‘Ik wandel ’s avonds veel en maak mijn hoofd leeg’

Spitsuur

Hoewel Nederland meer haar land is dan Marokko, heeft Malika Mouhdi soms een onbehaaglijk gevoel. Wat als ze op een dag niet meer gewenst is in dit land? „Het is een van de redenen dat ik mijn hoofddoek afdeed.”

Malika: „Mijn zus en ik zijn veganistisch. Als je ziet hoeveel grond nodig is om vee te voeden! Daarmee zou je de honger de wereld uit kunnen helpen.” Foto David Galjaard

Malika: „Tegen het einde van mijn studie, begin 2012, had ik een stok achter de deur nodig om mijn scriptie te gaan schrijven. Daarom ging ik alvast solliciteren. Ik zat er wel een beetje over in of ik een baan zou kunnen krijgen, want in die tijd droeg ik nog een hoofddoek. Toen ik op Facebook las over een Marokkaanse jongen die een traineeship had gekregen bij ABN Amro, heb ik daar ook op gesolliciteerd. Bij het eerste gesprek begonnen ze niet eens over mijn hoofddoek, dat heb ik zelf aangekaart. Maar ze vonden het geen probleem. Ik werd trainee.

Vervolgens kwam ik terecht bij een afdeling die zich bezighoudt met duurzaamheid. Ik leverde bijvoorbeeld cijfers aan over het energiegebruik, zodat het management waar nodig actie kon ondernemen. Ook ben ik projectleider geweest van het ecologische programma Een betere bank begint bij jezelf. Sinds mei vorig jaar ben ik managementconsultant. Ik geef nu advies over een breed scala aan onderwerpen, met de nadruk op communicatie.”

Minderheden

Malika: „Ook in mijn privéleven vind ik duurzaamheid heel belangrijk. Mijn zus, met wie ik een appartement deel, en ik zijn veganistisch. Als je ziet hoeveel grond er nodig is om vee te voeden! Daarmee zou je de honger de wereld uit kunnen helpen. We eten daarom geen dierlijke producten en mijn zus draagt ook geen leer meer. Zo ver ben ik nog niet, want ik vind leren schoenen te mooi. Maar het is wel mijn voornemen om dat ook ooit af te schaffen.

Ik ben ook actief voor Nida, een op de islam geïnspireerde partij met twee zetels in de Rotterdamse gemeenteraad. Het is een emancipatiepartij die zich inzet voor alle minderheden. Ze hebben het bijvoorbeeld voor elkaar gekregen dat het slavernijverleden nu wordt behandeld op Rotterdamse scholen. Zelf geef ik advies over duurzaamheidsnota’s. Het zijn voor mij manieren om iets voor de wereld te doen.”

Wandelen door de stad

Malika: „Ik moet veel ballen tegelijk in de lucht houden. Naast een drukke baan heb ik een actief sociaal leven. En om mijn familie te zien, die in het noorden van het land woont, moet ik uren reizen. Toch is de balans tussen werk en privé wel goed, van de meeste dingen krijg ik energie. Maar ik heb soms ook tijd voor mezelf nodig, om te bedenken of ik nog wel met de juiste dingen bezig ben. ’s Avonds wandel ik bijvoorbeeld veel door de stad, langs de kades en de Erasmusbrug, met mijn koptelefoon op. Dan maak ik mijn hoofd leeg; er gebeurt zoveel op een dag. Intussen maak ik foto’s van alle interessante dingen die ik zie. Nog steeds kom ik nieuwe dingen tegen, zoals laatst op een muur op het Noordereiland: een foto van Otto Snoek, van de oude Hef. Ik sluit niet uit dat ik me ooit serieuzer ga bezighouden met fotografie. Ik ben best creatief, maar heb er gewoon te weinig tijd voor.

Ik houd ook van reizen. Tijdens mijn studie heb ik een semester in Hongkong gewoond en heb ik stage gelopen in het Engelse Bath – een prachtige stad: die bouwstijl, amazing! Eind maart ga ik een vriendin opzoeken in Japan, in de bloesemtijd. Ik heb nu al zoveel voorpret.”

Het Vredespaleis

Malika: „Mijn zus heeft een oogafwijking, waardoor ze is afgekeurd. Door een huis te delen, kunnen we toch middenin de stad wonen. Ik breng het meeste geld binnen. Dat geef ik uit aan koffiedrinken bij het station, als ik naar mijn werk ga. En aan kleding en schoenen. Verder ga ik regelmatig met vrienden uit, en reis veel, ook in eigen land. Laatst ben ik met mijn zus naar het strand geweest, in de winter. Toen kwam ik voor het eerst langs het Vredespaleis. Heel indrukwekkend.”

Een onbehaaglijk gevoel

Malika: „Sinds 11 september 2001 heb ik soms een onbehaaglijk gevoel: wat nou als ik op een dag niet meer gewenst ben in Nederland? Nederland is meer mijn land dan Marokko. Maar ik ben blij dat ik goed Engels spreek en ook buiten Nederland mijn brood zou kunnen verdienen. Als moslim, vooral toen ik nog een hoofddoek droeg, moet ik me vaak verdedigen. Ik moet me altijd uitspreken tegen terroristen. Ik heb vervelende dingen meegemaakt; mensen die je aanstoten op straat of je uitschelden. Vooral na de aanslagen in Parijs. Ik zit veel minder op sociale media, vanwege alle nare dingen die daar over moslims worden gezegd. Dat doet me best veel. Mijn gevoel van veiligheid is de afgelopen jaren sterk afgenomen, een van de redenen waarom ik mijn hoofddoek heb afgedaan.

Lees ook de Spitsuur van vorige week: ‘Alle beeldschermen zijn weg uit onze slaapkamer’

Ik maak me zorgen dat politici als Trump en Wilders onzin kunnen blijven verkopen en mensen angst inboezemen. Ik vind het heel moeilijk te bevatten dat mijn land straks misschien door dat soort mensen wordt geregeerd. Terwijl ik ondanks al die negativiteit altijd heel blij ben geweest dat ik hier ben geboren. Ja, dat is mijn toekomstdroom: een wereld met meer begrip voor elkaar.”

    • Friederike de Raat