Opinie

    • Frits Abrahams

De schuldige plekken in Amsterdam

De tentoonstelling ‘Stad in oorlog’ in het Stadsarchief Amsterdam aan de Vijzelstraat trekt veel publiek. Ook op doordeweekse dagen drentelen er talrijke bezoekers rond, druk pratend over hun indrukken. Pregnante herinneringen aan de oorlogservaringen van familieleden komen boven.

Hoe interessant de tentoonstelling ook is, de meeste indruk maakte op mij het formidabele fotoboek dat eraan verbonden is: Stad in oorlog, Amsterdam 1940 – 1945 in foto’s, samengesteld door de historici René Kok en Erik Somers. Hun boek bevat veel meer foto’s en een royalere toelichting dan de tentoonstelling. Ze hebben in archieven zoveel onbekend materiaal opgediept dat je als lezer voortdurend op verrassingen stuit. De oorlog komt tot leven op een manier die ik me niet van andere boeken en films herinner.

Wie, zoals ik, alleen het naoorlogse Amsterdam kent, ontdekt in het boek allerlei plekken die een ‘schuldig’ verleden blijken te hebben, zoals Armando het heeft genoemd. Plekken waar zich een groot kwaad heeft voltrokken en die – dat is het navrante ervan – anno 2017 uiterlijk nauwelijks veranderd zijn.

Bommen en moffenmeiden

Over de Blauwburgwal ben ik vaak gelopen zonder te beseffen dat daar op 11 mei 1940 een verschrikking plaatsvond toen een Duits vliegtuig er twee bommen liet vallen. Twaalf huizen werden weggevaagd, vierenveertig burgers kwamen om het leven. Cas Oorthuys fotografeerde het indringend.

Regelmatig kom ik op de Brouwersgracht, waar op het bordes van nr. 33 op 7 of 8 mei 1945 een met teer besmeerde ‘moffenmeid’ tussen lachende omstanders een portret van Hitler omhoog moest houden. En langs de Lijnbaansgracht, ook in de Jordaan, konden Amsterdammers op 7 maart 1943 aangemeerde dekschuiten, gevuld met spullen van Joodse gedeporteerden, leeghalen; de foto laat zien dat er veel belangstelling voor was. Al die plekken herken ik bijna tachtig jaar later met één oogopslag. Het is alsof die oorlog pas gisteren ophield – en morgen weer kan beginnen.

Ogenschijnlijk ‘onschuldige’ foto’s kunnen een onzichtbaar kwaad bevatten dat zich pas later openbaarde. We zien een foto van twee gedistingeerde heren met hoed en in lange winterjassen, die de ‘Jodenmarkt’ op het Waterlooplein bezoeken. Ze lachen opgetogen, de omstanders weten niet wie zij zijn. Eén van hen is Hans Böhmcker, rechterhand van Rijkscommissaris Seyss-Inquart. Böhmcker bereidt zich hier voor op zijn nieuwe taak: de oplossing van het ‘Jodenvraagstuk’.

Door zijn maatregelen, zoals registratie van alle Joodse inwoners, zullen de deportaties in 1942 en 1943 vlekkeloos verlopen. Dus die twee mannen op de foto lopen vrolijk rond terwijl ze weten: jullie gaan er allemaal aan. Zo vermomt zich het kwaad.

Heinrich Himmler, leider van de SS, zien we op 18 mei 1942 op het IJsclubterrein (nu het Museumplein) met gestrekte rechterarm het Nederlandse Politiebataljon inspecteren. Op de achtergrond torent fier het Rijksmuseum. Himmler was in Nederland om met prominente nazi’s als Lages en Aus der Fünten de deportatieplannen te bespreken. Eichmann was al een maandje eerder langs geweest met de boodschap uit Berlijn: deze zomer moet het beginnen.

‘Stad in oorlog’ is een onmisbaar boek voor wie die oorlog niet kan of wil vergeten.

    • Frits Abrahams