Recht & Onrecht

Veiligheidsbeleid gaat over emoties, minder over feiten

Feiten doen er niet zoveel toe in het veiligheidsbeleid. Emoties tellen zwaarder, schrijft Kees van der Vijver in de Politiecolumn.

Ravage bij een pinautomaat van de Rabobank na een plofkraak. Vier verdachten zijn aangehouden na een wilde achtervolging, met meerdere politiewagens en helikopter. ANP JEROEN JUMELET

Het lijkt zo logisch: veiligheidszorg moet zich richten op wat belangrijk is. De hoogste prioriteit voor wat het meest ernstig is, in termen van doden, gewonden en schade. De praktijk is ingewikkelder.

Als voorbeeld de discussie naar aanleiding van het inreisverbod van President Trump. De juridisch aanvechtbare maatregel werd verdedigd door te wijzen op het grote gevaar van terrorisme. Hoe was de president tot een inreisverbod voor zeven landen gekomen? Een aantal van die landen had geen enkele historie met (islamitische)  terreuraanslagen in het westen. En landen die men als hofleverancier mag beschouwen in het leveren van aanslagplegers (zoals Saoedi-Arabië en Tunesië) kwamen niet voor op deze lijst. Welke rol hebben reëel dreigende gevaren gespeeld?

Slachtoffers tellen niet even zwaar

Discrepanties tussen feitelijke gevaarzetting en beleidsmaatregelen doen zich ook op andere terreinen voor. Denk aan het verschil tussen dodelijke slachtoffers van terrorisme en doden door andere ‘van buiten komende’ oorzaken. Het jaarlijkse aantal dodelijke slachtoffers van vuurwapengebruik in de USA overschrijdt de 30.000, waarvan ruim 12.000 door criminaliteit. Het aantal verkeersdoden is jaarlijks rond de 34.000. Dat steekt schril af tegen het aantal doden door (islamitisch) terrorisme. Dat varieert van geen of enkele tot maximaal enkele tientallen per jaar, met als enige uitzondering de aanslag op de Twin Towers in 2001 met 2600 doden. Maar zelfs in dat jaar vielen er 13 keer zoveel doden in het verkeer, zonder dat dit tot verontrusting of bijzondere maatregelen leidde.

Feiten spelen kennelijk een minder belangrijke rol dan gevoelens. Dat is overigens niet alleen in de USA het geval. Ook in Nederland geldt dat het verkeer veel meer slachtoffers eist dan de criminaliteit, maar dat misdaad leidt tot meer onveiligheidsgevoelens. En ook heden ten dage nog zijn mensen verbaasd als een daling van criminaliteit niet leidt tot minder onveiligheidsgevoelens. Hoe komt dat?

De betekenis van angstgevoelens  

Angstgevoelens worden in slechts beperkte mate bepaald door objectieve risico’s. Veel bepalender is of mensen het gevoel hebben dat zij een mogelijk dreigende situatie de baas kunnen. Wat wordt gevoeld als onbeheersbaar, oncontroleerbaar, leidt tot heftige emotionele reacties en de eis dat er hard wordt opgetreden, los van de vraag hoe vaak het voorkomt.

Wie zich in zijn beleid baseert op objectieve risico’s kan de plank flink misslaan. In de jaren zeventig van de vorige eeuw gaf het ministerie van Justitie in ons land (het onderzoek naar onveiligheidsgevoelens begon toen van de grond te komen) een brochure uit dat vrouwen zich niet zo angstig hoefden te voelen voor seksueel geweld, omdat het zò weinig voorkwam… Het gevolg was dat de vrouwen even angstig bleven, maar intussen ook erg boos waren geworden. Wat bijdraagt aan een sfeer van onbeheersbaarheid kan forse gevolgen hebben voor angst- en onveiligheidsgevoelens. Unheimische buurten, groepen onbekende jonge mannen, dreigende taal inzake terroristisch activisme zijn voorbeelden. En dan hoeft er niets te gebeuren.

Gewenning en het leren omgaan met onveiligheid dragen bij aan het gevoel van beheersbaarheid. We hebben geleerd dat het in het verkeer gewoonlijk goed gaat als we ons voorzichtig gedragen. Het leidt nauwelijks tot onveiligheidsgevoelens en de behoefte er iets aan te doen is minder groot. Bovendien vallen slachtoffers in het verkeer gelijkmatig over tijden en plaatsen, waardoor het als probleem veel minder opvalt. Wanneer er veel doden vallen bij één (aansprekend) incident zijn de emotionele gevolgen veel groter. Het schokeffect speelt een belangrijke rol. In die zin was de aanslag op de Twin Towers iconisch. De effecten daarvan ervaren we nog dagelijks.

Angst heeft normatieve kenmerken

Een laatste punt is dat maatschappelijk geaccepteerd gedrag zich veel meer negatieve consequenties kan ‘veroorloven’ dan gedrag dat wordt beschouwd als strijdig met wat maatschappelijk betamelijk is. Dat geldt voor het verkeer, maar ook voor de gevolgen in termen van doden en gewonden door bedrijfsmatige milieuvervuiling. Angst heeft, naast biologische/psychologische, ook normatieve kenmerken.

Al met al is moeilijk vol te houden dat het beleid zich moet richten op de ernstigste feiten. Gevoelens spelen een zelfstandige en grote rol. Dat maakt het er voor het beleid niet eenvoudiger op. De beïnvloeding van feiten vraagt nu eenmaal geheel andere maatregelen dan de beïnvloeding van gevoelens. Zeker als ze zich ook nog eens los van elkaar voordoen en ontwikkelen.

De Politiecolumn wordt wekelijks geschreven door deskundigen uit de politiewereld.

Blogger

Kees van der Vijver

Kees van der Vijver (1948), was hoogleraar Politie- en Veiligheidsstudies aan de Universiteit Twente, tevens directeur Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken van de UT. Daarvoor werkte hij als directeur Stichting Maatschappij en Veiligheid, commissaris van politie in Amsterdam, wetenschappelijk onderzoeker ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties en inspecteur van politie in Velsen.

    • Kees van der Vijver