Opinie

NAM en staat moeten stress door gasbevingen sneller serieus nemen

De toekenning van smartengeld aan gedupeerde Groningse huizenbezitters, gisteren door de rechtbank in Assen, bevestigt hoe achteloos de NAM en de staat jarenlang met de belangen van de getroffen burgers zijn omgegaan. De rechtbank stelde de NAM aansprakelijk voor de jarenlange angst en onzekerheid die bewoners van het aardbevingsgebied hebben moeten ondergaan. De rechtbank erkent dat aantasting van het woongenot juridisch kan worden gekwalificeerd als een inbreuk op een fundamenteel persoonlijkheidsrecht.

Lees ook: NAM moet nu ook betalen voor immateriële gasbevingschade

De wetgever geeft de rechter maar weinig ruimte om immaterieel leed te erkennen. Buiten aantasting van eer en goede naam dient dit van de wetgever beperkt te blijven tot acuut ‘geestelijk letsel’, in een psychiatrisch erkende vorm. En aangezien ‘aardbevingsdepressie’ of ‘gaswinnings-PTSS’ niet zijn erkend, was winst in deze zaak bepaald geen zekerheid. De Hoge Raad heeft de wet echter langzaam opgerekt, zodat bijvoorbeeld ook (inbreuk op) privacy of zelfbeschikking als een fundamenteel persoonlijkheidsrecht zijn erkend. Van die ruimte maakt de rechtbank gebruik. Volgens de rechters draaide dit geschil om de vraag of de gevolgen van een aardbeving, ook zónder dat je daar acuut angststoornissen van krijgt, zó ernstig kunnen zijn dat er toch sprake is van inbreuk op een persoonlijkheidsrecht. Die vraag beantwoorden ze met ja.

Dat het de gedupeerde bewoners gelukt is om dit aannemelijk te maken is vast en zeker vergemakkelijkt door het feit dat de onzekerheid over de aardbevingen en de afwikkeling ervan al jaren duurt. Als de NAM en de overheid tijdig en krachtig hadden ingegrepen, door forse productiebeperkingen, met snelle vergoedingen en compensaties, dan was de rekening die de rechtbank Assen gisteren presenteerde er vermoedelijk ook niet geweest.

De rechter stelt zich nu royaal op achter de bewoners die de dreiging van aardbeving ervoeren als een inbreuk op hun levensvreugde, welzijn en toekomstplannen. Woningen zijn immers onverkoopbaar geraakt of in waarde sterk verminderd, wat leidde tot spanning en frustraties en „in algemene zin verdriet om wat zij zijn kwijtgeraakt”.

Lees ook: Vijf vragen over schadevergoedingen in Groningen

Zo’n inbreuk leidt tot aantasting in de persoon „ook zonder dat sprake is van geestelijk letsel”, aldus de rechtbank in een cruciale overweging. Afgewacht moet worden of een eventuele hogere rechter dat ook zo ziet. Maar één les is er al wel. Immaterieel leed kan voorkomen worden door eerder te compenseren.