Tichelaar stapt op, excuses zijn voor Staten niet genoeg

Commissaris Drenthe

Commissaris van de koning Tichelaar toonde berouw over bevoordeling van zijn schoonzus. Maar de Staten geloofden er niet meer in.

Hij wilde leren van zijn fouten. Hij bood nederige excuses aan. De Drentse commissaris van de koning Jacques Tichelaar (64, PvdA) wilde aan het werk blijven om het geschonden vertrouwen te herstellen. Maar nadat woensdag het spoeddebat in de Provinciale Staten van Drenthe over zijn rol bij de verstrekking van een opdracht aan zijn schoonzus, na een schorsing was hervat, verklaarde hij direct af te treden. „Deze week heeft mij ontzettend veel pijn gedaan. Ook de aantijgingen in dit debat hebben mij erg geraakt”, zei hij.

Tichelaar voelde aan dat de Staten onvoldoende vertrouwen in hem hadden. Zelfs de coalitiepartijen VVD, CDA en ChristenUnie steunden hem niet meer. Er lag een motie van afkeuring klaar (van 50Plus) en een van wantrouwen (van de SP). Tichelaar wilde die niet afwachten. Daarmee kwam er een abrupt einde aan het debat. En aan de loopbaan van Tichelaar, die in 2009 aantrad in Drenthe. Een groot verlies, zei een aangeslagen Cees Bijl (PvdA) na afloop. „Tichelaar was een strijder voor de Drentse zaak.”

Al tijdens het debat weerklonk kritiek, ook uit Tichelaars eigen partij. Fractievoorzitter Roelie Goettsch (PvdA) vroeg zich af of Tichelaar besefte welke schade hij zijn ambt had toegebracht. Veel burgers hadden hun woede en onbegrip tegenover haar geuit over Tichelaars gedrag, zei ze.

CDA-fractievoorzitter Riëtte Wollerich vroeg waarom Tichelaar de Staten niet had ingelicht toen bleek dat zijn schoonzus de opdracht had gekregen voor de herinrichting van Huize Tetrode in Assen. D66-fractievoorzitter Marianne van der Tol noemde het ontslag van Tichelaar „verstandig”. „Hij heeft goede kanten, maar die zitten hem ook in de weg. Hij is een emotioneel man.” De VVD-fractie tot slot zei dat „alles afwegende” er te weinig vertrouwen in Tichelaar was. „Heel zuur en een persoonlijk drama.”

Tichelaar was aan het begin van de vergadering nog diep door het stof gegaan en bood „nederig excuses” aan: „Ik had nooit, maar dan ook nooit de naam van mijn schoonzus mogen noemen. Dat was onhandig en stom.”

Hij legde de schuld deels bij zijn daadkracht. „Handen aan de ploeg, resultaten boeken: dat kan ook tegen je werken.” Maar nimmer had hij ambtenaren willen beïnvloeden om zijn schoonzus de opdracht te geven.

Tichelaar beloofde beterschap, maar het was niet genoeg. Bij vrijwel alle partijen bleef twijfel bestaan. Of zoals SP-Statenlid Wim Moinat het zei: „Als je voor de tweede keer een familieverband verzwijgt, is ons vertrouwen aangetast. Tichelaar moet weg.”

    • Karin de Mik