Een veel te lompe papegaaiduiker

In de buik van een kabeljauw werd een van de eerste papegaaiduikers in Nederland gevonden.

Boven: Penseeltekening van papegaaiduiker door Aert Schouman uit 1749. Collectie Naturalis Links: Natuurgetrouw opgezette papegaaiduiker. Collectie Het Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Met de tentoonstelling ‘Koninklijk Paradijs’ brengt het Dordrechts Museum momenteel een ode aan de achttiende-eeuwse dierenschilder Aert Schouman. Vorstelijke behangselschilderingen uit Paleis Huis ten Bosch met daarop de menagerie van Willem V zijn het hoogtepunt. Vogels waren Schoumans specialiteit en voeren de boventoon. Hij beeldde het recordaantal van ruim 340 verschillende inheemse en vooral exotische soorten af. De natuurgetrouwheid die hij bereikte, maakt zijn werk niet alleen kunsthistorisch maar ook wetenschappelijk belangwekkend.

Soms echter sloeg hij de plank mis doordat hij (fout) opgezette vogels of platte huiden als model gebruikte. Een treffend voorbeeld daarvan is de penseeltekening van een ‘zeepappegaay’ (papegaaiduiker Fratercula arctica) uit de collectie van museum Naturalis. De van nature kwieke en parmantige zeevogel ziet er met zijn veel te ver naar voren geplaatste poten uit als een lompe, zwaarlijvige eend met een afwijkende snavel. Ook de zwart-witverdeling tussen onder- en bovendelen gaat mank.

Deze onzorgvuldigheid is Schouman niet kwalijk te nemen, want de zeevogel kwam intact maar niet meer helemaal fris uit de maag van een kabeljauw (Gadus morhua). Deze opmerkelijke herkomst schreef hij nauwkeurig achter op de tekening: ‘daar ik desen vogel na geteekent heb was gehaalt uyt de Rob van een Cabelyauw te dordregt op de vismarkt den 18 maart 1749’. De tekening documenteert het eerste goed gedateerde geval van deze zeevogelsoort in Nederland en de eerste keer dat de papegaaiduiker als prooi van een kabeljauw beschreven is. De roofvis voedt zich volgens de vissenliteratuur doorgaans met vis (sprot, haring), garnalen, zeekomkommers, borstelwormen en mosselen. Het duurde tot 2011 voordat bij Pacifische kabeljauwen (Gadus macrocephalus) onomstotelijk werd vastgesteld dat ze ook wel eens een zeevogel verschalken. Op een visafslag in Alaska kwamen in drie maanden tijd bij het fileren 59 kuifalken en zeekoeten deels onverteerd uit kabeljauwmagen (Marine Ornithology, 2015). Deze vogelsoorten zijn nauw verwant aan de papegaaiduiker en jagen ook onder water op vis waardoor ze in het vaarwater en in de maag van de kabeljauw terecht kunnen komen.

De hapgrage kabeljauw staat overigens in visserskringen bekend om de veelheid aan vreemde voorwerpen die hij naar binnen werkt: olieblikken, speelgoedpoppen, trouwringen, kunstgebitten, mobiele telefoons en een vibrator. In Schoumans tijd was van een dergelijke watervervuiling nog geen sprake.

Informatie over de tentoonstelling ‘Koninklijk Paradijs – Aert Schouman en de verbeelding van de natuur’: dordrechtsmuseum.nl.
    • Kees Moeliker