Opinie

    • Karel Knip

Een frontale aanval op het rolkoffergeratel

Alledaagse wetenschap De rolkoffer zal qua vormgeving weinig meer veranderen. Maar wordt het niet eens tijd die vreselijk ratelende, hardplastic wieltjes te vervangen?

Foto Koen Suyk/ANP

In 1960 maakte het ‘boodschappenwagentje’ zijn entree. Het was een innovatief geval op twee wankele wielen dat je aan een stang achter je aan moest trekken. Aardappelen, uien, stronken prei, alles kon erin. Een leuk cadeau voor moderne moeders, schreef de Bijenkorf. Stevig, handig, waterdicht.

Iedereen begreep dat bejaarden de bedoelde doelgroep waren, maar zelf weigerden ze ermee de straat op te gaan. Liever dan voor paal te staan hielden zij vast aan de oude boodschappentas.

Twintig jaar later verscheen de koffer-op-vier wielen die je lachend aan een lus achter je aan moest slepen. Je zag er alleen stewardessen mee. De koffer reed op zijn lange smalle kant en donderde om de haverklap om. Dat nekte het imago. En de koffer-met-trekstang die in de jaren negentig arriveerde leed aan hetzelfde euvel. Hij stond niet op vier maar op twee wielen, maar nog steeds was de wielbasis te smal en lag het zwaartepunt te hoog. Het waggelen was gebleven. Toch zijn er ontelbaar veel van verkocht en door de knapste koppen is nagedacht over de vraag waaróm ze steeds omvielen. ’t Kwam ook door de slome reactie van de reiziger ontdekten Surjani Suherman c.s. in 1997 (Journal of Sound and Vibration).

Het heeft lang geduurd voor men inzag dat de koffer gewoon een kwartslag gedraaid moest worden. Dan was de basis breder en lag het zwaartepunt lager. Toen dit inzicht eenmaal was ingedaald kon niets de zegentocht van de rolkoffer meer tegenhouden. Inmiddels is het vrolijke rolkoffergeratel uit geen moderne stad meer weg te denken. De rijdende koffer blijft altijd bij ons.

Even suggereerde Venetië in november 2014 de lawaaiige rolkoffers te verbieden

Hij zal ook niet veel meer veranderen, menen ergonomen en industrieel ontwerpers. Zij peinzen nog wel eens over verbetering, maar kunnen niet veel meer verzinnen. Een langere trekstang, een draaibaar handvat, grotere wielen, maar het hoeft niet per se. De bestaande ontwerpen voldoen.

Aan de vraag waarom rolkoffers zo’n teringherrie maken lijkt niemand toe te komen. Even was er paniek toen Venetië in november 2014 suggereerde lawaaiige rolkoffers voortaan te verbieden, maar dat bleek loos alarm. Niemand wil de horeca in de wielen rijden.

Waarom maken rolkoffers zoveel lawaai? Waarom hebben ze van die hardplastic pokkewieltjes terwijl de fabrikant toch net zo goed wielen met een rubberen rand hadden kunnen kiezen? Of massief rubberen wielen. Of opblaaswielen?

Op de vierde etage van de Amsterdamse Bijenkorf ligt een deel van het antwoord. Er staan vele tientallen rolkoffers uitgestald, koffers uit het duurdere segment, zeker, maar toch koffers in alle soorten en maten. Het blijkt dat veel koffers voor het sta-gemak toch maar met vier wielen zijn uitgerust, maar ook – en belangrijker – dat veel rolkofferwielen wel degelijk een rubberen loopvlak hebben. Anderzijds ontbreken de koffers met hardplastic wielen niet.

Frappant: rubberrandwielen zijn altijd als zwenkwiel uitgevoerd en hebben een plat loopvlak. Hardplastic wieltjes draaien om een vaste as. En hebben een bolrond loopvlak.

Het andere deel van de oplossing komt van de levensgevaarlijke sleepmandjes van Albert Heijn waar al die rolkofferkerels ook zo graag mee rondtrekken. Die mandjes staan op vier hardplastic wieltjes die om vaste assen draaien. Toch valt er prima mee te navigeren. Een bocht naar links, een bocht naar rechts: no problem. Met rubberen wielen op vaste assen was dit niet mogelijk geweest.

Wieltjes die om vaste assen draaien zijn altijd goedkope wieltjes. Ze moeten wel van glad, hard plastic zijn om in bochten voldoende te kunnen slippen. Ook moeten ze klein worden uitgevoerd om een te zware belasting van hun goedkope lagertjes in het bochtenwerk te voorkomen. Bijkomend voordeel van het plastic: als het lager toch vastloopt is de koffer nog redelijk te verslepen.

Ook in Amsterdam liggen de rolkoffers onder vuur:

Zou er, afgezien van de besturingsproblemen, veel verschil in rolweerstand zijn tussen harde wielen en wielen met een rubberen loopvlak? Grote wielen hebben een lagere rolweerstand dan kleine, daar is de literatuur helder over. Maar over het effect van de loopvlakhardheid is men minder eenduidig. De lage weerstand van het staal-op-staal van trams en treinen is vermaard. En bekend is dat het fietswiel lichter rijdt naarmate het harder is opgepompt. Maar vreemd genoeg is de rolweerstand van fietswielen met massief rubberen banden, zoals die uit de 19de eeuw, hoger dan die van opblaaswielen.

Een AW-proefje terzake bracht ook geen uitsluitsel. Een Meccano-wagentje met vier wielen (op twee vaste assen) werd beladen met een loden last van 3,5 kilo en kwam op een granito-aanrecht van oude snit te staan. Het geheel werd voortgetrokken met behulp van een lang stuk koordelastiek dat daarbij uitrekte van 84 tot 105 cm als de wielen van massief rubberen Meccano-banden waren voorzien. Demonteerde je de banden en zette je de wielen dus op hun metalen velgen dan kwam het wagentje pas in beweging als het elastiek tot 115 cm was uitgerekt. De rolweerstand was dus aardig toegenomen. Maar tegelijk was de wieldiameter verminderd. De neiging is groot te concluderen dat het allemaal niet veel uitmaakt. En dat het dus tijd wordt rolkoffers met hardplastic wieltjes af te schaffen.

    • Karel Knip