Trend zet door: minder criminaliteit

Veiligheidscijfers

De Nederlander voelt zich veiliger, blijkt uit CBS-cijfers, maar ervaart wel overlast. Maar niet álle misdaad valt binnen deze cijfers.

De criminaliteit neemt af, de overlast daalt en de Nederlander voelt zich veiliger. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit de nieuwe Veiligheidsmonitor, die het Centraal Bureau voor de Statistiek jaarlijks publiceert. Daarmee wordt een trend bevestigd die al sinds het begin van deze eeuw zichtbaar is: steeds minder mensen hebben te maken met traditionele criminaliteit zoals inbraken, overvallen, vandalisme en geweldsdelicten.

De absolute aantallen blijven indrukwekkend: er hebben zich in 2016 volgens het CBS 4,4 miljoen delicten voorgedaan. Daarbij gaat het van een zeer ernstige geweldsdelicten tot fietsendiefstal en vandalisme. Ter vergelijking: in 2012 lag dat cijfer nog op 5 miljoen.

In de door de politie officieel geregistreerde criminaliteit is eenzelfde trend te zien. Het aantal aangiften bij de politie is van 1.200.000 in 2012 gedaald tot 930.000 in 2016. Die daling wordt ook zichtbaar de cijfers over de veiligheidsbeleving. Het aantal mensen dat zich weleens onveilig voelt is sinds 2005 met bijna 30 procent gedaald. Minder positief is het veiligheidsoordeel over de eigen buurt. Het aantal mensen dat zich weleens onveilig voelt in de eigen buurt is na een piek in 2013 nu weer terug op een lager niveau, gelijk aan dat van 2008.

Betrouwbaar, maar incompleet

Het CBS doet jaarlijks een enquête onder ruim 80.000 Nederlanders van 15 jaar en ouder. Ze worden daarin bevraagd over slachtofferschap van criminaliteit, beleving van veiligheid, leefbaarheid en overlast in de woonomgeving en tevredenheid over de politie.

Vanwege de omvang van de steekproef zijn de foutmarges van het onderzoek volgens het CBS minder dan 1 procent. Dat percentage ligt lager als het gaat om cijfers over criminaliteit in de regio omdat daarbij het aantal ondervraagde mensen lager is.

De Veiligheidsmonitor wordt in zijn huidige vorm sinds 2005 uitgevoerd. Daarvoor bestond er al een slachtofferenquête, maar de cijfers daaruit zijn niet helemaal meer te vergelijken met de cijfers uit de Veiligheidsmonitor.

Wat altijd weer tot discussie leidt is het gat tussen het aantal meldingen dat mensen doet van criminaliteit – de zogeheten ondervonden criminaliteit – en het aantal misdrijven dat de politie registreert. Dat verschil wordt ook wel het „dark number” genoemd, zegt onderzoeker Maarten Bloem van het CBS. „Zeg maar het zwarte gat in de criminaliteitscijfers.”

Slachtofferloze criminaliteit

Er is een aantal verklaringen voor dat gat, zo stelt Bloem. Een belangrijke is dat mensen in de enquête melding maken van lichtere feiten, die formeel niet als delict worden geregistreerd. „Daarbij moet je denken aan cyberpesten of sissen op straat. Het zijn zaken die voor het gevoel van veiligheid belangrijk kunnen zijn, maar niet meetellen in de officiële statistieken over geregistreerde misdrijven”, aldus Bloem. Een andere reden is dat mensen van bepaalde delicten geen aangifte doen omdat ze het niet zinvol vinden. Fietsendiefstal is daar een voorbeeld van. Maar als het gaat om gevallen van seksueel geweld doen slachtoffers om hele andere redenen geen aangifte. Bloem: „Bij dat soort delicten is schaamte een reden om geen aangifte te doen.”

Daarnaast is er nog een andere onbekende als het gaat om misdaadcijfers: de zogenoemde slachtofferloze criminaliteit. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om drugshandel en witwassen, zware delicten die de samenleving kunnen ontwrichten. Maar omdat gewone burgers er zelden mee te maken hebben, is de impact van dit soort criminaliteit niet altijd zichtbaar.

Een ander voorbeeld is een delict als rijden onder invloed, dat alleen maar zichtbaar wordt bij gerichte controles of ongelukken. Als de politie prioriteit geeft aan de opsporing van wietplantages zullen er meer van die plantages worden opgerold. Maar dat zegt niet altijd iets over de totale omvang van de wietcriminaliteit in Nederland. „De omvang van dit soort criminaliteit is heel moeilijk vast te stellen”, aldus Bloem.

Overlast in Zuid-Brabant

Soms is er door de vergelijking van regionale cijfers wel een indicatie te vinden. Het algemene beeld is dat criminaliteit, gevoelens van onveiligheid en overlast toenemen naarmate de bevolkingsdichtheid groter is. Criminaliteit is, kort door de bocht, groter in dichtbevolkte gebieden.

Uit de cijfers blijkt echter dat bewoners in sommige delen van Brabant en Zuid-Limburg gezien de ondervonden criminaliteit relatief veel overlast melden. Het grote aantal meldingen van hennepplantages en laboratoria voor synthetische drugs zou een verklaring kunnen zijn voor deze overlast in de buurt.

Dat zou inderdaad kunnen, stelt Bloem. Maar harde uitspraken wil hij daarover niet doen. „Wij registreren alleen de cijfers en doen niet aan de interpretatie. Dus de precieze verklaring voor dat verschil kan ik niet geven.”

    • Jan Meeus