Recensie

Wat bezielt de kiezer in hemelsnaam?

Schrijvers en zijn van slag door Wilders en Trump. Van beide schrijvers verscheen een boekje waarin ze de lezer proberen mee te nemen op hun zoektocht naar wat er toch in hemelsnaam aan de hand is.

Foto Remko de Waal/ANP

Luyendijk schrijft in Kunnen we praten: “Bijna twintig jaar werk ik nu als schrijver in de journalistiek en sinds de verkiezing van Donald Trump afgelopen november ben ik echt in verwarring.”

H.M. van den Brink legt op zijn beurt uit in Koning Wilders: “Wanneer was het begonnen, die rare opwinding bij het vernemen van het nieuws? De neiging om me echt kwaad te maken, met opeengeklemde kaken en rode konen en driftig gemompel, een gedoe waar ik mijzelf oprecht voor geneerde.”

Beide boekjes zijn in een avond te lezen (allebei rond de negentig pagina’s) en laten elk een ander soort reactie op Wilders zien. H.M. van den Brink in Koning Wilders verbaast zich vooral: over de sprookjes waar Nederlanders zich aan vastgrijpen en de stelligheid waarmee de kiezers zich verschansen. Hij verwondert zich daarover terwijl hij een aantal keer de Efteling bezoekt, het land van de sprookjes en een van de favoriete plekken van Geert Wilders (en het blijkt bovendien dat slechts zes procent van de Nederlanders nog nooit in de Efteling is geweest). De Efteling is volgens H.M van den Brink het mooiste en het slechtste wat Nederland te bieden heeft.

Van den Brink is kritisch op alle politici, niet alleen op Wilders, maar begrijpt vooral niet hoe het publiek zich zo laat meeslepen door het nepnieuws, de trollen en de nostalgie. De Efteling is een goed decor voor zulke verwondering, met attracties als de Fata Morgana en Monsieur Cannibale. Om de Nederlandse verwarring aan te geven had het vermoedelijk volstaan om de attracties te beschrijven, zoals die ene waar je in een ketel rondjes draait rond een gekleurde kannibaal met een bot door zijn neus. Het zijn sprookjes die Nederland nu gek maken, maar het zijn volgens Van den Brink ook juist sprookjes die een uitweg bieden, met fantasie en dubbelzinnigheden. ‘Besef dat sprookjes meerdere waarheden kunnen bevatten en wees niet teleurgesteld wanneer het vastloopt in de ingewikkelde werkelijkheid.’

Luyendijk deelt de boosheid van de kiezer. Waar hij niet in kan meekomen is de stap naar de PVV. In Kunnen we praten wil hij meer begrijpen van de Wilders-stemmers. Hij bouwt voort op de boeken die hij schreef over zijn jaren als journalist in het Midden-Oosten en zijn boek over de financiële sector in Londen. Luyendijk vertelt over ‘de verbouwers’, een groep uit de mondiale elite die van de wereld een neoliberale technocratie wil maken. Die verbouwers zijn bankiers en politici, investeerders en accountants, die nooit verantwoording hoeven af te leggen, maar steentje voor steentje hun filosofie van concurrentie en de vrije markt aan iedereen opleggen.

Luyendijk laat zichzelf zien als overtuigde democraat. En als je dat echt bent, dan moet je open staan voor de dilemma’s. De kiezer moet invloed kunnen uitoefenen op de economie. Maar ook op immigratiebeleid. Anders ontstaat volgens hem de wanhoop die ruimte maakt voor Wilders en Trump. “Iedereen met een Nederlands paspoort is een volwaardig burger van ons land, maar of we er nog mensen bij moeten nemen… Ik ben daar alleen voor als de ruime meerderheid dat ook is.”

Lees ook: Geen grap: de PVV heeft écht maar één lid

Beide boekjes lezen heerlijk en zijn vooral interessant omdat de schrijvers zichzelf niet sparen: dat ze nooit hadden verwacht dat het met Wilders en Trump zover zou komen. Het grote verschil is dat Van den Brink van buitenaf kijkt, als toeschouwer van een verschrikkelijk toneelstuk, terwijl Luyendijk zich juist voorneemt om de Wilders-stemmers te begrijpen. Hij eindigt zijn boek op z’n Luyendijks: met een missie. Hij wil in gesprek. En daarvoor opent hij kunnenwepraten.nl, waarin hij Wilders-stemmers uitnodigt om door hem geinterviewd te worden. “Laten we erover doorpraten. Iedereen wint als wij uit onze bubbels breken”.

    • Tim de Gier