Grote Steentijd-koppen opgedolven uit Chinese bodem

Paleontologie

Twee in China gevonden schedels, van ruim 100.000 jaar oud, voeden de controverse over de herkomst van de Chinezen.

Voorkant en bovenkant van de grootste gevonden schedel Foto Xiujie Wu

De Late Steentijd in Oost-Azië krijgt voor het eerst een gezicht. In China zijn twee menselijke schedels gevonden van 105.000 à 125.000 jaar oud. De compleetste is fors: de geschatte herseninhoud is 1,8 liter. Het hersenvolume van moderne mensen ligt meestal tussen 1,1 en 1,4 liter. De ontdekking van de twee schedels staat in de Science van vrijdag.

De Late Steentijd (vanaf 125.000 jaar geleden) was de laatste periode waarin nog verschillende menssoorten naast elkaar bestonden. In Afrika leefden al anatomisch moderne mensen (Homo sapiens). West-Europa en West-Azië waren het domein van de Neanderthalers (Homo neanderthalensis). En in Midden-Azië leefde de mysterieuze Denisova-mens.

Met hun grote hersenvolume en langwerpige vorm hebben de schedels veel weg van een Neanderthaler. Maar de Chinese onderzoekers benadrukken liever de overeenkomsten met mensen die eerder in Azië leefden, zoals Homo erectus. „We zien geen duidelijke breuk met het lokale verleden”, zegt de Amerikaanse paleontoloog Erik Trinkaus. Trinkaus is laatste auteur van het artikel.

Die conclusie past in het beeld dat Chinezen hebben van de Steentijd. „Lokale continuïteit is altijd het mantra geweest van Chinese antropologen”, zegt de Franse Neanderthalerexpert Jean-Jacques Hublin, die niet bij het onderzoek betrokken was. „Veel geloven er nog altijd dat moderne Chinezen afstammen van Aziatische Homo erectus.” En dus niet van de later uit Afrika vertrokken Homo sapiens. DNA-onderzoek aan moderne Chinezen heeft dat Chinese idee overigens al ontkracht.

Hublin wijst op een andere mogelijkheid: dit zouden wel eens Denisoviërs kunnen zijn. „Dit is precies wat je van een Denisoviër verwacht: een mens met grote hersenen, deels overeenkomstig met Neanderthalers maar ook met primitieve trekjes, in Oost-Azië, van ongeveer 100.000 à 125.000 jaar oud.”

„Denisoviërs?”, bitst Trinkaus. „Weet je wat er van Denisoviërs bekend is? Twee grote tanden, een verpulverd vingerkootje en een DNA-sequentie vol met gaten. Dat is niks. Je kunt geen directe lijnen trekken tussen DNA en deze schedels.”

DNA-onderzoek zou uitsluitsel kunnen geven over de afkomst, maar dat gaat voorlopig niet gebeuren. Trinkaus: „Van DNA hebben we niets geleerd dat we niet al wisten van botten. Intussen worden wel fossielen opgeofferd voor DNA-onderzoek. Het is uiteindelijk aan mijn Chinese collega’s of ze die weg in willen slaan.”

    • Lucas Brouwers