‘Mijn zussen waren gekooide dieren’

De jonge Poolse filmmaker Tomasz Wasilewski toont hoe weinig veranderde voor de vrouwen in zijn omgeving na de val van de Muur.

De Poolse vrouwen in United States of Love zitten gevangen in een door (afwezige) mannen gedomineerde samenleving.

„Dit is mijn leven”, barst de Poolse filmmaker Tomasz Wasilewski (1980) direct los als ik hem in het Amsterdamse Eye Filmmuseum ontmoet. Hij is in Nederland voor de première van zijn derde film United States of Love, die vorig jaar op het Filmfestival Berlijn de Zilveren Beer voor Beste Script won. We hebben niet eens tijd om te gaan zitten. Hij pakt mijn arm vast en herhaalt: „Dit is mijn leven, ik móést er een film over maken. Ook om te laten zien dat nu, bijna dertig jaar na de val van het communisme, mensen nog steeds voor dezelfde keuzes staan. Misschien dat ze nu andere keuzes kunnen maken, maar ik weet niet zeker of ze het zouden doen.”

United States of Love neemt ons mee naar een flatwijk, zestig kilometer buiten Warschau, waar Wasilewski zelf opgroeide, en die in zijn woorden „geen spat veranderd is”. Veel van de interieurs zijn nog precies hetzelfde als in zijn kindertijd: „Het was alsof we een tijdmachine binnengingen.”

Lees ook de recensie van United States of Love

Daar schildert hij de levens van vier vrouwen die ondanks de komst van televisie, video, aerobics en Whitney Houston nog steeds gevangen zitten in een door (afwezige) mannen gedomineerde samenleving. Het zijn verhalen van gesneefde dromen, onderhuids geweld en seksuele frustratie. „Zelf ben ik na de val van de Muur ook in een vrouwenhuishouden opgegroeid. Bij mij thuis maakten vrouwen de dienst uit, mijn moeder, mijn zussen en hun vriendinnen. Maar ze zaten nog steeds gevangen in het systeem. We waren als gekooide dieren die zelfs toen het hek openging niet wisten hoe we naar buiten moesten.”

Niet over oude pornofilms heen

Wasilewski’s vader ging zodra hij een visum kreeg naar de Verenigde Staten om werk te zoeken. „Thuis veranderde er eigenlijk niets. Net zoals de man van Marlena stuurde hij VHS-tapes met videoboodschappen naar huis. De opname die je in de film ziet is van mijn eigen vader.”

Hij haast zich om eraan toe te voegen dat de berichten van zijn vader niet over oude pornofilms werden opgenomen: „Dat heb ik er voor de filmaan toegevoegd, ook om duidelijk te maken dat videobanden met westerse films en porno een novum waren in het Polen van de jaren negentig. Mijn moeder drukt me steeds op het hart om dat er aan iedereen bij te zeggen. Maar de rest van de tape is echt. Iedereen stuurde elkaar videoberichten omdat bijna niemand een telefoon had.”

Spraakwaterval Wasilewski haalt meer herinneringen op: „Ik weet nog dat ik een keer voor Kerst een banaan en een stukje kauwgum kreeg. Eén stukje! En als ik van mijn moeder een sinaasappel kreeg dan deed ik daar een hele week mee. Ik at elke dag een partje. Dat zijn allemaal dingen die nu niet meer voor te stellen zijn, maar voor mijn generatie is het heel belangrijk om die verhalen nog een keer vast te leggen. Vooral omdat Polen een wonderlijke omgang met z’n eigen geschiedenis heeft.”

Jonge Poolse cinema leeft op

Er is momenteel een heuse opleving gaande in de jonge Poolse cinema. Juist om die reden denkt hij. „Na het communisme zie je nu, net zoals in veel Europese landen, een terugkeer naar extreem-rechts, met vreemde religieuze trekjes. Ik ben niet tegen nationale identiteit, ik ben een Pool, maar ik ben ook zoveel meer, ik ben een Europeaan, een wereldburger. Bovendien kunnen we de grote problemen van onze tijd op het gebied van economie en milieu helemaal niet binnen de natiestaat oplossen.”

Wasilewski zit op zijn praatstoel. Hij betuigt steun aan de pro-abortusdemonstraties in zijn land, en hekelt de manier waarop het politieke establishment Oscarwinnaar Ida (2013) als onwaar en anti-Pools heeft weggezet: „Regeringen komen met steeds meer leugens weg.” Hij spraakwatervalt totdat de bezoekers van zijn film het café binnenlopen en hij te laat is voor zijn eigen nagesprek. Nu moet zijn film maar voor hem spreken.

    • Dana Linssen