De hormoonspiegel van de IS-recruut

Op een verkenningstocht naar de seksuele opvattingen binnen de islam raadpleegt filosoof Michiel Leezenberg zowel een 15de-eeuws, erotisch handboek als Nederlandse literatuur.

Nog maar een eeuw geleden keken Europeanen neer op de islam omdat moslims slaven van hun begeerten zouden zijn. Een verwekelijkte, zo niet verwijfde samenleving waarin iedereen seksueel maar een beetje aanrommelde.

Honderd jaar later kijken we in het Westen nog steeds neer op de islam, maar nu omdat moslimmannen hun vrouwen en meisjes onderdrukken. Anders gezegd: omdat de samenleving te mannelijk is. Veel moslims op hun beurt vinden het Westen met zijn tolerantie voor openlijk vertoon van vrouwelijke seksualiteit en homoseksualiteit nu juist decadent en verwekelijkt.

Het is de verdienste van filosoof Michiel Leezenberg (1964) dat hij in zijn vlot geschreven boek laat zien hoe veranderlijk opvattingen over seks door de eeuwen heen zijn geweest, zowel bij moslims als bij christenen.

Voortdurend is de islam in beweging en veel wijst erop dat die de laatste decennia ‘mannelijker’ is geworden dan die vroeger was. Anders dan fundamentalistische islamitische predikers ons proberen wijs te maken zijn ook de tradities uit de tijd van de profeet Mohammed waarop zij zich zo stellig beroepen, minder authentiek dan zij beweren.

Onderzoek wees bijvoorbeeld uit dat steniging van overspelige vrouwen, zoals wel wordt gepraktiseerd door Talibaan en IS, nauwelijks precedenten kent. Welgeteld één geval is gedocumenteerd en de rechter die dat oordeel had geveld, werd prompt uit zijn functie gezet. Ook bestond er in de oertijd van de islam meer tolerantie ten opzichte van homoseksualiteit. De hoofddoek, laat staan de niqab, was lange tijd minder verbreid dan nu.

Met aanstekelijk plezier neemt Leezenberg je mee op een verkenningstocht van deze seksuele opvattingen in de moslimwereld. Hij dist aardige details op uit De Geurige Tuin, een vijftiende-eeuws, erotisch handboek van Mohammed al-Nafzawi. Dit boek beveelt mannen aan voor het geslachtsverkeer hun lid in te smeren met een confiture van honing en gember, bij voorkeur gemengd met gemalen peper, lavendel, galanga en muskus. Mocht dit alles niet voorradig zijn dan kan gesmolten kamelenvet uitkomst bieden.

Streng islamitische opvattingen over seks staan vaak haaks op de koran, zo blijkt uit een vlot geschreven boek van deze filosoof.

Met theologische inspiratie heeft de radicale islam van IS-rekruten weinig te maken, volgens Leezenberg. ‘De meeste buitenlandse IS-rekruten komen uit Arabische landen als Saoedi-Arabië, Egypte en Tunesië, waar ze blijkbaar niet de ruimte krijgen om hun adolescenten-fantasieën uit te leven en hun hormoonspiegel op orde te krijgen’, schrijft hij laconiek.

Studeerkamergeleerde

Jammer is dat hij zijn bespiegelingen grotendeels ontleent aan de literatuur. Zijn speurtocht is die van een studeerkamergeleerde. Uit het dagelijks leven van de eigentijdse, islamitische wereld krijgen we maar weinig voorbeelden voorgeschoteld.

Wel verliest Leezenberg zich pagina’s achtereen in parallellen tussen een visioen van Gerard Reve, waarin deze seks heeft met een ezel die hij voor God aanziet, en soortgelijke mystiek getinte ervaringen in de islamitische literatuur.

Ook wijdt hij een apart hoofdstuk aan de ideeën van filmmaker Pier Paolo Pasolini over samenleving en seksualiteit, die Leezenberg op moslims projecteert, en worden we getrakteerd op een lange analyse van De stille kracht (1900) van Louis Couperus. Zulke zijpaden irriteren een beetje.

Soms leest het boek als een pamflet, wanneer islam-critici als Ayaan Hirsi Ali, Paul Cliteur en Afshin Ellian, met wie Leezenberg het kennelijk oneens is, wel heel gemakkelijk spottend in de hoek worden gezet. Meer op dreef is hij met zijn beschouwing over seks en salafisme. Interessant zijn zijn observaties over de baard, niet alleen een teken van vroomheid maar ook van de ‘echte man’. Vroom en sexy. Het tonen van dat laatste is natuurlijk een mannelijk voorrecht. Vrouwen mogen immers nog geen haartje laten zien van salafisten.

    • Floris van Straaten