Alleen de echte vluchteling is welkom

NRC Buurtonderzoek: migratie

Immigratie heeft de Nederlandse samenleving ontegenzeggelijk veranderd, zeggen bewoners van drie buurten. Voorbeelden te over. Maar je moet het ook niet overdrijven. „Mensen geloven alles zonder nadenken.”

Vrijwilliger Joyce Westendorp met een buurtbewoner in de wijkwinkel van Biesdonk, Breda. Foto's David van Dam

Joyce Westendorp werkt vrijwillig in de wijkwinkel in Biesdonk, in Breda-Noord. Daar „verbindt” ze elke dag bevolkingsgroepen in deze multiculturele wijk („92 nationaliteiten”). Maar denk je nou echt dat ze in haar eentje de naastgelegen wijk Geeren-Zuid zou binnenwandelen? Ze is een transgender met een vrouwenlichaam en een stoppelbaard. De jonge moslims in die wijk zouden weinig van haar heel laten, vreest ze.

Dertiger Nasser, die uren met vrienden in brasserie Edmiral koffie zit te drinken, is moslim. Als hij in Biesdonk een straatje inloopt en van de andere kant twee vrouwen ziet komen, begint hij al van vijftig meter afstand ‘goeiedag’ te roepen, anders konden ze wel eens bang voor hem worden.

Nee, je hoeft deze twee niet te vragen of immigratie de Nederlandse samenleving heeft veranderd. Heel erg. Aan alle kanten.

Dat was de vraag waarmee we op pad gingen. In drie buurten verspreid over Nederland (in de gemeenten Breda, Lansingerland en Emmen) spraken we een kleine veertig mensen over immigratie, de komst van vluchtelingen, cultuurverschillen en de islam. Beïnvloeden hun ideeën hun stemgedrag?

De drie buurten verschillen sterk. De Bomenbuurt in Bleiswijk, nabij Zoetermeer, is een relatief „witte” wijk met zo’n tien procent niet-westerse migranten. Maar de kinderrijke buurt met woonerven, groenstroken en aangeharkte tuintjes, is de afgelopen twee, drie jaar nogal veranderd: ouderen zijn vertrokken en in hun huizen plaatste de gemeente Langsingerland vluchtelingengezinnen.

Klazienaveen-Zuid, nabij Emmen, is een voormalige veenkolonie. Aan weerszijden van het Van Echtenskanaal wonen relatief veel ouderen, het maandinkomen ligt tussen de 2.000 en 2.500 euro. Hier kom je nauwelijks niet-westerse migranten tegen. De Drenten zijn kort van stof, zelfs van de plaatsnamen die ze noemen halen ze nog lettergrepen af: Tapel (Ter Apel), Nieuwdordt (Nieuw Dordrecht).

In Biesdonk (Breda-Noord) liggen stroken rijtjeshuizen uit de jaren vijftig tussen hoge flats. Hier wonen tussen de dertig en veertig procent niet-westerse allochtonen; in de wijk ernaast (Geeren-Zuid) is dat zestig procent.

Een half schaap

De komst van relatief grote groepen vluchtelingen spreekt tot vrijwel ieders verbeelding, al heeft lang niet iedereen er persoonlijk mee te maken. In Biesdonk, Breda, wordt het minst over vluchtelingen gezegd, maar dat is omdat de gesprekken in de gemêleerde wijk vaak over „buitenlanders” in het algemeen gaan. Vluchtelingen vallen er nauwelijks op.

In Klazienaveen kent men de vluchtelingen vooral van de televisie, of van de berichten over ‘Tapel’, waar het aanmeldcentrum ligt en waar kansloze asielzoekers (zonder recht op asiel) voor overlast en criminaliteit zouden zorgen. In beide buurten hoor je steeds hetzelfde: „Echte vluchtelingen zijn welkom, maar niet mensen die alleen maar op de Nederlandse voorzieningen afkomen.”

In de Bomenbuurt in Bleiswijk zíen bewoners vluchtelingengezinnen komen, maar ze spreken hen lang niet allemaal. Kitty van Stipriaan (65) wilde een gezin met Koninginnedag oranje tompoezen brengen. Ze deed het niet. Ze zouden het ook gek hebben gevonden, denkt ze.

Khadija Bouhaulu (27) heeft wel contact met Syriërs in de wijk en schonk met het offerfeest een half schaap aan een Syrisch gezin. „De integratie gaat vast snel. De meesten willen graag werken. Veel willen ook terug, trouwens.”

Voormalig cameraman Yaseer Ahmad kwam tweeënhalf jaar geleden uit Syrië naar Nederland, zijn vrouw en drie jonge kinderen reisden hem vorig jaar na. Hij vindt „alle Nederlandse mensen leuk”. Zijn Nederlandse buurman heeft een tuinhek voor het gezin gekocht en helpen bevestigen. Met andere Syriërs heeft hij nauwelijks contact. „Die willen altijd over politiek praten. Maar ik wil geen ruzie.”

Zijn overbuurman is minder enthousiast over vluchtelingen dan Ahmad over Nederlanders, al vindt hij Ahmad nou juist weer een uitzondering. „Een keurig gezin.” John Renirie (64) woont sinds 1982 heerlijk in de Bomenbuurt. Prettige, ruime huizen, splinternieuw destijds. Tuintje voor, tuintje achter. Maar het fijne wonen is veranderd sinds de komst van veel „buitenlanders” de afgelopen jaren. „Die mensen hebben hun eigen regels”, zegt Renirie, terwijl hij zijn auto wast. Zijn buurman Richard Schneider (70) komt naar buiten. Renirie: „Ik ben net aan het vertellen hoe de buurt achteruit is gegaan. Ik heb niets tegen buitenlanders, maar ze moeten zich wel aan de regels houden.”

In hun straat zijn de laatste jaren enkelegezinnen met Ethiopische vluchtelingen geplaatst. Die mensen komen uit het stenen tijdperk, zegt Schneider. „Ze hebben geen flauw idee van het leven in Nederland. Waar gaan ze straks hun geld mee verdienen? Wat gaan ze doen?”

Schneider heeft zelf zo’n gezin naast zich, vertelt hij later met zijn buurman aan de keukentafel. En hij helpt ze waar hij kan. Hij moet wel, zegt hij, want ze kunnen niet lezen, en dus al helemaal niet de toeslagen aanvragen waar ze recht op hebben. „En dat zijn er nogal wat.”

„Ja, en dan sta jij keihard te werken voor je loontje”, zegt Renirie, die een witgoedzaak heeft in Bergschenhoek.

De moeder van Laura van Os (20) uit Klazienaveen heeft Syrische buren. „Die krijgen een koelkast van de gemeente, ze krijgen autorijlessen. En Nederlanders hebben intussen niks te makken.”

Een 62-jarige dorpsgenoot die niet met haar naam in de krant wil, weet het zeker: „Mensen zoals wij krijgen geen werk of huis door hen.” Zij is nierpatiënt en kreeg voorheen jaarlijks 1.000 euro aan voorzieningen voor bewassing en andere onkosten. Dit jaar kan ze 35 euro krijgen. Op de vraag of die bezuiniging iets met vluchtelingen of migranten te maken heeft, zegt ze: „Mijn gevoel zegt me dat het daardoor komt.” Buitenlanders worden voorgetrokken, vindt ze. „Straks moeten wij ú tegen hen zeggen, en zij zeggen jij tegen ons.”

Het meest rechts

Migranten of kinderen van migranten zijn zelf ook vaak somber. Niet over de eigen integratie maar wel over het „negatieve klimaat”.

Nasser en Ahmed drinken urenlang koffie in Edmiral in het winkelcentrum van Biesdonk. Ahmed kijkt op zijn telefoon, Nasser tuurt uit het raam. Het is allemaal veranderd sinds de aanslagen in september 2001. „Ik was aan het trainen bij RBC”, zegt Nasser. „Ik was aan het werken bij de pizzeria”, zegt Ahmed. „Ik wist helemaal niet wat terrorisme was”, zegt Nasser.

Onze kinderen beginnen een hekel te krijgen aan Nederlanders - Nasser bewoner Biesdonk, Breda

Ahmed gelooft trouwens niks van de gebruikelijke lezing van deze aanslagen of van de achtergrond van IS. Dat zijn geen moslims, denkt hij. „Als ik mijn geloof groter wil maken, dan pleeg ik toch geen aanslagen waardoor iedereen dat geloof met argwaan beziet?” En wist je niet dat er helemaal geen Saoedisch geld zit achter IS, maar dat ze worden gefinancierd en gesteund door de Amerikanen en Israëliërs?

Net als generaties immigranten stemden Ahmed en Nasser tot nog toe op de PvdA. „Maar die is het meest rechts geworden. Ze hadden nooit moeten samenwerken met de VVD. Als je binnen vier jaar een miljoen kiezers wilt wegjagen, dan moet je het doen zoals zij het hebben gedaan.” GroenLinks is beter, zegt Nasser.

Ze zijn allebei werkloos en ervaren hun etnische achtergrond als hinderpaal voor hun carrière. „Mensen willen van mij geen pizza’s meer”, zegt Ahmed.

Nasser werkte in het jeugdwerk, maar zijn baan werd wegbezuinigd. „Tsja, als je geld naar Griekenland stuurt, dan houd je niet meer over voor het jeugdwerk in Tilburg.” Vroeger zaten er twee à drie mensen in de wachtkamer van het arbeidsbureau. Nu lopen er honderden. En iedereen wordt domweg doorverwezen naar de terminals die daar staan en moet op internet maar een baantje zoeken.

„Ze nemen eerder Polen en Roemenen aan dan Ahmed of Mohammed, zelfs als die hier geboren zijn”, zegt Ahmed.

Ze maken zich zorgen over de toekomst van hun kinderen. „Die gaan het alleen maar moeilijker krijgen. Sowieso. Onze kinderen zien dat ze hier worden gediscrimineerd. Op school worden ze lager ingeschat dan blonde klasgenootjes. Ze beginnen een hekel te krijgen aan Nederlanders. En als ouder sta je machteloos.”

Flat in wijk Biesdonk in Breda.
David van Dam
Flat in wijk Biesdonk in Breda
David van Dam
Joyce Westendorp van wijkwinkel Hoge Vucht in Breda.
David van Dam
De maquette met incidenten in wijkwinkel Hoge Vucht in Breda.
David van Dam
Flat in wijk Biesdonk in Breda.
David van Dam
Joyce Westendorp in wijkwinkel Hoge Vuchte Biesdonk Breda
David van Dam

Afrikaans panorama

In de wijkwinkel van Biesdonk, in de plint van het winkelcentrum, staat een tafelbrede maquette van Breda-Noord. Vlaggetjes in vier kleuren duiden de problemen ter plaatse aan. Naalden gevonden in een plantsoentje. Brommers van bezorgers op de stoep bij de pizzeria. Verdachte activiteiten. Chris Mulder en Joyce Westendorp schenken thee en koffie aan mensen die binnenwaaien, tientallen per dag. Ze horen heftige verhalen, zegt Mulder. „In de drie maanden dat de wijkwinkel nu open is, hebben we 15 à 16 verhalen verzameld van ouderen die met (grof) geweld te maken hebben gekregen.”

De smeltkroes – „dat heeft positieve en negatieve kanten”. Mulder wijst op de kunstwerken die aan de muur hangen, gemaakt door buurtbewoners: Turkse, Afghaanse, Surinaamse, Nederlandse kunst. Op de bank zit een man uit Ghana die net een Afrikaans panorama tegen de muur heeft gezet. Dat is positief. Maar het gaat langer over de negatieve kanten.

Een jonge kunstenaar die niet met haar naam in de krant wil, is elke dag even in de wijkwinkel. Tot voor kort kwam ze de deur niet uit na een reeks ellendige ervaringen met mannen van vooral Noord-Afrikaanse origine. Het varieerde van aanspreken of nafluiten tot bedreiging. Ze vertelt over een collega op haar werk die haar bleef benaderen, tot ze een verlovingsring liet zien. Was geen verlovingsring, ze zei dat om hem af te schrikken. Toen hij dat hoorde van andere collega’s werd hij agressief.

Uiteindelijk reed hij met een steekwagen tegen haar benen en gaf haar aan bij de leiding omdat zij hem racistisch zou hebben bejegend. Maar zij had een getuige en toen ze haar gehavende schenen liet zien, werd de opdringerige collega ontslagen. „Het zijn nooit Nederlandse of westerse mannen”, zegt ze.

Angela Nijhuis (48), die met haar dochter Fabienne van Peer (20) bij de Multivlaai koffie drinkt, heeft haar hele leven in Biesdonk gewoond. Ze is kort geleden verhuisd naar een andere wijk in Breda maar doet er nog steeds haar boodschappen. Haar twee dochters zijn er opgegroeid met allerlei culturen en „zijn daar niet verkeerd van geworden”. Vooral op de middelbare school was het handig dat ze met iedereen om konden gaan, zegt ze.

Mensen van buiten Biesdonk zeggen dat er alleen maar hoofddoeken wonen, zegt Nijhuis. „Dan zeg ik: kom eens kijken. Het zijn normale mensen, met een baan en een gezin. Wat maakt het uit waar je je pantoffels onder tafel hebt staan.” Over vluchtelingen zegt ze dat ze er drie heeft zien langslopen. Jonge mannen. Ze is het met haar vader eens die altijd zegt: „Als elke gemeente één gezin opneemt, dan worden die door de Nederlanders gesocialiseerd.” Nu worden vluchtelingen te veel bij elkaar gezet, dat geeft gesodemieter, zegt ze. „Ze hoeven niet terug, maar ze moeten wel helpen. En als ze iets uitvreten dan tiefen ze maar op.”

Familie Schneider.

David van Dam
Bomenbuurt in Bleiswijk.
David van Dam
Keuken van de familie Schneider.
David van Dam
Portret familie Ahmad: vader Yaseer, moeder Hanan, zoontjes Ammar (oudste) en Bashar en dochter Sham.
David van Dam
Portret familie Ahmad, vader Yaseer, zoontjes Ammar (oudste) en Bashar en dochter Sham.

David van Dam
Bomenbuurt in Bleiswijk.
David van Dam
Familie Schneider en familie Ahmad in de Bomenbuurt in Bleiswijk
David van Dam

Ons kent ons

Er zijn ook mensen die uitgesproken positief zijn over migratie, vaak mensen die zelf veel contact hebben met mensen met een niet-Nederlandse achtergrond. Famke (30) uit Breda, die niet met haar achternaam in de krant wil wegens problemen met haar ex-man, heeft bewust gekozen voor een multiculti-wijk. Haar zoon heeft ze op een gemengde school geplaatst. In het buurthuis geniet ze van feesten en maaltijden met allerlei culturen. Ze voelt zich hier veilig, „ons kent ons”. Een paar vrienden zijn moslim. Het mooie van hun cultuur, zegt ze: „Alles voor de familie, de gastvrijheid.”

Jaap Siegers (68) uit Klazienaveen, een goed verzorgde pensionado met wit haar en een staalblauw, modieus windjack: „Ik kijk er positief tegenaan.” Als hij zegt dat Nederland is veranderd door de migratie en de instroom van vluchtelingen, bedoelt hij dat Nederlanders zich negatief opstellen. „Ik heb wel eens de indruk dat de mensen die er niks van aan den lijve ondervinden, het meest boos zijn.”

Jan Bijl (42), die bij de Rabobank in Klazienaveen staat te pinnen: „Je durft haast niet meer te zeggen: het valt wel mee.” Hij heeft jarenlang in de tuinbouw met Polen gewerkt en ergert zich aan het algemene oordeel: zuipers. „Mijn oordeel luidt: het zijn geweldige mensen die hun best doen om bij Nederland te horen.”

Voor Mihamed Ahidar (47) uit Breda is het rondkomen van één salaris met zijn vrouw en dochtertje een veel belangrijker item dan integratie. Hij werkt in een sauzenfabriek en heeft toevallig een vrije dag. Ahidar maakt zich alleen écht zorgen om de orthodoxe islam. „Die strenge moslims die een baard laten groeien. Dat vind ik jammer. Waarom zo streng? Zo voel ik dat niet. Ik ben moslim maar ik help niet alleen moslims, ik help iedereen. Zo hoort dat ook als moslim. Je moet respect hebben voor iedereen, moslim en niet-moslim.”

Ze hoeven niet terug, maar ze moeten wel helpen - Angela Nijhuis ex-bewoner Biesdonk, Breda

Een vrouw van 78 uit Bleiswijk, die niet met haar naam in de krant wil en migranten als verrijking ziet („Wij moeten onze wil niet aan hen opleggen en zij niet aan ons”) zegt niet bang te zijn voor islamisering. Orthodoxen zijn star „maar die heb je ook in de biblebelt”. Ze vindt „te veel mensen bang, vooral omdat ze zich niet verdiepen. Ze geloven alles zonder nadenken.”

„Zolang geloof bestaat, zal er strijd zijn”, zegt Jan Vos (30) uit Klazienaveen. Zelf is hij niet gelovig en dat verklaart misschien de laconieke houding die hij en ook andere Drenten aannemen. Zelfs de vrouw die anoniem afgeeft op de vluchtelingen, haalt de schouders op als haar naar de islam wordt gevraagd: „Iedereen moet zijn eigen ding doen qua geloof.”

Nederlandse moslims beschouw ik natuurlijk als Nederlanders, zegt Liselotte Wilbrink (18) uit de Bomenbuurt. „We hebben veel moslims op school, ook vrienden van mij. Waarom wordt een Aziaat wel geaccepteerd en een Marokkaan niet? En ja, je hebt van die schoffies, dat hoort bij de leeftijd en ze worden ook anders opgevoed. Het is een andere cultuur.”

Daar denken de ‘schoffies’ in winkelcentrum Hoge Vucht in Biesdonk net zo over. Zij zien het winkelcentrum als „tweede huis”, waar ze graag in groepjes rondhangen. Ze doen niet veel meer dan „een beetje duwen en trekken”, zeggen Ferdy (15, ouders komen uit Turkije) en Louay (13, ouders komen uit Marokko). „Oké, soms maken we ook wat lawaai”, zegt Ferdy. Hij heeft begrepen dat sommige mensen zich daardoor geïntimideerd voelen, vooral als ze met een grote groep zijn.

Liselotte Wilbrink is niet bang voor moslims, maar wel voor een aanslag. „Als ik uitga in Rotterdam in een nachtclub, dat er dan zoiets gebeurt als in Istanbul. Dat kan toch? Dat ze gaan schieten zonder dat ze iets over mij weten. Ik weet dat het niet goed te bestrijden is. Je kan harde maatregelen gaan nemen, maar ja, dat kan het ook juist erger maken.”

Het is een dilemma

Voor de meeste geïnterviewden is migratie niet bepalend voor het stemgedrag. Andere onderwerpen wegen zwaarder: zorg, ouderenzorg vooral, maar ook arbeidsmarkt en economie. Niemand noemt het milieu. Niemand noemt onderwijs.

Alleen degenen die heel uitgesproken tegen de komst van vluchtelingen zijn, die zich zorgen maken over migranten en over de islam in het bijzonder, stemmen op de PVV („Echt! Echt!”) of overwegen dat, zoals de belaagde kunstenaar in Biesdonk. Het is een dilemma, zegt ze. „Ik wil niet dat de pleuris hier uitbreekt. Aan de andere kant, Wilders is wel stevig.”

    • Sheila Kamerman
    • Bas Blokker