Avontuurlijke gerechten, maar nog veel werk aan de winkel

Foto Rien Zilvold

Eten in een voormalig pathologisch laboratorium… je fantasie kan ervan op hol slaan, beelden van gerechten die je op je bord tot op het bot moet ontleden, dat soort fratsen. Niets is minder waar, restaurant Strangelove is mens- en diervriendelijk. Alleen de apparatuur die pontificaal in de zaak hangt, doet nog denken aan de praktijk van weleer. Tel daarbij op de functies van het gebouw waarin het gehuisvest is, de creatieve hub Lab111 op het WG-terrein, en je weet dat het met het culturele gehalte van de plek wel goed zit. Sinds eind vorig jaar is de kok van Pllek aangetrokken om de keuken te leiden; ze werken hier met duurzame producten, vertelt de kaart.

Die kaart – de naam Strangelove verwijst trouwens naar een zwartwitfilm van Stanley Kubrick uit 1964 – is klein maar dapper. Er staan nogal wat avontuurlijke gerechten op, zeg maar gerust: creatief. We nemen een driegangenmenu (34,-), een van ons is flexitariër en eet vandaag dus geen vis of vlees. Het oog valt automatisch op de salade van heirloom-tomaten met schorsenerencrème en schuim van sereh. Heirloom-tomaten zijn oude, vaak vergeten rassen die door kwekers generaties lang bewaard zijn gebleven vanwege de bijzondere smaak. De tomaten in ons voorgerecht smaken echter slap en waterig en de croutons lijken uit een zakje te komen. Niks mis met zo’n simpel gerechtje, maar dan moeten alle ingrediënten wel perfect zijn. De ander neemt millefeuille met zuurkool en gerookte sockeye-zalm met appelchips, siroop van ahorn en balsamico. Best lekker, maar op het bord ziet het er lomp uit, de rooksmaak van de zalm domineert en de zuurkool kunnen we niet terugvinden, vreemd.

Ondertussen vergeet de bediening de wijn die we bij de voorgerechten besteld hebben en zitten we op een droogje. Even later, bij het uitserveren van de hoofdgerechten, hoest diezelfde dame nog net niet recht over onze borden heen; we wendden gauw het hoofd af, oeps, wat een fouten.

De hoofdgerechten smaken beter. De geroosterde wilde paddenstoelen met wittebonencrème, parmezaan en bietenchips is lekker, zalvend. Vooral de wittebonencrème kan ons bekoren. Wat een heerlijk wintergerecht! Het wildzwijnstoofpotje met bokbier, huisgemaakte frieten en groene kool met salie en zilveruitjes is lekker pittig, de ingekookte jus met bier is heerlijk, maar supermals is het vlees niet. Ook vinden wij zo’n zak frieten op het bord – overigens wel lekker bruin en knapperig – nogal lomp; dit kan zoveel beter. Een puree in plaats van frieten had trouwens beter gepast bij de wildschotel.

Er is een uur voorbij en we hebben al twee gangen achter de knopen, dus besluiten we tot een kleine pauze en een extra kaasgang (supplement 10,-). We drinken uitstekende wijnen, bij Strangelove worden er veel per glas geschonken, zoals een smakelijke grauburgunder (5,-), een beaujolais van Chateau Cambon (6,50) – altijd een voltreffer – en pinot noir uit de Bourgogne (6,50). De kaas, vier rauwmelkse van Nederlandse bodem, is uitstekend, precies goed gerijpt, alleen de creamcrackers zijn een beetje lullig.

Ten slotte delen we een stuk Ian’s Blueberry cheesecake met lavendelmeringue en lemoncress en nemen er een espresso bij. De taart is mierzoet, zoals desserts in Nederlandse restaurants bijna altijd (te) zoet zijn, maar lekker is de lemoncress die wat citrus- en anijssmaak meegeeft.

Strangelove is een zaak met restaurantambities en dito prijzen, maar het eten en de bediening zijn van eetcafé-niveau. Debet daaraan is deze avond ongetwijfeld dat beneden een fototentoonstelling is die hordes studenten aantrekt, studenten die vrolijk staan te borrelen in de zaak. Gelukkig is de sfeer fijn, de inrichting prettig eenvoudig, de muziek leuk en iedereen vriendelijk. Dat stemt mild. Maar het kan niet verhullen dat er nog vreselijk veel werk aan de winkel is.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.
    • Petra Possel