingwijzer – de PVV harder dan de VVD – terwijl Buma, Pechtold en Klaver profiteren, zij het voorzichtig en met mate.

Als de peilingen van vrijdag de uitslag van 15 maart zouden zijn, worden we een land van politieke lilliputters – de vijf grootste partijen halen dan tussen de 16 en 11 procent van de stemmen. Niet het land van Wilders of Rutte – het land van iedereen. Een verkiezingsuitslag als één groot gelijkspel.

Interessant genoeg heb je mensen die hier opgetogen over zijn. Die zeggen: we hebben na 2012 eindelijk geleerd dat strategisch stemmen niet werkt.

Zij wilden voorkomen dat Rutte of Samsom aan de macht kwam, zij kregen ze allebei. Dus willen zij nu alleen nog op de partij stemmen die hun standpunten vertegenwoordigt, niet omdat een partij kans op de macht heeft.

Zoals generaals graag de vorige oorlog winnen, zo lijken kiezers massaal van plan alsnog de vorige verkiezingen naar hun hand te zetten.

De vergissing die dit oplevert, is dat je dit land zou kunnen regeren zonder een grote partij. Dit suggereert dat onze methode van machtsvorming, de kabinetsformatie, een soort eerlijk delen is. Een mooi ideaal, maar realiteit is het nooit geweest.

Formaties worden in Nederland vrijwel altijd beslist omdat de grootste partij bereid is het grootste deel van zijn programma in te leveren: de enige manier om kandidaat-coalitiepartners een alibi te geven óók in te leveren.

Zo werd Lubbers in 1982 premier, Kok in 1994, zo bleef Rutte premier in 2012. Die ruimte heeft een politiek leider alleen als zijn mandaat binnen zijn partij door recente verkiezingen onbedreigd is.

Maar als we na 15 maart niet één grote partij over hebben, krijgen we voor het eerst sinds de oorlog de situatie dat we ook niet één partijleider meer hebben die met een groots gebaar onderhandelingen kan openen.

Dan beleven we niet alleen catenaccio in de campagne, maar ook catenaccio in de formatie. Dan is het hele land dichtbij zichzelf gebleven bij het uitbrengen van zijn stem, maar heeft geen van die fraaie imago’s uit de campagne-dagen nog ruimte voor risico’s.

Ik sprak er deze week met enkele politiek leiders over, ze zeiden allemaal: ja, daar ben ik ook bang voor. En: ik weet ook niet of we er nu nog iets aan kunnen doen.

    • Tom-Jan Meeus