Nog niet genoeg toezicht op bedrijven met gevaarlijke stoffen

Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in een vervolgrapport na problemen met tankopslagbedrijf Odfjell een paar jaar terug.

In 2012 werden tanks van Odfjell leeggepompt nadat er onveilige situaties bij het bedrijf werden ontdekt. Foto Toussaint Kluiters/ANP

Bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken hebben hun veiligheidsmaatregelen beter op orde dan in 2013, maar nog niet voldoende. Ook het toezicht op de veiligheid is nog niet van het gewenste niveau. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in het donderdag gepubliceerde rapport Lessen na Odfjell.

In 2012 werd besloten de activiteiten van Odfjell in de Rotterdamse haven tijdelijk helemaal stil te leggen, nadat er honderden tonnen butaan in de lucht waren gelekt. Na onderzoek van de OVV bleek dat het bedrijf jarenlang de opslagtanks slecht onderhield en dat er met ongeschikte apparatuur werd gewerkt. Er deden zich veel incidenten voor. De situatie kon zo lang aanhouden omdat het toezicht op Odfjell ernstig tekortschoot. De tanks en blusinstallaties werden dertig jaar niet gecontroleerd.

In het rapport uit 2013 onderzocht de OVV ook hoe het sectorbreed, het gaat om zo’n 400 bedrijven, met de veiligheid en het toezicht daarop gesteld was. Het rapport dat donderdag verscheen is een vervolg, om te kijken wat er met de aanbevelingen van toen is gedaan.

Impasse

Volgens de OVV moeten er op vier terreinen verbeteringen worden doorgevoerd. Er zijn veel verschillende toezichthouders, maar niet één overkoepelende die bij verschillen van inzicht een doorslaggevend oordeel kan vellen. De samenwerking en afstemming tussen de toezichthouders moet beter en er moet een persoon of autoriteit zijn die bindende beslissing kan nemen en daartoe “dient te beschikken over een toereikend mandaat van de verantwoordelijke bewindslieden”.

De Inspectie SZW heeft niet genoeg mankracht en besteedt door beleidskeuzes niet voldoende aandacht aan bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. De Raad noemt dit een “lek in het toezicht”:

“Deze inspectie heeft veel belangrijke kennis en kunde in huis over arbeids- en procesveiligheid en vormt daarmee een onmisbaar onderdeel van het integrale toezicht op de potentieel gevaarlijke bedrijven. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt echter andere prioriteiten.”

Ook is het volgens de OVV mede de verantwoordelijkheid van klanten van de bedrijven om de veiligheid te bevorderen. Daar nemen ze nog te weinig initiatief toe. Als laatste noemt de OVV dat bedrijven en overheid onderling meer informatie moeten delen over veilig werken. De Raad ziet daar een “impasse” en er is een “externe prikkel nodig” om die te doorbreken.

    • Joram Bolle