‘Ook witte, westerse mannen legitimeren geweld tegen vrouwen’

Renée Römkens bijzonder hoogleraar Gender-Based Violence

Ze houdt deze vrijdag haar oratie over geweld tegen vrouwen. „Gendergerelateerd geweld wordt gebagatelliseerd en geculturaliseerd.”

Foto Roger Cremers

Grab ’em by the pussy.” Toen Renée Römkens deze woorden afgelopen najaar uit de mond van – toen nog – president elect Donald Trump hoorde, was ze niet verrast. „Het is een bekend gegeven dat macht erotiseert en mede daarom misbruikt kan worden”, zegt de bijzonder hoogleraar gender-based violence aan de UvA. Wat haar wél verbaasde is dat Trump’s „seksistische en potentieel gewelddadige uitspraak” zonder gevolgen bleef. „Ik dacht dat hij in zijn eigen zwaard was gevallen. In plaats daarvan werd zijn uitspraak afgedaan als ‘kleedkamerpraat’.

Onschuldig zijn Trumps woorden allerminst, zegt Römkens, die deze vrijdagmiddag een oratie houdt in het kader van haar benoeming, vijf maanden geleden. Daarvoor is de wereldwijde agressie tegen vrouwen te groot. „Alleen al in Nederland heeft bijna de helft van de vrouwen sinds hun vijftiende een vorm van fysiek of seksueel geweld meegemaakt. ‘Een probleem van epidemische proporties’, noemde de speciale VN-rapporteur voor geweld tegen vrouwen het enkele jaren geleden.”

Dat vrouwen zo massaal zouden reageren op Trumps uitspraak had niemand verwacht, zegt Römkens. De 27 miljoen tweets op de hashtag #notokay, in de eerste drie dagen na het uitlekken van de grab ’em by the pussy-opname, waren overdonderend. „Die zogenaamde kleedkamerpraat riep bij veel vrouwen pijnlijke herinneringen op.”

Lees onze reportage vanuit Los Angeles: Aanranding eigen schuld? Onzin

In uw oratie noemt u gendergerelateerd geweld ‘de olifant in de kamer’: een duidelijk probleem waar niemand het over wil hebben.

„Het is een taboe en ook weer niet. In de jaren zeventig verbrak de vrouwenbeweging het stilzwijgen. Sindsdien weten we dat geweld tegen vrouwen een maatschappelijk probleem is. Decennia werd dat probleem in verband gebracht met de maatschappelijke ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Beleidsmakers waren het erover eens: geweld is specifiek tegen vrouwen gericht omdat ze vrouw zijn. Maar de laatste jaren zie je een verschuiving in het maatschappelijk debat. Gendergerelateerd geweld wordt gebagatelliseerd en geculturaliseerd. Het is een troefkaart geworden in het geopolitieke schaakspel.”

Kunt u een voorbeeld geven?

„Bij eerwraak worden vrouwen vermoord omdat ze hun echtgenoot tegen diens wil verlaten. Of omdat ze een partner hebben die door hun familie wordt afgekeurd. De overheid heeft speciaal beleid ontwikkeld voor deze groep. In opvanghuizen is er veel aandacht voor. Daardoor ontstaat de indruk dat alleen moslima’s het slachtoffer worden. Terwijl het tegendeel waar is: veel meer witte vrouwen worden jaarlijks in Nederland gedood door hun autochtone man omdat hij de scheiding niet verdraagt. We hebben daar alleen een ander woord voor: gezinsdrama.”

Na de massa-aanranding in Keulen liet u zich in soortgelijke bewoordingen uit: niet alleen moslims verkrachten vrouwen. Het kwam u op veel kritiek te staan.

„Kritiek én bijval. Wat ik zeggen wilde is dit: het is onaanvaardbaar dat grote groepen migranten van islamitische komaf zich vergrijpen aan vrouwen. Maar dat is nog geen reden álle migranten en vluchtelingen tot verkrachters en aanranders te reduceren. Ook autochtone mannen verkrachten vrouwen – zij het op minder grote schaal. In het najaar van 2015 zijn in Alkmaar tijdens het Oktoberfest twaalf serveersters collectief aangerand. In Spanje zijn groepsaanrandingen van vrouwen deel van het jaarlijkse San Ferminfestival. En zo kan ik nog wel even doorgaan.”

Critici zeiden: ze bagatelliseert het probleem.

„Ik zou politiek-correct zijn en het geweld van moslims goed praten. Terwijl ik nooit ontkend heb dat moslimmannen zich in Keulen op grote schaal aan vrouwen vergrepen hebben. Kennelijk is de nuancering onverdraaglijk. Je moet het geweld afkeuren als ‘moslimprobleem’, óf je wordt ervan beschuldigd dat je geweld goedkeurt. Ik keur het geweld af, maar zeg er ook bij dat het niet een moslimprobleem is. Ook witte, westerse, christelijke of joodse mannen legitimeren geweld tegen vrouwen.

Nederland lijdt volgens u aan een geïdealiseerd zelfbeeld. Zou dat ermee te maken hebben?

„In verkiezingsdebatten hoor je dat ‘de’ migrant zich onvoldoende identificeert met de Nederlandse waarden. Hij ziet vrouwen niet als gelijkwaardig. En autochtone mannen zouden geëmancipeerd zijn? De vrouw die bij een inspraakavond over een asielzoekerscentrum in Steenbergen kordaat en moedig voor asielzoekers opkwam, kreeg van autochtone mannen te horen: ‘daar moet een piemel in’. Zij hadden kennelijk geen moeite met een oproep tot verkrachting.”

De massale verkrachting en seksuele verminking van vrouwen in conflictgebieden, de groeiende handel in seksslavinnen, het martelen en vermoorden van honderden vrouwen in Mexico, de correctieve verkrachtingen van lesbische vrouwen in Zuid-Afrika: door de mondialisering komt steeds meer informatie over het geweld tegen vrouwen beschikbaar en wordt de druk groter om daar iets tegen te doen, zegt Römkens.

Terwijl gendergerelateerd geweld in Nederland gebagatelliseerd en geculturaliseerd wordt, ontstaat elders in de wereld juist het besef dat het om een discriminatoire mensenrechtenschending gaat, die vrouwen disproportioneel vaker treft dan mannen. In de vorig jaar door Nederland geratificeerde Istanbul Conventie, is dit duidelijk vastgelegd. „Een potentieel spanningsveld”, noemt Römkens het in haar oratie.

Mishandelde vrouwen die zich in Nederland bij de politie melden, krijgen te vaak nul op het rekest. Slechts een fractie meldt geweld bij de huisarts. En het komt nog te vaak voor dat een vrouw overlijdt aan huiselijk geweld. En toch geeft Römkens Nederland een dikke zeven als het om de bescherming van haar vrouwelijke staatsburgers gaat. „We zitten absoluut in de voorhoede”, zegt zij.

Het onderzoek ‘Geweld tegen vrouwen. Europese onderzoeksgegevens in Nederlandse context’ is te lezen op www.atria.nl.

    • Danielle Pinedo