Recensie

Tot het uiterste voor het perfecte beeld

Tom Callemin is jong geprezen en succesvol fotograaf. Met zijn ‘trage’ portretten (denk daarbij niet alleen aan mensen, maar ook aan landschappen of een enkel gebouw) werd de in 1991 geboren Gentenaar twee jaar geleden onder andere door FOAM uitgeroepen tot veelbelovend talent. Terecht, zo valt te zien op een overzichtstentoonstelling met foto’s en videowerk in De Brakke Grond in Amsterdam.

Callemins werk is traag, omdat ieder beeld pas na eindeloos veel schetsen, opnames, experimenten met de camera en de modellen tot stand komt. „Ik ga vaak tot het uiterste”, zegt de fotograaf zelf, „om tot dat ene, perfecte beeld te geraken.” Dat ‘ene, perfecte beeld’ heeft bij Callemin niet de allure van een spektakelstuk, maar straalt een bijzonder soort melancholie uit. Die melancholie wordt veroorzaakt door een samenspel van technisch vernuft en esthetisch inzicht, van fotografie, beeldende kunst en de alles omcirkelende vraag: wanneer ontstaat een beeld? Wat is een beeld?

Het meest in het oog springend is de minimalistische perfectie van Callemins werk. Hoe mooi is een tot de kin dichtgeknoopte witte blouse, hoe zacht licht een perfect gladde huid op tegen een donkere achtergrond, hoe kwetsbaar en vergankelijk is dit alles. Dat gevoel van vergankelijkheid wordt versterkt doordat de fotograaf ‘vreemde’ trucs uithaalt in de opnames. Zo flitst hij in de meervoudige serie Portrait #1 modellen in totale duisternis. De vrouwen en mannen zien de fotograaf niet. Hij ziet de modellen niet, behalve in die ene seconde hels licht. Het resultaat is van een grote dromerigheid die met weinig anders te vergelijken valt dan met ja – met bidden.

Kom je verder in de tentoonstelling, dan blijkt hoezeer Callemin óók beeldend kunstenaar is (de Belg is onder meer opgeleid aan het KASK in Gent). Callemins methode is langzaam - en dat mag ook wel, want hij onderzoekt niet het minste raadsel in de kunst. Er is een blouse die letterlijk en figuurlijk wordt opgelicht, een rots die (nauwelijks zichtbaar) wordt schoongeveegd, een model dat met (opnieuw nauwelijks zichtbare) metalen klemmen in beeld wordt geduwd, twee handen die niets omvatten maar daarmee alles. Alles bij Callemin verhaalt van aan- en afwezigheid.

Op een blad papier zet een kunstenaar een lijn en nog één. Een tekening ontstaat. Zo laat ook Callemin in het donker van de donkerste kamer een ‘tekening’ verschijnen. Die ‘tekening’ komt uit het niets en wordt op dat tere moment dat ze iets kan worden, vastgelegd in een foto.

    • Lucette ter Borg