Column

Welke premier sturen we eropuit?

Terwijl Nederland zijn keuze maakt uit een pelotonnetje lijsttrekkers – het groepje achtervolgers schijnt koplopers Mark en Geert zowat op de hielen te zitten – fietst Europa in de binnenbaan door met serieuze plannen. Commissievoorzitter Juncker presenteerde woensdag vijf scenario’s voor de toekomst van de Europese Unie. Met het aanstaande Britse vertrek, de golf van anti-Europees nationalisme en het gerommel aan de buitengrenzen moeten de lidstaten kiezen hoe ze verder willen. Meer, minder, beter Europa? En hoe dan? Opvallend is de eerlijke en realistische toon van Junckers scenario’s; de temperende invloed van zijn rechterhand Frans Timmermans is voelbaar. Het is geen hiep-hiep-hoera, alle ballen op de Verenigde Staten van Europa (zoals Guy Verhofstadt in het Europees Parlement nog bepleit). Het is ook niet: laten we de tent maar sluiten (zoals Juncker in zijn melodramatische momenten soms uitstraalt). Nee, de vijf opties worden met hun voors en tegens in kaart gebracht. Eén: doormodderen. Twee: alleen de interne markt. Drie: kopgroepen organiseren. Vier: minder doen maar beter. Vijf: een grote sprong voorwaarts. Nummers drie en vier raken de stemming het best. Met kopgroepen, waarvoor Merkel zich heeft uitgesproken, kunnen groepjes landen die op onderdelen meer willen doen vooruitgaan: wat nu bestaat voor de euro (19 op 28 landen) en Schengen (22 op 28) krijg je dan voor defensie, politiesamenwerking of belastingbeleid. Juridisch bewerkelijk, reden waarom Brussel vanouds huiverig is, maar het laat beweging toe. Met nummer vier, ‘minder maar beter’, erkent de Commissie voor het eerst dat stopzetten of terugschroeven van EU-beleid op terreinen waar het meer belooft dan het ooit kan waarmaken (zoals werkloosheidsbestrijding) denkbaar is. Wel ziet de instelling dan graag meer macht op andere terreinen, zoals handel of innovatie. Haar adagium: of lidstaten doen het zelf, of laat het ons doen – maar dan wel goed.

Van een realistische inschatting van de krachtsverhoudingen getuigt ook de keuze voor scenario’s. In het Europees Parlement kreeg Juncker kritiek dat hij geen voorkeur uitsprak, geen leiderschap toonde. Zijn repliek: „Ik ben geen dictator.” Hij bedoelde: „Ik ben de Europese regering niet.” Niet de Commissie neemt de fundamentele besluiten over de koers van de Unie; dat doen de regeringsleiders in de Europese Raad. De Commissie geeft wel een impuls, op een goed moment. Eind deze maand vieren de 27 regeringsleiders op een top in Rome – de vertrekkende Theresa May blijft thuis – de zestigste verjaardag van het Verdrag van Rome, waarmee alles begon. Voor knopen doorhakken is het dan te vroeg: dat kan pas als behalve Nederland ook Frankrijk en Duitsland naar de stembus zijn geweest. Maar het nadenken moet beginnen, en onderdeel van verkiezingen zijn.

Wij gaan er niet over of Merkel dit najaar wordt herkozen en wie over twee maanden president Hollande opvolgt. Wij gaan er wel over wie namens Nederland aan die hoogste Europese regeertafel zit en een toekomst voor de Unie uitzet. Rutte, de internemarktliefhebber die met schade (euro) en schande (Oekraïnereferendum) heeft ontdekt dat Europa ook politiek is? Buma, de verbeten dorpsdominee die zijn partij onverhoeds op een eurokritische koers zette? Pechtold, de Europeaan die in zijn eeuwig enthousiasme riskeert te ver voor de troepen uit te lopen? Asscher, voor wie Brussel als wethouder en minister van Sociale Zaken steeds een storende ver-van-zijn-bedshow was, en internationale solidariteit een slaperig deuntje? Welke premier sturen we eropuit? Ook dat bepaalt uw stem op 15 maart.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).