Opinie

    • Hubert Smeets

Landjepik: de Europese doos van Pandora zit barstensvol

Voor nationalisten die in navolging van de Deense Volkspartij oud grondgebied willen terugclaimen, zijn er ruime mogelijkheden, schrijft Hubert Smeets.

Een kaart van Europa uit 1896. Foto iStock

Het idee van een der machtigste partijen van Denemarken om een noordelijk deel van Sleeswijk-Holstein op Duitsland te heroveren biedt ook de rest van Europa perspectieven. De Volkspartij, gedoogpartner van de regering, wil terug wat het land in 1864 aan Pruisen verloor. Volgens Søren Espersen, tweede man van de Volkspartij, is de geschiedenis „niet statisch”.

Of Espersen dit met een knipoog opperde of niet, dit soort ‘irredentisme’, Italiaans voor het terugwinnen van oud gebied, is buiten Denemarken ook in de mode. President Poetin heeft ‘historische rechtvaardigheid’, de Russische variant van irredentisme, tot doctrine gepromoveerd.

Waartoe kan dit leiden? Om de wereldorde niet meteen tot het hoogste nucleaire niveau op het spel te zetten, laat ik Rusland en diens vermeende ‘Russische Wereld’ buiten beschouwing. Op zich jammer. Nergens wordt de geschiedenis zo heftig beleefd als in Rusland, Oekraïne, Moldavië, Wit-Rusland en Servië. Toch beperk ik me ter wille van de vrede tot het Europa dat deel is van EU of NAVO. Ik ga ook niet terug tot de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). De jaren 1864-1871, toen Duitsland op de kaart kwam, leveren al genoeg potentiële tijdbommen op. Ik tel er minimaal acht.

1. Hongarije heeft de vernedering van de Vrede van Trianon (1919) nooit verwerkt. Het trauma bestrijkt een enorm gebied, per saldo twee keer zo groot als het huidige Hongarije. Als bij premier Orbán de remmen losgaan, kan hij azen op gebied in vier buurlanden: Roemenië, Slowakije, Servië en Oekraïne.

2. Oostenrijk is minder getraumatiseerd dan Hongarije, maar heeft misschien wel het meeste recht op Zuid-Tirol van alle acht revanchistische opties.

3. Hoewel Duitsland de Oder-Neissegrens in 1990 heeft erkend, kan Polen zich bij een onverhoopte revanchistische omwenteling in Berlijn opmaken voor oude Duitse claims: die strekken zich uit tot Wroclaw en Gdansk.

4. Tsjechië, dat met de Benes-decreten van 1945 een sterk staaltje etnische zuivering van Duitsers organiseerde, moet zelf oppassen dat Duitsland geen stukje Tsjechië terugeist als daar de jaren vijftig leuze ‘Deutschland 3 geteilt? Niemals!’ weer in zwang zou raken.

5. Duitsland en Frankrijk hebben sinds Napoleon drie (wereld)oorlogen uitgevochten in het Rijnland. Zal het argument dat dit gebied symbool staat voor de ontstaansgeschiedenis van de EU sentimentele lieden, die willen afrekenen met Europa, weerhouden van drastische stappen?

6. Cyprus kan zijn borst natmaken. Behalve Griekenland (hereniging) en Turkije (permanente deling) zou ook Engeland op grond van het garantieverdrag van Londen (1960) bij een slag om zijn voormalige kroonkolonie op het vinkentouw kunnen zitten.

7. Ierland mort al sinds 1921 over het feit dat Ulster een vreemde bult is op het eiland. Een Ierse hereniging heeft door de Brexit de sterkste papieren in heel Europa. In Noord-Ierland stemde een meerderheid immers voor blijven in de EU.

8. Tot slot de Groot-Nederlandse gedachte. Zoals de tweede man van de Deense Volkspartij droomt van de Eider, zo droomt Martin Bosma, de tweede man van de PVV, van hereniging met Vlaanderen. Je hoeft geen fascist te zijn om opgewonden te raken van Dietsland. De historicus Pieter Geijl (1887-1966) pleitte ook voor een Groot-Nederland.

Deze acht scenario’s lijken van de pot gerukt. Zeker 3, 4 en 5 zijn te bezopen voor woorden. Maar een ding staat vast in deze tijd van Brussel-bashing: de Europese doos van Pandora zit bomvol.

    • Hubert Smeets