Recensie

Woestijnstad vol met minderjarige vluchtelingen

Zo’n 80 procent van de bewoners van Zaatari, een vluchtelingenkamp in Syrië, is minderjarig. In de docu ‘Zaatari Djinn’ is deze surrealistische tijdelijke stad te zien.

Net als regisseur Catherine van Campen denk je als doorsnee nieuwsconsument dat je zo’n beetje alles wel weet wat er over vluchtelingenkampen te weten valt. Je stelt je in ieder geval niet de vervreemdende leegte en stilte voor die zij aantrof in Zaatari, een vluchtelingenkamp in het Zuid-Westen van Syrië. Ook niet de bloeiende tijdelijke stad trouwens die hier ontstond, met een florerende schaduweconomie, waar alles te koop is van fietsen tot bruidsjurken. Met maar één groot verschil met andere (woestijn-) steden: zo’n 80 procent van de bewoners is minderjarig. En dat draagt bij aan de surrealistische, sprookjesachtige sfeer van Zaatari Djinn, door z’n fotografische toewijding echt een documentaire voor op het grote doek.

Dit is een stad bewoond door kinderen wier ouders dood zijn, of alvast onderweg naar West-Europa. Ze zijn zoals alle kinderen in oorlogsgebieden snel opgegroeid, waardoor de paar overgebleven volwassenen maar weinig grip op ze hebben. Van Campen volgt vijf van hen: Ferras, Fatma, Miryam, Nour en Hammoudi – geheel volgens de formule van dit soort sferisch getoonzette nieuwsdocumentaires. Hoe indrukwekkend de film ook is, hij laat daardoor vragen open: gaat deze film over deze kinderen, of over Van Campens blik op hen? Ervaren zij hun leven ook als een sprookje uit duizend-en-een-nacht? Is deze vluchtelingenstad een oase of een fata morgana?