Waarom vliegen we niet sneller dan vijftig jaar geleden?

De Concorde was een poging om sneller te gaan. Maar meer snelheid is simpelweg niet altijd wenselijk.

Foto Koen van Weel / ANP

Wie in 1967 een vlucht boekte van New York naar Los Angeles, zag op zijn vluchtschema dat hij er 5 uur en 43 minuten over zou doen. Opvallend genoeg is voor diezelfde vlucht vandaag de dag 44 minuten meer tijd ingeruimd.

Nu is het zo dat die 44 minuten extra vooral te wijten zijn aan het feit dat luchtvaartmaatschappijen meer rekening zijn gaan houden met potentiële vertragingen en eventuele opstoppingen op de grond tijdens het taxiën. We zijn dus niet zozeer langzamer gaan vliegen in de afgelopen vijftig jaar. Maar toch ook niet sneller. De tijd in de lucht is gelijk gebleven. En dat is opvallend. Want de afgelopen halve eeuw is er behoorlijk wat technische vooruitgang geboekt. Waarom dan niet op het gebied van vliegsnelheid?

Drie soorten vliegtuigmotoren

Een video van Wendover Productions legt dat op YouTube even simpel als krachtig uit. Het heeft ermee te maken dat er maar drie soorten vliegtuigmotoren bestaan. Die hebben allemaal een optimale snelheid qua brandstofgebruik. Er is de propellermotor, de turbofan en de turbojet. De optimale snelheden van deze motoren lopen in deze volgorde op.

De propeller is het meest efficiënt rond 520 kilometer per uur. De turbofan (die we tegenkomen op praktisch alle hedendaagse grote passagiersvliegtuigen) heeft een optimale snelheid van tussen de 650 en 1.000 kilometer per uur. En dan is er nog de turbojetmotor, onder meer bekend van straaljagers, die het meest efficiënt functioneert rond de 2.100 kilometer per uur.

Waarom we nog altijd niet sneller vliegen dan vijftig jaar geleden:

Het falen van de snelle Concorde

Theoretisch is het dus best mogelijk om een passagiersvliegtuig sneller te laten vliegen dan dat het nu doet. Kwestie van turbojetmotor er op zetten. Dat is ook wel eens geprobeerd, namelijk met de Concorde. Dat vliegtuig deed er daardoor ongeveer 3,5 uur over om van Londen naar New York te vliegen. Dezelfde trip kost de 787 ongeveer twee keer zo veel tijd.

En toch bleek de Concorde al snel geen succes. Waarom niet? De video van Wendover Productions rekent ons voor hoeveel meer brandstof dit snelste passagiersvliegtuig ooit nodig had dan een modern middelgroot vliegtuig (de Boeing 787 Dreamliner). De Concorde verbrandde ruim 15 kilogram kerosine per gevlogen kilometer, de 787 slechts iets meer dan 5 kilogram.

Daar komt nog eens bij dat de Concorde een relatief klein vliegtuig was met plaats voor slechts honderd passagiers, tegen 291 plekken in de 787. Dat maakt de 787 maar liefst 7,5 keer zuiniger per passagier.

Waarom de Concorde mislukte:

Snelheid klinkt leuk, maar is uiteindelijk niet heel belangrijk

En vooral in brandstofverbruik zijn luchtvaartmaatschappijen geïnteresseerd. Snelheid klinkt leuk, maar het kost enorm veel geld. Aan een vlucht van Londen naar New York is een luchtvaartmaatschappij voor de inzet van het vliegtuig zelf slechts zo’n 5.000 euro kwijt. Aan brandstof spendeert het bedrijf voor zo’n vlucht echter al snel 17.000 euro. Een vlucht met de Concorde was dan ook peperduur.

De snelheid waarop een turbofanmotor het meest efficiënt presteert, ligt tussen de 800 en 900 kilometer per uur. Niet gek dus dat bijna elk groot passagiersvliegtuig die snelheid aanhoudt op een langeafstandsvlucht. En omdat met deze snelheid feitelijk elke plek ter wereld binnen een etmaal te bereiken is – snel genoeg voor veruit de meeste reizigers die liever goedkoop vliegen dan razendsnel – is er geen impuls om voor de snellere (en duurdere) turbojetmotoren te gaan. Het falen van de Concorde vormde daarvan het tastbare bewijs.

    • Niels Posthumus