Slimmer dan de rest? Zo ga je daarmee om

Hoogbegaafdheid

Een deel van de hoogbegaafden functioneert slecht op het werk of zit thuis. Speciale bijeenkomsten bieden uitkomst. „Soms moet ik voorzichtiger zijn met ongevraagd advies geven.”

Beeld iStock

‘We beginnen met een vraag: wat zijn jullie talenten?” Hans Lips, coach gespecialiseerd in het begeleiden van hoogbegaafden, kijkt verwachtingsvol de kleine, ietwat broeierige ruimte rond. „Communicatief vaardig”, „Snelle analyse”, „Creatief”, klinkt vanuit verschillende hoeken.

Kort daarna dient zich de eerste kritische vraag aan: „Dat ligt eraan, wat is uw definitie van een talent?” „Een talent is iets wat bij jou hoort”, pareert Lips vlot. „Het is iets wat van binnenuit motiveert.” Een goedkeurend knikje van de vragensteller, dan weer een andere vinger de lucht in. „Is dat iets anders dan een kwaliteit?” Lips lacht vriendelijk. „Ja, een kwaliteit is iets wat je aanleert.”

Zo’n dertig geïnteresseerden, jong en oud, zijn vanavond afgekomen op een bijeenkomst georganiseerd door het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen (IHBV) in Eindhoven. Sommigen zijn meteen spraakzaam, anderen nog wat schuchter – maar allemaal zijn ze hoogbegaafd, of hebben daar belangstelling voor. „Het zijn mensen die in veel geïnteresseerd zijn en zich verschillend werk gauw eigen maken”, vertelt Lips na afloop.

Die eigenschappen kunnen van grote toevoeging zijn voor je carrière, maar hebben net zo vaak een keerzijde: hoogbegaafden zijn sneller verveeld, hebben veel uitdaging en vernieuwing nodig, en werken het liefst autonoom; alles op de eigen manier. Lips: „Voor hun omgeving kan dat lastig zijn. Ze schakelen soms zó snel, dat de vragen die ze stellen niet begrepen worden, en collega’s denken dat hun inzichten wel ongegrond zullen zijn.” Niet zelden maakt hij daarom mee dat interesse omslaat in frustratie of faalangst, en men vastloopt in het werk.

Wouter Tabingh Suermondt (56) nodigde Lips uit voor dit ‘HB-café’, zoals de avonden officieel genoemd worden. Samen met een handjevol vrijwilligers („Oók allemaal hoogbegaafd”) organiseert hij ze hier in Eindhoven zo’n vier keer per jaar – telkens met een ander thema, meestal in de vorm van een cursus. Sinds een jaar zijn ze vrijwel altijd „volgeboekt”.

Mensen komen hier vooral om onder gelijkgestemden te zijn

Perfectionistisch

Het thema van vanavond: herken je talenten. Wat kunnen hoogbegaafden, die op problemen stuiten in hun carrière, daaraan doen? „Maar om heel eerlijk te zijn moet het formele gedeelte niet al te lang duren”, zegt Tabingh Suermondt zachtjes terwijl de gasten langzaam binnendruppelen. „Mensen komen hier vooral om onder gelijkgestemden te zijn. Ze herkennen zichzelf in andermans strubbelingen, ze hebben vaak aan één woord genoeg.”

Het thema van vandaag komt bovendien niet uit de lucht vallen: een derde van de hoogbegaafden functioneert slecht op het werk, of zit thuis. Het was een van de meest opvallende stellingen in het rapport ‘Heel slim en toch zonder werk’, dat het IHBV begin dit jaar publiceerde. Die schatting werd gebaseerd op een educated guess uit 2009, van specialisten die met hoogbegaafden werken.

Voor het onderzoek werden 174 werkloze hoogbegaafden naar de redenen van het ‘vastlopen’ gevraagd. De conclusie: ze zijn zeer perfectionistisch, onzeker of overprikkeld, en hebben vaak moeite met communiceren door een gebrek aan „mensen met dezelfde golflengte”. Ook vinden ze te weinig uitdaging, vinden ze hun werk niet „zinvol”, of ontstaat er conflict met een leidinggevende, bijvoorbeeld omdat hij of zij de hoogbegaafde als bedreiging ziet.

Lees ook: Hoogbegaafd maar gecrasht op school

IQ van 130

De 174 respondenten gaven zelf aan hoogbegaafd te zijn – de hoogbegaafdheid was vastgesteld, anderen hadden een IQ-test gedaan, en nog weer een groep had zich via belangenorganisaties laten informeren. Maar: „Met een IQ van ten minste 130 ben je er eigenlijk nog niet”, zegt onderzoeker Bruno Emans van het IHBV. In het rapport werd een andere definitie gehanteerd: „Hoogbegaafden zijn snelle en slimme denkers, die complexe zaken aankunnen. [...] Ze zijn autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard.”

Volgens Emans is het daarnaast moeilijk te zeggen hoeveel hoogbegaafden vastlopen in het werk. „Er is geen centraal register, waarin je simpelweg kunt opzoeken wie in Nederland hoogbegaafd is. We weten alleen dat ongeveer 2 procent van de bevolking het is.” Voor het onderzoek was het IHBV daarom aangewezen op mensen die van internetfora geplukt werden, of contact hadden met verschillende organisaties. Een groep die kortom al actief met de eigen carrièreproblemen bezig was.

Tabingh Suermondt en zijn medevrijwilligers willen vooral volwassenen bereiken, vertelt hij. „Kinderen die nu opgroeien worden al bij de minste verdenking op hoogbegaafdheid getest.” Veel volwassenen, waaronder hijzelf, hebben het met vermoedens of toevallige erkenning moeten doen. „Toen ik op het eerste HB-café kwam, raakte dat me meteen. Ik herkende me volledig in de beschrijving.”

Ook Anke van Geel (40), afgekomen op de bijeenkomst in Eindhoven omdat ze een paar maanden geleden een burn-out kreeg, kwam er pas achter toen haar dochters (nu veertien en tien) een IQ-test deden. „Het was alsof ik door de bliksem getroffen werd. Ik herkende het gedrag van mijn beide dochters. Pas toen kwam ik erachter wat hoogbegaafd zijn inhoudt.”

Op de basisschool werd vaak gezegd: ‘Anke is een beetje anders’, vertelt ze in de pauze. „Ik liet me ook niet echt zien, wilde liever uitblinken in dingen die ik interessant vond. Na schooltijd liep ik uren door het bos, om de natuur te bestuderen.” Bij de Citotoets was ze zo bang te falen, dat ze hem nooit zou maken. Ze moest het doen met het schooladvies: de huishoudschool, richting verpleging.

Na die opleiding ging Anke aan de slag als verpleegster, waar het al snel misliep. „Ik wist: de tijd voor iemand nemen, iemand met aandacht verzorgen, dat is de beste methode. Maar in werkelijkheid lagen patiënten ergens in een kamertje achteraf te wachten om één keer per dag gewassen te worden.” Anke had moeite de in haar ogen ‘onmenselijke’ regels op te volgen, en nam ontslag. Datzelfde gebeurde vervolgens in de gehandicaptenzorg. Uiteindelijk heeft ze het langst („twaalf jaar”) bij de trombosedienst gewerkt. Onder collega’s was ze geliefd, maar met haar leidinggevenden raakt ze in conflict. „Ik zei dingen misschien wat confronterend. Toen er werd gereorganiseerd gaf ik graag advies: ‘Dat kan beter zo en zo.’ ‘Als het je hier niet bevalt, dan ga je maar weg’, werd daarop gezegd. Ondertussen ging de leiding er met mijn ideeën vandoor.”

Lips herkent deze verhalen uit zijn dagelijkse praktijk. Een jongen, nog geen dertig, vertelt tijdens de bijeenkomst dat hij „eigenlijk geen idee meer heeft wat hem motiveert”. Daarover zegt Lips: „Het is een frustratie die veel hoogbegaafden voelen: ‘Waar ben ik dan wel goed voor, waarom gaat het bij mij altijd mis?’” Wanneer je nooit je ei kwijt kunt, omdat je je verveelt, op weerstand stuit, of simpelweg op de verkeerde werkplek zit, word je onzeker over je eigen kunnen.

Op de avond in Eindhoven laat Lips de mensen nadenken over wat ze écht drijft: wat zijn hun talenten? Kennis daarvan kan helpen, bijvoorbeeld bij het solliciteren. Sommigen leven op wanneer ze onderling in gesprek raken: „Ohhh, dat heb ik ook altijd! Dan móet ik zo’n probleem oplossen!”

Steve Jobs

Natuurlijk zijn er daarnaast genoeg hoogbegaafden die er een succesvolle carrière op nahouden. „Denk aan politici of de top van het bedrijfsleven”, zegt Lips. En ook Steve Jobs wordt door deskundigen graag als voorbeeld aangehaald. Uit eerder onderzoek is gebleken dat kinderen die al jong als hoogbegaafd bestempeld zijn, het over het algemeen „goed tot zeer goed doen in hun volwassen bestaan.” Lips: „Iemand die weet wat de achterliggende oorzaak van onbegrip is, kan situaties waarschijnlijk beter in perspectief plaatsen.”

Maar zo’n labeltje, stigmatiseert dat niet? Anke dacht er meermaals over na – straks zouden haar dochters zich nog verheven voelen. Maar had zijzelf het maar twintig jaar eerder geweten, zegt ze nu. „Was ik dichterbij mezelf gebleven, dan had ik waarschijnlijk nooit in de verpleging gewerkt. Ik weet nu: ik heb wat meer onafhankelijkheid nodig, en presteerde voorheen onder mijn niveau. Ook weet ik: misschien moet ik soms wat voorzichtiger zijn met ongevraagd advies geven.”

Inmiddels staan verschillende groepjes aanwezigen in de kantine met elkaar te praten. „Mijn ervaring is dat de meeste hoogbegaafden die vastlopen in hun werk, uiteindelijk zzp’er worden”, zegt Lips.

Lees ook: ‘Vaker diagnose die niet klopt bij hoogbegaafden’
    • Anne Corré