De kiezer wil controle: de grens is terug

Natiestaat herontdekt

In Europa groeit de weerstand tegen open grenzen, wat tot uiting komt in steun voor nationalistische partijen. Wat willen lijsttrekkers van Nederlandse partijen? sprak met acht van hen.

Nederlandse vrachtwagens worden gecontroleerd voordat ze Duitsland binnen mogen rijden, in 1968. Foto’s Bert Verhoeff/HH, Cor Out/ANP

Hoe ziet Nederland eruit als de grenzen gesloten worden? „Een land waar niemand nog normaal op vakantie kan?” (Mark Rutte)

„Vakantiegangers die met hun caravan urenlang voor de grens staan als ze naar Normandië willen?” (Alexander Pechtold)

„Limburgers die de hele tijd staan te wachten als ze over de grens boodschappen willen doen?” (Sybrand Buma)

„Mensen uit Enschede die niet meer in Duitsland kunnen winkelen?” (Emile Roemer)

NRC sprak afgelopen weken – sinds de zogenoemde ‘moslimban’ van Donald Trump – met acht lijsttrekkers over grensbewaking, angst onder burgers voor asielzoekers en het opvangen van vluchtelingen. De leiders van VVD, PvdA, D66, CDA, SP, GroenLinks, ChristenUnie en 50Plus werkten mee. PVV-voorman Geert Wilders wilde niet meedoen. Zijn idee is bekend. De PVV wil de Nederlandse grenzen sluiten voor asielzoekers en migranten uit ‘moslimlanden’.

De andere partijleiders zijn blij dat het voorlopige Amerikaanse inreisverbod voor burgers van zeven overwegend islamitische landen door rechters is opgeschort.

Ondertussen zien zij ook in Europa groeiende weerstand tegen open grenzen. Denk aan Brexit, aan de steun voor politici als Wilders en nationalistische partijen als Front National en Alternative für Deutschland. Of het onderzoek van de Britse denktank Chatham House, waaruit begin februari bleek dat een meerderheid van de bevolking van tien Europese landen een immigratiestop zou willen voor mensen uit overwegend islamitische landen.

Lees ook: Europa overschat het aantal moslims fors en zegt: minder graag

De acht lijsttrekkers zijn niet blij met de populistische revolte. Maar de boodschap van de rechtse gangmakers – de wens om controle te hebben over de eigen grenzen – nemen zij wél serieus.

De natiestaat is terug

Lange tijd gold het als reactionair om enthousiast te doen over de natiestaat: nationalisme was verdacht na de Tweede Wereldoorlog. Internationale verbanden als de EU en de VN zouden beter geschikt zijn om zaken als oorlogsdreiging te lijf te gaan. Maar de zachte dood van de natiestaat kwam er niet: de afgelopen jaren laten de verdedigers zich steeds luider horen. Ook bijna alle lijsttrekkers benadrukken nu weer het belang van een nationale gemeenschap.

„Je moet je grenzen bewaken om in vrijheid te kunnen leven”, stelt Gert-Jan Segers (CU). Gebrek aan controle geeft mensen een „unheimisch gevoel”, zegt hij, doelend op de soms chaotische taferelen tijdens de vluchtelingenpiek van 2015, toen meer dan 60.000 asielzoekers Nederland binnenkwamen en er halsoverkop opvanglocaties moesten worden gezocht.

Mensen zijn hun zekerheden kwijt, denkt Sybrand Buma (CDA), „doordat we onze grenzen niet meer goed onder controle lijken te hebben”. En niet alleen de fysieke grenzen zijn verwaarloosd: Nederland heeft lang weinig nagedacht over wat de natie bindt. „Wij hebben een zwakke identiteit. We mogen daar best wat steviger aan werken.”

Een verzorgingsstaat kan niet zonder grenzen, vindt Lodewijk Asscher (PvdA). „Solidariteit vergt dat je een gemeenschap afbakent.” Hij uit begrip voor het „cultureel onbehagen” over de komst van mensen „die minder gewend zijn aan vrijheid, de rechtsstaat en democratie”.

Minstens zo belangrijk: wie net slachtoffer is geworden van bezuinigingen, heeft geen onbeperkte solidariteit met nieuwkomers, aldus Asscher. Ook Roemer (SP) noemt dit punt: „Mensen hebben de afgelopen jaren gezien dat in hun eigen buurt de solidariteit stelselmatig is afgebroken. Vervolgens vraagt de regering diezelfde mensen: nu heb ik uw solidariteit even voor een ander nodig.”

Tegengas uit progressieve hoek

Veel begrip dus, voor de Nederlanders die vinden dat de grenzen zowel letterlijk als figuurlijk verwaarloosd zijn. Het woord ‘angst’ komt vaak terug in de gesprekken: angst voor terrorisme, voor profiteurs van de verzorgingsstaat, voor een verlies aan identiteit.

Maar de bange burger krijgt ook tegengas, uit progressieve hoek. De Nederlandse grenzen liggen bij Spanje, Italië en Griekenland, zegt „echte Europeaan” Jesse Klaver (GroenLinks). „Grote zaken als de beveiliging van onze buitengrenzen, klimaatbeheersing, dat kunnen we niet zelf regelen.”

Ook Alexander Pechtold (D66) is niet gecharmeerd van de ruk naar binnen. „Harde grenzen” hebben volgens hem geen zin: „Het gevaar is dat je daarmee suggereert dat je alles wat ons onwelgevallig is kunt tegenhouden. Maar energietekorten en klimaatverandering zijn er dan nog steeds.” Ook een hernieuwde concentratie op onze identiteit, wat Buma voorstelt, vindt hij onzin. „Men doet alsof de Batavieren hier een cultuur hadden die nooit meer veranderd is. Maar onze grenzen, onze identiteit zijn in continue beweging. Venlo is minder lang bij Nederland dan Curaçao.”

Niet gek op verandering

De nieuwe grensliefde komt volgens Pechtold voort uit „terechte zorgen over vergrijzing, globalisering en de verzorgingsstaat”, die verder weinig met immigratie te maken hebben. Hij ergert zich aan politici die de problemen overdrijven omdat ze „met slappe knieën achter Wilders aanrennen”. „Het is aan mij om mensen serieus te nemen, maar een arts die na tien onderzoeken niets kan vinden gaat niet opereren alleen maar omdat iemand ‘een gevoel’ heeft.”

Gesloten Europese buitengrenzen

Over één ding zijn de lijsttrekkers het eens: Nederland moet oorlogsvluchtelingen blijven opvangen. Sommigen noemen het een morele plicht, anderen wijzen op ons eigenbelang. Rutte: „Wat Trump nu doet – ik maak het onmogelijk voor mensen uit zeven landen om naar Amerika te komen – leidt tot het verkeerde signaal. Mensen in bijvoorbeeld Afrika en Irak die nu kiezen voor de goede kant, kiezen dan misschien de verkeerde. Dat ze bezwijken onder de druk en zich aansluiten bij IS of andere groeperingen.”

Lees ook: De moslimmigrant van nu is anders

Maar de aantallen asielzoekers moeten niet weer zo hoog worden als in 2015, zeggen bijna alle partijleiders. Nederland neemt per jaar ongeveer 500 kwetsbare mensen op vanuit vluchtelingenkampen. In september 2015 spraken EU-landen af 160.000 vluchtelingen over te nemen uit Griekenland en Italië, Nederland zou in twee jaar tijd 8.712 van deze asielzoekers opvangen, maar loopt achter. En dan zijn er nog de mensen die aan de grens asiel komen aanvragen. Vorig jaar waren dat er ruim 31.600, in 2015 bijna dubbel zoveel.

Liefst hebben de lijsttrekkers dat zo min mogelijk vluchtelingen zelf Nederland bereiken. Het ideaal dat uit alle gesprekken naar voren komt: gesloten Europese buitengrenzen, met daarbuiten veilige opvanglocaties met voldoende basisvoorzieningen voor vluchtelingen. Mensen die niet terug kunnen naar hun eigen land, moeten in fases naar Europa worden begeleid en verdeeld over EU-landen.

Die contouren zijn dezelfde als die van de Turkije-deal, de vluchtelingenovereenkomst tussen de Europese Unie en het Turkije van president Erdogan. Voor iedere vluchteling die Turkije opvangt, neemt een EU-land er één over.

Toch lijkt niemand dol op de deal. Roemer vindt het vreselijk dat een deal is gesloten met „die walgelijke Erdogan”. Buma ziet dat vluchtelingen nu vastzitten in Griekse vluchtelingenkampen, en daar door de slechte omstandigheden soms overlijden. En Asscher is blij met minder verdrinkingen in de Egeïsche Zee door de deal, maar zegt ook: „Europa is niet in staat gebleken af te dwingen dat er in Griekenland goede opvangfaciliteiten werden gebouwd. In dat opzicht heeft Europa gefaald.”

Rutte baalt ook van de slechte omstandigheden in Griekse opvangkampen. Maar op de lange termijn ziet hij ‘opvang in de regio’ en gefaseerde oversteek van vluchtelingen naar Europa als dé oplossing. „Als je opvang regelt aan de buitengrenzen weet je wie het zijn, en heb je overzichtelijke aantallen.”

Aanpassen vluchtelingenverdrag

Ondanks de kritiek op de Turkije-deal, komt geen enkele partijleider met een alternatief voor die afspraak. „In het beheersbaar maken heb je soms ook moeizame deals nodig”, aldus Pechtold.

Daar houden de overeenkomsten tussen deze acht lijsttrekkers op. Enkelen pleiten voor een aanpassing van het VN-Vluchtelingenverdrag. De VVD wil het onmogelijk maken in Europa asiel aan te vragen, Buma kwam vorig jaar met het plan om vluchtelingen niet meer dezelfde sociale voorzieningen te geven als Nederlanders.

Henk Krol (50Plus) heeft een andere variant: een Europese vluchtelingenverdeling, waarbij wij zelf bepalen wat voor ons de bovengrens is. „Daarvoor moeten we het Vluchtelingenverdrag aanpassen, jazeker. Aan alles zit een grens.”

Aan de andere kant zitten Klaver, die bereid is meer vluchtelingen op te vangen, en Pechtold. „Laten we waarden als menswaardigheid en de rechtsstaat niet te grabbel gooien”, zegt de laatste fel.

Het zou helpen, zegt Asscher, als alle Europese landen bereid waren hun aandeel aan vluchtelingen op te nemen. „Je ziet”, zegt hij, „dat veel landen naar de punten van hun schoenen kijken.” Klaver: „Het is schandalig. Oost-Europese landen doen te weinig, Frankrijk komt de afspraken niet na.”

Nog een probleem, zeggen veel partijleiders, is dat er ook veilige landen buiten Europa zijn die hun onderdanen niet terugnemen. Buma: „In Marokko worden snelwegen aangelegd met Europees geld, maar ondertussen weigert dat land mensen terug te nemen. Daar moeten we veel strenger tegen optreden.”

Camera’s op zandweggetjes

Strenger worden wil Buma ook aan de Nederlandse grens. Door non-stop digitale grensbewaking bij alle Nederlandse grensovergangen, meer marechaussee en verplichte paspoortcontroles in bus en trein. Krol wil dat ook. Maar Klaver en Roemer reageren schamper als ze dat horen. De twee politici, geboren in een grensstreek, zeggen: dat is onmogelijk. Roemer: „Wil het CDA alle 85 zandweggetjes bij mij in de buurt onder camerabewaking plaatsen?” Buma: „Als het moet, dan doen we dat.” Klaver: „Gaan we onze kiezers echt schijnveiligheid beloven? Dan geef je een verkeerd signaal, alleen om mensen een ‘goed gevoel’ te geven.”

Voor een échte oplossing, zeggen Pechtold, Roemer en Asscher, moeten we niet alleen kijken naar immigratie. Roemer: „Sociaal-economische klassenstrijd gaat hand-in-hand met onzekerheid over vluchtelingen. De oplossing ligt dan ook in gelijk recht op zorg, op onderwijs en op huisvesting.”

Dát, zegt Asscher, zijn problemen die we binnen Nederland moeten bestrijden. We moeten laten zien dat „we mensen helpen die met chloorgas worden bedreigd”, zegt hij – en tegelijk moet de politiek Nederlanders „het gevoel teruggeven dat ze controle hebben”.

    • Enzo van Steenbergen
    • Floor Rusman