Quickies, vluggertjes en vader Dildo

Klopt het dat deze woorden aanvankelijk niet met seks werden geassocieerd, wilden lezers weten.

In deze taalrubriek beantwoord ik (af en toe) vragen van lezers, als de actualiteit dat toelaat. Hier enkele opgespaarde vragen die thematisch verwant zijn: over de woorden ‘quickie’, ‘vluggertje’ en ‘dildo’. Klopt het dat die woorden aanvankelijk niet met seks werden geassocieerd, wilden lezers weten.

Quickie wordt, zoals bekend, gebruikt voor een vluggertje, een snelle wip. „Ze denken hier allemaal”, schreef Jan Cremer in 1988 in De liefdes van Jan Cremer, „dat ze het buskruit hebben uitgevonden, vooral in Amsterdam. Ze denken dat zij de top zijn, maar in de wereld tellen ze totaal niet mee. In het Frans heb je een gezegde faire l’amour à l’Hollandais en dat betekent een quicky, d’r op en d’r af, even de pijp uitkloppen.”

‘Quickie’ is een tamelijk recent woord. De Dikke Van Dale vermeldt het sinds 2010 en kent het alleen in de vorm ‘quickie’. In de praktijk schrijft men ook ‘kwikkie’, maar ‘quickie’ en ‘kwikkie’ zijn typisch woorden die je vaker hoort dan leest of schrijft.

Althans, in de seksuele betekenis. In oude jeugdboeken en jeugdtijdschriften – zo meldde een lezer – kom je zowel Quickie als Kwikkie geregeld tegen als eigennaam, vooral voor snelle personen of dieren (zoals honden en paarden).

Zelfs in het werk van Jan Wolkers – waarin relatief veel seks voorkomt – komt ‘kwikkie’ alleen voor als eigennaam en niet voor ‘vluggertje’. Zo schreef Wolkers in 1977 in De kus over twee „kleine harige poolse paardjes, Ossie en Kwikkie”.

‘Vluggertje’ associëren de meeste mensen nu met snelle seks, maar lang was vluggertje een gangbare benaming voor een snel iemand. Zo schreef C.J. Kieviet in 1907 in De zoon van Dik Trom: „De Juffrouw vond hem bepaald een vluggertje.”

In de seksuele betekenis is ‘vluggertje’ in 1967 voor het eerst aangetroffen, in het boek Gangreen 1 (Black Venus) van de Vlaamse schrijver Jef Geeraerts: „We waren nog maar net in de slaapkamer of haar spullen vlogen roefroef naar alle kanten, ze ging op mijn veldbed liggen en zei: ‘Kom, eerst even een vluggertje, ik heb het heus heel erg nodig’.”

De herkomst van het woord ‘dildo’ voor ‘kunstpenis’ is niet met zekerheid bekend. Het is overgenomen uit het Engels, waar het in 1593 voor het eerst is opgetekend in een schunnig vers van Thomas Nashe (1567-1601): ‘The Choise of Valentines Or the Merie Ballad of Nash His Dildo’.

Nadat het lid van de dichter op een cruciaal moment dienst heeft geweigerd, wijst hij het terecht met de woorden: „My little dildo shall supply your kind.” Uit dit gedicht blijkt dat een dildo indertijd gevuld werd met warme melk of warm water.

In het Nederlands was het woord ‘dildo’ tot in de tweede helft van de twintigste eeuw nagenoeg onbekend. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een jeugdstrip in het Nieuwsblad van het Noorden uit 1957, waarin een van de personages ‘Vader Dildo’ heet. In een van de eerste afleveringen staat: „Ja op Vadertje Dildo zit je lekker!”

Het is ondenkbaar dat die naam de krant had gehaald als ‘dildo’ toen door velen werd geassocieerd met seks. In de betekenis ‘kunstpenis, vibrator’ vond ik dit woord voor het eerst in 1966, in een roman van Helen Knopper: „Ze spreidt de benen iets uit en bindt de dildo voor.”

Ewoud Sanders schrijft over taal. Twitter: @ewoudsanders
    • Ewoud Sanders