Nederlandse bedrijven ontdekken goedkoop EU-krediet

Europese Investeringsbank

Goedkoop lenen, ook voor riskante projecten: het kan in Luxemburg bij de EIB.

De bank staat onder druk om veel geld weg te zetten.

De kaasfabriek van FrieslandCampina in Workum. Het bedrijf ontving een Europese lening van 150 miljoen euro voor onderzoek naar nieuwe zuivelproducten. Foto Koen van Weel / ANP

Wat doet een ondernemer die krediet nodig heeft? Hij praat met de bank om de hoek. Óf hij klopt aan bij een bank die wat verder van huis zit, maar die wel goedkope leningen biedt: de Europese Investeringsbank (EIB) in Luxemburg. De EIB is amper bekend in Nederland, maar wordt hier steeds actiever. In 2016 leende de EIB hier 2,56 miljard euro uit, een recordbedrag.

De EIB financiert vanouds vooral publieke infrastructuurprojecten, maar inmiddels gaat de helft van het in Nederland uitgeleende geld naar bedrijven. Deze donderdag verleent de EIB een garantie voor een miljoenenbedrag aan NIBC, een commerciële bank in Den Haag, die zo 500 miljoen euro wil doorlenen aan innovatieve, middelgrote ondernemingen. EIB bedient het midden- en kleinbedrijf vooral via particuliere banken. Grote bedrijven lenen direct bij de EIB.

Neem FrieslandCampina (11,3 miljard euro jaaromzet, 22.000 medewerkers). Dat kreeg in juni 2016 een EIB-lening van 150 miljoen euro voor onderzoek en ontwikkeling in het ‘innovatiecentrum’ in Wageningen. De EIB financiert een project altijd maximaal voor de helft. De rest leent FrieslandCampina bij commerciële banken. De zuivelgigant was aanvankelijk huiverig om in zee te gaan met de EIB, vertelt Klaas Springer, directeur Financiering van FrieslandCampina. „We waren een beetje bang voor het bureaucratische karakter van zo’n instelling.” Inmiddels is die vrees verdwenen. Lenen bij de EIB scheelt veel geld, zegt Springer. Hij wil niet zeggen wat de rente op de lening is, maar deze is „beduidend lager dan bij de gemiddelde bank”.

Goudgerand

Voordelig lenen in Luxemburg – dat kan alleen dankzij de goudgerande reputatie van de EIB. Zij heeft een AAA-stempel, de hoogste kredietwaardigheid. De 28 EU-lidstaten zijn de enige aandeelhouders van de bank, die geen winstoogmerk heeft en geen dividend of belasting betaalt. Nederland heeft bijna 11 miljard euro aan kapitaal in de bank zitten. De EIB leent tegen zeer lage kosten op de kapitaalmarkt en leent het geld goedkoop weer uit. Zo betaalt het Rotterdamse openbaarvervoerbedrijf RET minder dan 1 procent rente aan de EIB op een lening van120 miljoen euro voor de uitbreiding van het metronetwerk.

Lage rentes zijn niet de enige reden waarom de EIB aantrekkelijk is. Het Haagse bedrijf eVision, dat software maakt voor onder meer de olie- en gassector, leende vorig jaar 13,5 miljoen euro bij de EIB voor productontwikkeling. Zo’n bedrag loskrijgen bij een particuliere bank is lastig, zegt Peter Kortenhorst, topman van eVision (omzet 23 miljoen euro, ruim 200 medewerkers). „Niet veel banken hebben zicht op de software-industrie. Je moet echt de wil hebben om geld uit te lenen in deze sector. Het is natuurlijk niet zonder risico.” De andere helft van de investering betaalt eVision zelf.

De Nederlander Pim van Ballekom, vicepresident van de EIB, zegt dat zijn instelling wat dit betreft een gat vult. „Wij kunnen dit type riskantere investeringen doen omdat wij een publieke bank zijn.” Doel van de EIB, zegt Van Ballekom, is het „lostrekken van investeringen waar de markt het laat afweten”. Als de EIB in een project stapt komen particuliere financiers vaak sneller met de rest met geld over de brug, aldus Van Ballekom.

Lees ook: ‘Het geld is er, de projecten zijn er, maar ze vinden elkaar niet’

Toch is dit criterium – de EIB doet wat de markt níét kan doen – niet spijkerhard. Want de EIB moet ook elk jaar voldoende geld wegzetten. De aandeelhouders, zegt Van Ballekom, „hebben ons gevraagd hogere volumes te genereren”. Die aandeelhouders, de EU-lidstaten dus, verhoogden in 2012 het kapitaal van de EIB, maar wel op voorwaarde dat de bank meer geld zou gaan uitlenen om de Europese economie te stimuleren. En vanuit de Europese Commissie staat de EIB onder druk om de miljarden van het zogenoemde Junckerplan uit te delen. De EIB is verantwoordelijk voor de leningen uit dit investeringsfonds van 630 miljard euro. Om Nederlandse klanten te bereiken opende de EIB in 2014 een kantoor in Amsterdam.

De uitleenvoorwaarden zijn volgens de EIB-vicepresident de voorbije jaren soepeler geworden. „Alleen dingen als gokken, tabak en militaire zaken financieren we niet.” Wel is altijd een „sterke businesscase” nodig, benadrukt hij. Want verlies maken, dat mag de EIB dan ook weer niet.

Nederland zit aan zijn taks

Zo kan een sterk bedrijf als FrieslandCampina (160 miljoen euro winst in het eerste helft van 2016) een groot bedrag lenen onder het markttarief, met dank aan een Europese publieke instelling. Zet de EIB het bedrijf niet op voorsprong ten opzichte van de concurrentie? Nee, verzekert Van Ballekom. „Wij staan voor iedereen open.” Ook andere zuivelbedrijven hebben inmiddels interesse getoond in het goedkope krediet, zegt hij.

Inmiddels heeft de EIB meer dan 10 miljard euro aan leningen uitstaan in Nederland. Dat is behoorlijk wat, maar lang niet zoveel als het bedrag commerciële banken nu hebben uitstaan bij bedrijven (ruim 300 miljard). Er is bovendien een grens aan de expansie van de EIB in Nederland, zegt van Ballekom. Ruim 2,5 miljard per jaar is zo ongeveer het maximum van wat de bank, met haar huidige kapitaal van 243 miljard euro, in Nederland mag uitlenen. „Je hoort weleens dat Nederland geld laat liggen in Europa, maar dat is gewoon niet waar.”

Juist omdat de EIB niet meer kan doen dan ze nu al doet, verwelkomt Van Ballekom het plan van het kabinet om ook een nationale investeringsbank op te richten, die Invest-NL moet gaan heten. Ook Invest-NL moet risicokapitaal gaan verschaffen aan onder meer het mkb. Van Ballekom: „We zullen elkaar niet in de weg zitten”.

    • Mark Beunderman