‘Zo maakbaar is een allrounder niet’

WK allround

Als Sven Kramer en Ireen Wüst uiteindelijk stoppen, hoe ziet de toekomst van het allrounden in Nederland er dan uit?

Je talent kiest wat je voorkeur wordt. Emiel Kluin vindt het zelf ook best filosofisch. „Maar snap je wat ik bedoel? Als je ergens goed in blijkt, dan wordt dat vanzelf je voorkeur. Iedereen wil winnen.” Nee, welk tegengeluid er soms ook mag klinken, hij denkt niet dat het allrounden bij het schaatsen snel zal uitsterven. Dat talent is er nou eenmaal. We hebben het dan al even over het pronkstuk van de sport waarin Nederlanders zo machtig zijn. Hij vanuit zijn functie als disciplinemanager bij schaatsbond KNSB, als verantwoordelijke voor de talentontwikkeling. Dit weekend zal in Hamar wederom blijken hoe goed we er in Nederland in zijn, als boegbeelden Sven Kramer en Ireen Wüst grote kans maken op hun respectievelijk negende en zesde wereldtitel.

Maar die heerschappij is eindig. Ze zijn beiden 30, hebben vrijwel alles gewonnen wat er te winnen valt, alle records gebroken die er te breken zijn. Het is aannemelijk dat het volgende, olympische seizoen hun laatste zal zijn, zeker als Kramer eindelijk die zo gewilde gouden medaille op de tien kilometer wint.

Je talent kiest wat je voorkeur wordt

En dan? Er rijden, ook in Hamar, al jongere Nederlandse talenten rond. Antoinette de Jong (21) was er vorig jaar al bij op het WK, Patrick Roest (21) rijdt zijn eerste. En de in Zwitserland geboren Marcel Bosker (20) is voor het eerst als reserve mee naar een groot internationaal toernooi. Maar zit er verder in de toekomst nog genoeg leven in het Nederlandse allrounden?

Sprinters en stayers

Kluin denkt van wel. Wel deze disclaimer: „Een Sven Kramer wordt misschien maar eens in de twintig jaar geboren.” Het ene jaar is bovendien het andere niet. Elke keer is het bij de uitstroom van de junioren naar wat de ‘neosenioren’ heten, wachten wat voor soort lichting het is. Soms zijn het veel sprinters, soms meer stayers. „Nu zitten we in een tijd dat er veel allrounders tussen de junioren zitten”, zegt Kluin. Hij wijst op het WK voor junioren, ruim twee weken geleden in Helsinki: zowel bij de mannen als de vrouwen won een Nederlander het klassement, bij de vrouwen was het hele podium zelfs Nederlands.

Lees ook: NK allround bewijst dat er zeker wel talent zit aan te komen

De jeugd wordt standaard ‘breed’ opgeleid. Tot een jaar of 16, 17 hebben schaatsers dezelfde training, van specialisatie is nog geen sprake. „Neem een Kai Verbij [wereldkampioen sprint]. Die hebben ze ook wel geprobeerd een vijf kilometer aan te leren. En Jan Bos, die reed tot zijn achttiende gewoon vijf kilometers, werd wereldkampioen allround bij de junioren. Tot zijn coach zei: ik vind je meer een sprinter. De maakbaarheid van een allrounder moet je relativeren.”

Drie jaar geleden stelde toenmalig voorzitter van de internationale schaatsunie ISU Ottavio Cinquanta hervormingen voor die het einde van de lange allroundtraditie zouden betekenen. Het was veel te saai geworden, vond hij. De tien kilometer moest weg, en ook het WK en EK allround zouden verdwijnen. De kritiek – zeker vanuit Nederland – was flink. „De ziel van het schaatsen wordt verkocht”, zei coach Jillert Anema destijds. Deze radicale veranderingen zijn er niet gekomen, mede dankzij huidig voorzitter Jan Dijkema.

Andere meerkamp

Maar is het allrounden veilig? Niet per se, zegt Milan Kocken. Hij is momenteel trainer bij RTC Zuid, een van de regionale trainingscentra van de KNSB in Nederland. Volgens hem ligt er gevaar in de opzet van de grote toernooien bij de junioren. Sinds twee jaar is het WK een gecombineerd afstands- en allroundkampioenschap, maar wordt er in plaats van een 3.000 meter in de vierkamp nu een 1.000 meter gereden. „Dit kwam nog voort uit die ISU-plannen om de allroundmeerkamp te veranderen. De focus ligt nu meer op kortere afstanden. Maar als je als junior vervolgens overstapt naar de senioren, merk je dat het scheef loopt. Van allrounders wordt bij de jeugd nu gevraagd meer op snelheid te trainen.” Vanuit de KNSB is er volgens Kocken een werkgroep gekomen om de 3.000 meter weer terug te brengen in het allrounden bij de junioren, maar dat blijkt lastig. „Over twee of drie jaar kun je misschien zien of het gemiddelde niveau op de lange afstanden erop vooruit of achteruit is gegaan. Dan kun je ook conclusies trekken.”

Lees ook: Eeuwig gevecht tegen een ernstig gebrek aan geld bij schaatsen

Chris Huizinga is het met Kocken eens. De 19-jarige won in Helsinki de wereldtitel allround bij de junioren en deze week werd bekend dat hij volgend jaar voor het grote Lotto NL-Jumbo van Kramer zal rijden. Hij wordt gezien als het volgende grote talent. Hij wil zichzelf nog niet puur een allrounder noemen – „als junior richt je je toch een beetje op afstanden” – maar als je goed bent op de 1.500 meter en de 5.000 meter, ben je het bijna automatisch. „Junioren moeten alles kunnen, en dat is lastig. Maar ik weet ook: straks moet het gebeuren bij de senioren. En met zo’n 1.000 meter op een WK erbij, wordt het voor sprinters idealer. Je moet als junior echt die lange afstanden blijven rijden, anders wordt het allrounden bij de senioren moeilijk.”

Een Sven Kramer wordt misschien maar eens in de twintig jaar geboren

„Als je het format aanpast, gaan de schaatsers zich er ook op aanpassen”, zegt Kocken. Want waar in Nederland het allrounden zo’n grote traditie heeft, dat van uitsterven nog geen sprake is, is dat in andere landen minder. „Bij de vrouwen reed in Helsinki een Russin die de 500 en 1.000 overtuigend won en zo een flinke voorsprong had opgebouwd in het klassement. Vervolgens reed ze de 3.000 meter niet. Dat is daar al de cultuur. Dat leidt tot devaluatie.”

    • Frank Huiskamp