VN: oorlogsmisdaden tijdens strijd om Aleppo

De VN-onderzoekers gaan specifiek in op het bombardent van een hulpkonvooi waar veertien hulpverleners omkwamen.

Protest in Maleisië tegen de oorlog in Aleppo. Foto Fazry Ismail/ EPA

Alle partijen die vorig jaar strijd leverden om Aleppo hebben zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden. Dat stellen VN-mensenrechtenonderzoekers in een rapport dat op woensdag is gepubliceerd. Het rapport gaat over de periode juli tot december 2016.

De dagelijkse bombardementen van Syrië en Rusland op Oost-Aleppo hebben volgens de VN honderden burgerdoden veroorzaakt. Ook werden ziekenhuizen, scholen en markten vernietigd. Bij de inname van het oosten van Aleppo, eind december, was er geen enkel functionerend ziekenhuis meer over. Het doelbewust bombarderen van medische faciliteiten is ook een oorlogsmisdaad, aldus de rapporteurs.

Lees ook: In Oost-Aleppo zijn nu alle ziekenhuizen dicht

Gebruik chloorgas en lukraak schieten van raketten

Daarnaast bekritiseert de VN het Syrische leger voor het gebruik van chloorgas. Verder zijn er ook aanwijzingen dat de troepen van Assad verboden clustermunitie hebben ingezet in dichtbevolkte wijken.

Ook rebellen zijn verantwoordelijk voor oorlogsmisdaden. Zij schoten lukraak raketten af op het westen van Aleppo, waar vele burgers het slachtoffer van werden. Een deel van de aanvallen was niet gericht op een militair doel, maar had geen ander doel “dan het terroriseren van de burgerbevolking”.

Bombardement hulpkonvooi bij Aleppo

De onderzoekers gaan ook specifiek in op een bombardement op hulpverleners van de VN en het Syrische Rode Kruis in de buurt van Aleppo. Deze luchtaanval werd volgens de VN uitgevoerd door de Syrische luchtmacht. Bij het bombardement kwamen veertien hulpverleners om het leven en werden zeventien vrachtwagens met hulpgoederen vernietigd.

Carla del Ponte, lid van de onderzoekscommissie, zegt in een verklaring dat in geen enkel geval hulpverleners het doelwit mogen zijn.

“Een opzettelijke aanval tegen hen, zoals plaatsvond in Orum al-Kubra, komt neer op een oorlogsmisdaad en degene die verantwoordelijk zijn moeten verantwoording afleggen voor hun daden”.

Voor het onderzoek is gesproken met 291 mensen, onder wie inwoners uit Aleppo. Daarnaast is gebruikgemaakt van satellietbeelden, foto’s, video’s en medische verslagen. Het rapport wordt naar verwachting besproken tijdens de VN-Mensenrechtenraad op 14 maart.

    • Huib de Zeeuw