Balkanlandje raakt bekneld tussen NAVO en Rusland

Montenegro Montenegro is bijna NAVO-lid. Rusland zou dat met een couppoging hebben willen tegenhouden. Instabiliteit dreigt in het Balkanland. „Wij liggen in de vuurlinie”.

Oppositieleiders Milan Knezevic (L) en Andrija Mandic zwaaien naar supporters die voor de politie staan. Ze wachten op de opheffing van hun immuniteit. Foto’s Pierre Crom

„Dit is het paradijs”, zegt Marat Guelman. Vanuit zijn flat in een luxe-woningcomplex kijkt de Russische kunstpaus, voormalig bestuurder bij het grootste staatstelevisiekanaal, consultant van het Kremlin en inmiddels fors criticus van president Vladimir Poetin, uit over de glinsterende Baai van Budva. Natuurstenen trappen, afgezoomd met naaldbomen, leiden naar een privé-strand bij de Adriatische Zee.

De 56-jarige Guelman, geboren in de Moldavische hoofdstad Chisinau, is opgetogen over zijn nieuwe thuishaven Montenegro. Ook al loop je tussen de tienduizenden Russen die vastgoed kochten en zaken doen in het landje van 620.000 inwoners wel eens „ex-KGB-types” tegen het lijf: in Budva is het gezelliger én apolitieker dan in Moskou. „Dit is misschien wel de enige plaats ter wereld waar Oekraïeners en Russen vrienden zijn.”

In zijn ‘kunstenaarsgemeenschap’ werkt Guelman samen met beroemde artiesten, zoals punkprotestgroep Pussy Riot of performancekunstenaar Marina Abramovic.

Willen Russische inlichtingendiensten chaos zaaien in dit paradijs – dat op het punt staat toe te treden tot de NAVO? Op 16 oktober vorig jaar, de avond voor de parlementaire verkiezingen, arresteerden de Montegrijnse autoriteiten twintig Servische nationalisten. De mannen waren volgens aanklager Milivoje Katnic onderdeel van een groep samenzweerders die, verkleed als politie-agenten, een bloedbad wilden aanrichten in het parlement, premier Milo Djukanovic (55) wilden vermoorden en pro-Russische oppositie aan de macht wilden brengen.

Milo Djukanovic. Foto Roeland Termote

Aanvankelijk opperde Katnic dat Russische nationalisten de actie aanstuurden. Nu claimt hij op tv te kunnen „bewijzen dat Russische staatsorganen betrokken waren.” Westerse overheids- en inlichtingenbronnen suggereren betrokkenheid van Russische agenten. Kremlin-woordvoerder Dimitri Peskov noemde de Montenegrijnse beschuldigingen „absurd”.

Het gebrek aan publiek toegankelijke bewijzen maakt het onmogelijk te verifiëren wat er klopt van de beschuldigingen. Maar ze maken duidelijk dat Montenegro, dat in 2006 onafhankelijk werd van Servië, een frontstaat is geworden in de strijd om invloedssferen tussen Rusland en het Westen.

De havens van Bar en Kotor

Volgens aanklager Katnic was het doel van de couppoging de NAVO-toetreding te fnuiken. Met de 29e lidstaat zou de NAVO de havens van Bar en Kotor inlijven en vrijwel de hele noordelijke Middellandse Zee-kust omsluiten.

Drie NAVO-landen, Nederland, Spanje en de VS, moeten het Montenegrijnse toetredingsprotocol nog ratificeren. De verwachting is dat dit gebeurt voor de NAVO-top in mei. „De toetredingsprocedure van Montenegro staat op de rails”, verzekert een NAVO-functionaris. Amerikaanse waarnemers geloven dat alleen druk van de onvoorspelbare president Donald Trump nog roet in het eten kan gooien.

„Ik denk dat Rusland een signaal afgeeft aan de NAVO en de EU”, zegt het doelwit van de couppoging, de intussen als premier afgetreden Milo Djukanovic.

„De boodschap dat het niet mogelijk zal zijn voor hen om verder uit te breiden, in de richting van de Balkan of vanuit de Balkan, zonder instemming van Rusland. Wij liggen toevallig in de vuurlinie.”

Djukanovic, een meter zesennegentig, krokodillenleren schoenen, houdt in Montenegro al meer dan een kwarteeuw de touwtjes in handen. Hij doet dat afwisselend als premier, president en partijchef van de regerende Democratische Partij van Socialisten (DPS).

Andrija Mandic. Foto Roeland Termote

Hij ontvangt in zijn partijkantoor met wijnrode gecapitonneerde deuren, gevestigd in een balkvormig communistisch ruimteschip in staal en wit beton. De nasleep van de couppoging heeft voor hem goed uitgepakt. Te midden van de consternatie won zijn partij opnieuw de verkiezingen. De oppositie – die de kiezers een samenwerking tussen de overwegend pro-Servische en pro-Russische partijen van het Democratisch Front (DF) en kleinere gematigde partijen in het vooruitzicht had gesteld — achtte de stembusgang oneerlijk en riep een parlementaire boycot uit. De assemblée dient sindsdien als stemmachine.

Vorige week hief de regeringscoalitie, op verzoek van de aanklager, de immuniteit op van twee partijleiders van het Democratisch Front. Zij waren volgens Katnic betrokken bij de staatsgreep – als organisatoren van een demonstratie die als dekmantel zou dienen voor de coupplegers.

„Ik ben onschuldig en niet bang”, zegt Andrija Mandic, een van de twee beschuldigden, in zijn kantoor dat vol hangt met Servische vlaggen en iconen. Zijn partij, gericht op de bijna 30 procent etnische Serviërs in het land, ondertekende een samenwerkingsakkoord met Poetins Verenigd Rusland over een „militair neutraal gebied” in de Balkan. Maar een staatsgreep? Mandic beticht deDPS van Djukanovic van het manipuleren van justitie. Hij waarschuwt voor „schermutselingen” en stuurde een brief naar Trumps adviseur Steve Bannon met argumenten tegen het NAVO-lidmaatschap.

De “Moeders van Montenegro” hebben de nacht doorgebracht buiten het overheidsgebouw. Vrouwen uit het hele land demonstreren tegen het korten van uitkeringen. De demonstratie wordt door de oppositie gesteund. Foto Pierre Crom

Wedden op twee paarden

Ranko Krivokapic is leider van een centrum-linkse pro-NAVO-partij en ex-coalitiepartner van Djukanovic. Hij ziet de wederzijdse beschuldigingen tussen de Montenegrijnse hoofdstad Podgorica en Moskou als een complexe episode in „het ontbinden van een huwelijk” tussen de DPS en oude connecties in de Russische politiek en zakenwereld. „Djukanovic wedde in het verleden altijd op twee paarden.” Ooit was hij bondgenoot van de Servische oorlogspresident Slobodan Milosevic, later werd hij Montenegrijns nationalist. Na een korte periode van vooral economische toenadering, raakte de pro-westerse DPS weer op ramkoers met Rusland.

Oppositiepartijen beschuldigen Djukanovic met de overheid om te gaan als persoonlijk bezit. Zijn broer is hoofdaandeelhouder van een van de grootste banken van het land, en de minister van Financiën bestuurslid. De bank bleef in de financiële crisis overeind dankzij tientallen miljoenen euro’s staatssteun.

Met het land gaat het intussen belabberd: Montenegro groeide de afgelopen decennia uit tot een toevluchtsoord voor internationale criminelen en spil van sigaretten- en drugssmokkel. Moorden en schietpartijen tussen drugsbendes schrikten in 2016 de badplaats Kotor op. Op de wereldwijde corruptieperceptie-ranglijst van Transparency International staat het ministaatje op positie 64. Nederland staat op 8.

Journalisten zijn doelwit, zoals blijkt uit de moord op de hoofdredacteur van de krant Dan in 2004 en een bomaanslag op de kantoren van de krant Vijesti in 2013. Montenegro is 106e op de persvrijheidsindex van Reporters zonder Grenzen.

Omgeving van een bauxietmijn bij Niksic. De grondstof wordt gebruiken voor het produceren van aluminium. Niksic, een vervallen industriele stad, is het bolwerk van de oppositie. Foto Pierre Crom

Dieven of nationalisten

De weg naar Niksic, tweede stad van het land en thuishaven van Djukanovic, loopt door een vallei met besneeuwde pieken. In de berm ligt vuilnis. Een roestige afgedankte treinwagon heet bezoekers welkom in de verpieterde industriestad.

Na de aanhoudingsbevelen tegen de DF-leiders, besloot de voltallige oppositie hier de lokale verkiezingen van 12 maart te boycotten: de inwoners kunnen alleen stemmen op regeringspartijen. „De regerende partij heeft het land ingepalmd”, zegt Dragan op het rafelige stadsplein. „Maar ik hou ook niet van de oppositie.” Het Democratisch Front wordt door veel Montenegrijnen gezien als een groep Servische oproerkraaiers.

Zijn familienaam wil Dragan niet in de media: „Wat als iemand dit leest? Niets gaat in dit land zonder partijsteun.”

Maar als afgedankte ingenieur in de onttakelde lokale staalindustrie, heeft de 58-jarige tijd om even te blijven hangen, net als de tientallen andere mannen op het plein. „De staat is arm, werkloze jongeren trekken weg.”

„Het sfeertje in de lucht herinnert aan de oorlogstijd van de jaren negentig,” zegt Nikola Kocalo, eigenaar van een handel in bouwmaterialen.

„Maar toen vochten mensen makkelijker. Nu herinneren ze zich de slechte ervaringen. Vooral jongeren beseffen het probleem van onze politiek: het valse dilemma tussen nationalisten en dieven.”

Het NAVO-lidmaatschap van Montenegro, verklaarde NAVO secretaris-generaal Jens Stoltenberg eind januari, „zal een helder signaal van stabiliteit en veiligheid naar de hele regio zenden, wat de basis is voor welvaart.” In Niksic heeft hij nog werk te doen.

    • Roeland Termote