Recensie

Een witte en een zwarte dame kijven wat af

Post-apartheid door de ogen van twee knorrige oude vrouwen. De Zuid-Afrikaanse schrijfster Yewande Omotoso heeft in Die van hiernaast een verrassend perspectief gekozen. Na Omotoso’s in eigen land veelgeprezen debuut Bom Boy (2011) is deze roman haar eerste die hier is vertaald. Hoofdpersonen zijn de zwarte Hortensia James en de blanke Marion Agostino, die al twintig jaar tot wederzijds ongenoegen naast elkaar wonen in Katterijn, een chique enclave in een buitenwijk van Kaapstad. De spanningen tussen Marion en Hortensia, beiden begin tachtig, lopen hoog op als nazaten van slaven een claim indienen op de grond van Katterijn. Deze slaven kregen na hun vrijlating toestemming op de grond te blijven wonen, die ze door de Landwet van 1939 weer verloren.

Hortensia, vroeger een succesvolle ontwerper, laat geen gelegenheid onbenut om haar buurvrouw aan het slavernij-verleden te herinneren. Halverwege de twintigste eeuw was zijzelf met haar blanke man vanuit Londen eerst naar Nigeria en toen naar Zuid-Afrika verhuisd. Daar zag zij zich als enige zwarte huiseigenaar met vooroordelen geconfronteerd – het buurtcomité ‘vergeet’ haar uit te nodigen voor een vergadering.

De ergernis bij Marion komt vooral voort uit jaloezie: Hortensia woont in het eerste huis dat zij als architect bouwde en ze had het zelf willen kopen. De bitse en spitse interactie tussen beiden behoort tot het beste deel van de roman. Als Marion er prat op gaat dat zij haar bediende Agnes een huis heeft gegeven, roept Hortensia uit: ‘De Heilige Marion. De filantroop. Ga toch weg! Zoiets is niet te koop.’ Door de ouderdom krijgt hun uitwisseling van onaangenaamheden een haast ritueel karakter dat het verleden oproept maar niet verdrijft.

Het lukt Omotoso (1980) om de tegenstellingen tussen deze soms ronduit gemene vrouwen ook te nuanceren. Hortensia’s beschuldigingen van racisme komen ten dele voort uit een kleinzielige competitiedrang. Bovendien is Marions personage eveneens door het verleden getekend; het moederschap dwong haar om een veelbelovende carrière op te geven. Hoewel Omotoso’s kortaangebonden stijl goed tot z’n recht komt in de dialogen, lepelt zij de levensverhalen van beide vrouwen af en toe iets te snel op.

Aan het einde vindt enige toenadering plaats. Marion barst wel eens in tranen uit, maar Hortensia vindt dat hinderlijk. Tegen de dokter zegt ze over haar buurvrouw: ‘O, die vrouw is echt een akelig mens. Past perfect bij iemand als ik.’ Beiden maken onderdeel uit van een verleden waar niemand goed uitkomt.

    • Merel Leeman