Opinie

Tichelaar ontspoorde zelf, maar zijn omgeving liet hem begaan

De tragiek van bestuurders als Jacques Tichelaar (PvdA) is dat zij maar door blijven gaan, terwijl de rest van de wereld allang weet dat het voorbij is. Op het moment dat publiek werd dat de Drentse commissaris van de Koning een opdracht had verleend aan een familielid, hing zijn ambt aan een zijden draad. Een beetje integer kan immers niet, weten we sinds minister Ien Dales (PvdA). Tichelaar had bovendien al eerder beterschap moeten beloven nadat hij had geïntervenieerd ten bate van een ander familielid. Het lot van de commissaris was bezegeld toen dinsdag bleek dat zijn aanvankelijke ontkenning een leugen was.

Lees ook onze nieuwsanalyse: Als vechter Tichelaar boos wordt, is het afgelopen

Overtuigd van zijn eigen gelijk, zocht hij woensdagavond het debat in de Provinciale Staten. Dat valt op zich toe te juichen, want zo kon heel Nederland zien hoe Tichelaar probeerde de afgevaardigden in het gelid te bulderen. Maar dat werkte niet meer. Staande het debat zegde de fractievoorzitter van zijn eigen partij, Roelie Goetsch, hem terecht de wacht aan: zijn optreden, ook tijdens het debat, was zijn ambt onwaardig. Aan Tichelaar was dit niet besteed. Hij was diep gekwetst, zegde het vertrouwen in de Provinciale Staten op (dat was „volstrekt onvoldoende”) en hij moest bovendien denken aan zijn familie en aan zijn gezondheid.

Het gaat hierbij niet om de omvang van het in het geding zijnde geldbedrag, dat is relatief gering. Het gaat om de vraag hoe een bestuurder, die vele jaren is gerijpt in de sfeer van vakbond en Haagse politiek, zo ver van het pad kan raken en zo blind kan zijn voor het eigen falen.

Het is in Nederlandse verhoudingen tamelijk uitzonderlijk dat een commissaris van de Koning moet aftreden. De laatste keer dat dit gebeurde was in 2009. Toen nam Harry Borghouts (GroenLinks) verantwoordelijkheid voor verkeerde investeringen van de provincie Noord-Holland.

Dat dit nu weer gebeurt, heeft ook te maken met de wens van provincies om zich te laten vertegenwoordigen door robuuste bestuurders die behalve een Haagse netwerk ook een flinke bestuurskracht meebrengen. Tichelaar werd regelmatig om zijn daadkracht geroemd. Bijvoorbeeld toen hij in 200 hardhandig een eind maakte aan een crisis met Provinciale Staten.

Bestuurders functioneren niet in het luchtledige. De vraag is welke rol Tichelaars functionele omgeving heeft gespeeld bij het uit de hand lopen van zijn optreden. Tijdens het debat werd een deel van de verdediging gevoerd door gedeputeerde Cees Bijl (PvdA). Maar juist van deze bestuurders mag ook verwacht worden dat zij hun commissaris een spiegel voorhouden. Zij gaan niet vrijuit.