Onderwijs

Universiteiten worden snoepwinkels voor de massa

Onderwijsblog Zwevende scholieren kunnen geen studie kiezen. Maar met een leven lang leren en steeds bredere studies maakt die keuze steeds minder uit.

Aankomende eerstejaarsstudenten van de Erasmus Universiteit volgen een college. Foto Jerry Lampen / ANP

Net als zwevende kiezers zijn er zwevende scholieren die niet weten wat ze moeten studeren. Ze lopen open dagen van universiteiten af om uit te zoeken wat hun „passie’’ is. Iets met media of iets met mensen? Of wordt het techniek? Talen gelden meestal als niet-leuk en saai. Bètavakken trekken steeds meer studenten omdat daar veel vraag naar is op de arbeidsmarkt. Een aantal scholieren houdt daar rekening mee.

Als er nog geen hartstocht is ontdekt, wordt het moeilijk zoeken. Er is zoveel keuze. De scholier wordt geholpen met een soort stemwijzer waarmee hij/zij kan uitvinden wat hem/haar echt interesseert. Het University College stelt de keuze uit door verscheidene richtingen tegelijk aan te bieden. Vrijwel elke universiteit heeft er nu een. Veel studenten kiezen wat geschiedenis, een toefje politieke wetenschappen, een likje statistiek, een dotje antropologie en misschien een taal. Als het maar leuk blijft. Op twee vakgebieden moet de bachelor wat dieper ingaan.

Gespecialiseerde studies worden algemener en er ontstaan steeds meer multidisciplinaire opleidingen. Business Studies is populair bij studenten en sommige opleidingen daarin doen het goed bij werkgevers. Bij de geesteswetenschappen ontgaat het praktisch nut vaak. Voor noodlijdende studies is verbreding de enige manier om studenten te trekken. De voor Nederland zo belangrijke studie van de Duitse taal wordt „Duitse taal en cultuur”. Helaas trekt dat nog steeds te weinig studenten.

Literatuurwetenschappen wordt film- en literatuurwetenschappen. Er zijn ook steeds meer multidisciplinaire vakken zoals internationale betrekkingen of communicatie. Buiten een aantal gespecialiseerde opleidingen wordt de universiteit een snoepwinkel voor de massa.

Leidt het tot werk?

Maar wat voor baan krijg je met zulke studies? Welke bedrijven willen een master culturele antropologie? Sommigen kunnen blijven werken aan de universiteit maar de meesten moeten een andere richting inslaan. Toch wil vrijwel iedere VWO’er een master halen, ook al heeft hij/zij geen enkele interesse in de studie. De studententijd is ook een verlengde adolescentie, waarin jongeren van alles kunnen uitproberen. Voor veel banen is de academische master een minimum vereiste ook al heeft die geen praktisch nut in het dagelijkse werk. Met de academische titel heeft de sollicitant bewezen dat hij de horde van het hoger onderwijs hebben kunnen nemen.

Lees ook: Toch lange rijen voor ‘crepeerstudies’

Om aan het werk te komen moet de sollitant aan het academische diploma nog iets extra’s toevoegen, zoals bestuurservaring of extra vaardigheden. De tijd dat enkel een universitaire titel tot werk leidde, is voorbij. Universiteiten houden nu meer rekening met de vraag van werkgevers door naast theoretische vakken ook lessen in praktische vaardigheden aan te bieden, zoals presentaties geven of rapporten schrijven.

Maar als je binnen een verzamelstudie of university college al uiteenlopende vakken kunt doen, dan kun je net zo goed een deel aan een andere instelling volgen. In zijn boek „Haalt de universiteit 2040?” voorspelt Bert van der Zwaan, rector magnificus van de universiteit van Utrecht, dat universitaire opleidingen „ontbundeld” raken. Studenten kunnen zelfs online college volgen van de beste hoogleraar in het vak aan Stanford. En je kunt je studie net zo goed over de hele loopbaan uitsmeren. Eerst werken, dan de rest van de studie. Het leven lang leren.

Leven lang leren

Volgens Kamerlid Pieter Duisenberg (VVD) maakt die ontbundeling een leven lang leren mogelijk. Dan kunnen mensen voor ander werk nieuwe kennis opdoen. De VVD is de enige partij die daar in het partijprogramma systematisch op ingaat. Duisenberg wil dat mensen worden voorzien van een vast aantal leerrechten, waar ze een heel leven gebruik van kunnen maken. Eerst een tweejarig associate degree aan de hbo en veel later in de loopbaan een complete bachelors. Hij wil de studie opdelen in modules die ook elders of later kunnen worden gevolgd. Deze week starten de universiteiten van Amsterdam en van Tilburg en de hogeschool Utrecht een experiment met niet per collegejaar maar per studiepunt afrekenen. Ook D66 wil flexibel studeren mogelijk maken en de PvdA pleit voor „maatwerk”.

Maar wie gaat voor dat leven lang leren betalen? De overheid, de student of de werkgever? Kan iemand dan nog wel een tweede studie doen in geval van een verkeerde keuze? Volgens de huidige wetgeving kost een tweede studie al gauw 10.000 euro, de werkelijke kostprijs. De SP en Groenlinks willen de tweede studie goedkoper maken. Een tweede kans kan degene die de verkeerde richting koos helpen. Maar een hele tweede studie is vaak niet nodig, wel praktische bijscholing. Veel mensen studeren ook niet uit wetenschappelijke interesse.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.

    • Maarten Huygen