Opinie

    • Bas Heijne

Kippenhok

Lachen of huilen, ik wist het niet meer, toen ik PVV-kamerlid Fleur Agema deze week in de verkiezingstalkshow van Pauw & Jinek hoorde zeggen dat er in het PVV-programma geen plaats was voor armoedebestrijding, omdat het nu eenmaal allemaal op één A-4tje moest.

Maar van wie dan, probeerde Jeroen Pauw nog, van wie moest het hele programma van de PVV op één A4-tje? Het moment was volmaakt in zijn absurdisme. Hier zat een serieuze politica van een politieke beweging die kans maakt de grootste van Nederland te worden met een stalen gezicht een volslagen idiote cirkelredenering te verkondigen.

Een dag daarvoor had Agema al een geinige woordspeling op haar Twitter-account moeten aanpassen: ze had namelijk een foto van het verzetsmonument in het Amsterdamse Weteringplantsoen geshopt, zodat het beroemde citaat van H. M. Van Randwijk ineens las als ‘Een volk dat voor korannen zwicht…’ Ze had het weliswaar weggehaald na een stortvloed woedende reacties, verklaarde de politica assertief, maar ze stond er nog steeds achter.

Een volk dat voor korannen zwicht.

Stel: je bent oprecht bezorgd over de culturele en sociale invloed van de islam op de Nederlandse samenleving. Ben je dan geholpen met dit soort infantiele uitingen? Of een haastig volgekalkt A4-tje vol onhaalbare voorstellen?

Bas Heijne schrijft wekelijks een column voor NRC. Lees die van vorige week: Red onze cultuur!

Opinieblad Vrij Nederland, waarvan verzetsstrijder Van Randwijk hoofdredacteur na de oorlog was, publiceerde een fel stukje over de vuigheid van Agema’s fotoshop. Ik begrijp het wel, maar inmiddels krijg je ook medelijden met journalisten die dag in, dag uit bezig zijn dit soort opzichtige nonsens te weerleggen. Zo verscheen in NRC een factcheck naar aanleiding van VNL-voorman Jan Roos, die tegen Eva Jinek had beweerd dat er in Hogescholen kerstbomen waren verwijderd, om niet-christelijke leerlingen, zeg maar moslims, niet voor het hoofd te stoten. Dat bleek nonsens, ook afgelopen december struikelde je in de aula’s weer over de kerstbomen.

Je zal het als journalist maar moeten checken. „Mag ik u iets vragen, had u vorig jaar een kerstboom in de aula staan?”

Of het een wet is weet ik niet, maar het lijkt alsof naarmate Nederlandse politici harder roepen dat ze naar de ongeziene burger luisteren, ze die burger des te meer voor een totale idioot lijken te houden. Agema is één voorbeeld. Afgelopen week twitterde Thierry Baudets Forum voor de Democratie uitgelaten dat hun zetelaantal in de peilingen verdubbeld was – wow! De partij bleek in een peiling van één naar twee zetels te gaan.

Begin deze week verkondigde Mark Rutte dat de PVV hooguit 15 zetels zal halen – en een paar dagen later dat hij bang is dat Wilders de grootste zal worden. Rutte wilde zich opwerpen, zoals De Telegraaf braaf meldde, tegen „het verkeerde soort populisme”. Ik weet niet wat voor soort populisme het is wanneer je binnen een week twee volkomen tegengestelde uitspraken doet. Uitgangspunt lijkt me de gedachte dat je de kiezer echt alles wijs kunt maken.

Misschien, hand in eigen boezem, is dat wel een beetje zo? In Nederland, een land ongeveer zo groot als een A4-tje, doen 28 (!) partijen mee aan de verkiezingen, waaronder een partij voor mensen die niet gaan stemmen. Dat is geen democratie, dat is een kippenhok. Aangezien je maar iets meer dan een half procent van de stemmen hoeft te krijgen om in de Tweede Kamer te komen, kunnen we na 15 maart een aantal partijen verwachten met een of twee zetels – partijen zonder veel structuur, maar met een kopstuk, dat onevenredig veel aandacht in de media heeft gekregen. Vroeger zaten politici in een talkshow – binnenkort zit de talkshow in het parlement.

Ik bedoel, als ik een busje zou huren en mr. Frank Visser voor mijn beginselen zou weten te strikken, zou ik best een eind kunnen komen.

Het wordt een dolle boel op 15 maart. Nu al zijn er twee lessen te leren. De eerste komt van onderzoeksjournalist Bas Haan, in de Volkskrant: „Ik vind dat journalisten te veel bezig zijn met zich in te dekken tegen het verwijt dat ze als niet objectief of als elitair worden gezien. Daardoor is er het gevaar dat journalisten aan zelfcensuur gaan doen, bijvoorbeeld als ze bang zijn om een politicus een leugenaar te noemen.”

De tweede les is voor ons, de kiezers: splinterpartijen zijn geen antwoord op de crisis in het democratisch bestel, ze zijn er een symptoom van. Een partij met een handvol zetels is geen democratie, dat is politiek narcisme.

    • Bas Heijne