Opinie

    • Frits Abrahams

De pruimen in de ijskast

Jim Jarmusch, over wiens film Paterson ik gisteren schreef, noemt in interviews steeds de dichter William Carlos Williams als de grote inspiratiebron voor zijn film. Williams schreef over de stad Paterson in New Jersey een episch gedicht in vijf boekdelen. Jarmusch zocht de plekken op die Williams had beschreven en besloot Paterson te kiezen als locatie voor zijn film over een dichtende buschauffeur. In die film zit ook een van de beroemdste gedichten van Williams: ‘This Is Just To Say’.

I have eaten
the plums
that were in
the icebox
and which
you were probably
saving
for breakfast
Forgive me
they were delicious
so sweet
and so cold

Misschien is dit gedicht zo beroemd geworden omdat het toegankelijk lijkt en toch voor velerlei uitleg vatbaar is. Is het gewoon een schuldig briefje van de dichter aan zijn vrouw om uit te leggen dat hij de pruimen uit de ijskast heeft gepikt? Of zijn die pruimen niet zo toevallig en gaat het over (onvervuld) seksueel verlangen?

Hoe het ook zij, Ron Padgett, de dichter die de gedichten voor de film Paterson schreef, maakte de parodie ‘This for That’.

What will I have for breakfast?
I wish I had some plums
like the ones in Williams’s poem.
He apologized to his wife
for eating them
but what he did not
do was apologize to those
who would read his poem
and also not be able to eat them.
That is why I like this poem
when I am not hungry.
Right now I do not like him
or his poem. This is just
to say that.

Bij het lezen van deze gedichten moest ik vaak aan de dichter C. Buddingh’ denken; die ook zo dicht mogelijk bij het dagelijks leven bleef. De kans is groot dat hij erdoor beïnvloed werd: het gedicht van Williams is uit 1934, toen Buddingh’ nog moest debuteren. Als we ‘This Is Just To Say’ als liefdesgedicht beschouwen, welk gedicht van Buddingh’ komt daar dan bij in de buurt? Ik kom uit bij ‘Eight days a week’.

als mijn vrouw met de bus naar de stad gaat/ hoop ik altijd dat ze halte ziekenhuis instapt: /dan kan ik haar net zo lang nakijken/ als wanneer ze halte vogelplein neemt/ en zie ik haar bovendien nog een keer/ voorbijkomen in de bus

Buddingh’ is hier meer de dichter van het huiselijk geluk, zoals ook in ‘Zondagochtend’:

het is heerlijk rustig in huis:/ stientje doezelt op bed nog wat na; / wiebe ligt voor de haard en tekent/ met messen en dolken smijtende cowboys;/ sacha ligt naast hem, te kroelen/ met vlok en de twee kleine poesjes;/ en ik pak the penguin russian course/ en ga nog een lesje leren.

    • Frits Abrahams