Rommelig? Welkom bij de AFM

Toezicht

In een jaar tijd vertrekken twee hoge functionarissen bij de AFM, hoewel één voorlopig nog tijdelijk. Er waren ook andere kwesties.

Minister Jeroen Dijsselbloem informeert de pers over de rol van de AFM in het derivatendossier, een van de zaken waar de financiële toezichthouder de laatste jaren steken liet vallen. Foto Laurens van Putten/Novum/ANP

Iets meer dan anderhalf jaar geleden greep minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) in bij de raad van toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Er werden vier nieuwe leden benoemd in de vijfkoppige raad, nadat de vorige in opspraak was gekomen door nevenfuncties en een „slordige” integriteitscultuur, aldus de minister.

Inmiddels zijn twee van hen alweer weg. Dat is op zijn zachtst gezegd onhandig, want de raad heeft de belangrijke taak ervoor te zorgen dat „de AFM doet het wat het moet doen, en zich daarbij aan de wet houdt”, aldus de AFM. De leden van de raad zijn de bewakers van de bewakers, kortom.

Maandag vertrok het tweede lid. Althans, de AFM maakte bekend dat Bart Koolstra „tijdelijk” terugtreedt. Aanleiding was een publicatie in NRC het weekend daarvoor, waaruit blijkt dat accountantskantoor PwC tot in detail op de hoogte was van omstreden betalingen door een dochterbedrijf van Nederlands grootste familiebedrijf SHV in het Midden-Oosten. PwC is Koolstra’s vorige werkgever. Hij was als senior partner betrokken bij het dossier. Kenners van de sector achten de kans dat hij terugkeert nihil.

Lees ook: Toezichthouder bij AFM treedt tijdelijk terug vanwege SHV-affaire

Een jaar geleden – een half jaar na haar aanstelling – vertrok ook Annemarie van Gaal al, de van televisie bekende zakenvrouw en columnist. Naar eigen zeggen was dat omdat de baan toch „niet goed” bij haar leven paste.

Dijsselbloem verklaarde echter dat ze was weggegaan omdat „de AFM nevenactiviteiten beperkt op gebieden waar Van Gaal graag wel actief in wil blijven”. Van Gaal hield, terwijl ze bij de toezichthouder werkte, betaalde lezingen bij Rabobank en ING, waar de AFM toezicht op houdt.

Naast Koolstra en Van Gaal benoemde Dijsselbloem destijds oud-politicus Paul Rosenmöller en oud-Achmea-directeur Rob Becker. Slechts één lid van de oude raad bleef, de jurist Diane Everdingen. Voor Van Gaal is alweer een opvolger gevonden.

Reputatie

Zo veel ongeplande wisselingen in korte tijd is allicht niet bevorderlijk voor het goed functioneren van de toezichthouder. De raad houdt zich concreet bezig met zaken als de strategie en de plannen van het bestuur van de AFM. Ook controleert zij de begroting.

Volgens Nyenrode-hoogleraar Jaap Koelewijn raakt de zaak-Koolstra vooral ook de „reputatie” van de AFM, het tast diens gezag aan. De AFM eist sinds de crisis dat bankiers en verzekeraars zich onberispelijk gedragen. „Maar dan moet je je zelf ook netjes gedragen.” Dat geldt ook voor de raad van toezicht en andere gelieerde personen (adviseurs, commissieleden), zegt hij.

Volgens Koelewijn had Koolstra beter „doorgelicht” moeten worden. Alle grote accountantskantoren zijn de afgelopen jaren in opspraak geraakt door schandalen, waarna er kritiek is gerezen over de cultuur in de sector. Als je dan iemand aanneemt die lang in een topfunctie bij zo’n kantoor gewerkt heeft, weet je dat je een risico loopt, stelt hij. „Het feit dat elke keer weer nieuwe dingen naar boven komen, maakt de AFM kwetsbaar.”

Ook Pieter Lakeman zegt dat het „moeilijk te ontkennen” is dat de zaak slecht is voor de reputatie van de AFM. Lakeman staat bekend als financieel activist die menig boekhoudschandaal en de rol van de accountant daarbij aan de kaak heeft gesteld. Hij zat recentelijk de AFM achter de broek om een compensatieregeling los te krijgen voor duizenden kleine ondernemers die door hun banken zijn gedupeerd met complexe producten (de zogeheten rentederivatenzaak). Lakeman:

„Elke dag dat Koolstra blijft zitten, is slecht voor de toezichthouder.”

Wie beboet de toezichthouder?

De afgelopen tijd waren er ook andere kwesties die afbreuk deden aan het gezag van de AFM. Vorige maand lagen door een blunder ineens alle shortposities van beleggers in Nederlandse beursfondsen op straat. Beleggers die ‘short gaan’ speculeren op een verslechtering van de situatie van een bedrijf. Sinds de crisis moeten beleggers die posities melden, maar wie onder de 5 procent blijft, verschijnt niet in de openbare AFM-registers. Om die reden blijven beleggers soms (net) onder die grens. Ze willen niet dat de bedrijven waartegen ze speculeren dat weten, of dat de concurrentie lucht krijgt van hun beleggingsstrategie.

Door een „upload-fout” van de AFM waren ook die kleinere posities echter korte tijd voor de hele wereld te zien – ook die van superbeleggers als George Soros. In de Financial Times hekelde een hedgefondsmanager:

„Als een bank of hedgefonds een fout maakt, krijgen ze een boete – wie beboet de Nederlandse toezichthouder?”

Het derivatendossier was de pijnlijkste kwestie. Een onafhankelijk bureau kwam halverwege 2016 met de bevindingen van zijn onderzoek naar het optreden van de toezichthouder in die zaak, die al sinds 2012 speelt. De eindconclusie: de AFM was op vrijwel alle fronten tekortgeschoten. Het toezicht was „niet streng genoeg” geweest, en „inconsistent” . De AFM had het dossier in feite totaal onderschat, De AFM maakte publiekelijk excuses en ging daarbij diep door het stof.

Voor een toezichthouder die „doortastend” en „zorgvuldig” zijn als kernwaarden noemt, zijn het vervelende zaken. Lakeman noemt de shortpositiesblunder „onvergetelijk”. Over het uiteindelijke handelen van de AFM in de derivatenzaak is hij wel positief. Het duurde lang voordat die de zaak volgens hem serieus oppakte, maar daarna ging het voortvarend. Hij vindt het ook sterk dat de AFM haar fouten toegaf.

Koelewijn benadrukt dat er „principiële” dingen verkeerd gaan. De maatschappij verwacht sinds de crisis steeds meer van de AFM. Die wil aan die wens voldoen en heeft in korte tijd steeds meer taken toebedeeld gekregen, zegt hij. „Maar de toezichthouder moet het doen met relatief onervaren mensen en beperkte budgetten.”

De AFM heeft daarbij ook niet altijd de mogelijkheden, stelt hij. Den Haag bepaalt wat de toezichthouder mag, én niet mag. Het ministerie van Financiën heeft sowieso „informeel en formeel” veel invloed op de AFM, ook al is die op papier onafhankelijk, vervolgt Koelewijn.

„Daar zit de kern: de toezichthouder krijgt grote verantwoordelijkheden toebedeeld, maar heeft tegelijk beperkte bevoegdheden.”

    • Chris Hensen