‘Met geweld laat ik zien hoe eenzaam mensen zijn’

Kôji Fukada is een van de nieuwe stemmen van de Japanse film. De komst van een oude vriend gooit het leven van een gezin overhoop in zijn insluipthriller ‘Harmonium’.

De familie van Toshio valt langzaam uiteen op het moment dat oude maffiamaat Yasaka bij hen komt wonen.

We zijn het van Japanse films gewend: ze beginnen als een ogenschijnlijk onschuldig familiedrama en ontpoppen zich dan als een gruwelijke reflectie op de gewelddadige natuur van de mens.

Denk bijvoorbeeld aan Audition (1999) van Takashi Miike: voor je het weet bevind je je in een bizarre horrorfilm. Of Tokyo Sonata (2008) van Kiyoshi Kurosawa, aanvankelijk een hommage aan de grote Japanse meester Ozu, die dan via een absurdistische twist de gevolgen van werkloosheid voor een gewoon gezin op de spits drijft. Ook Harmonium van regisseur Kôji Fukada bedient zich van dat principe. Je zou het een uitgebeende yakuzafilm kunnen noemen, waarin wraak en gangstergeweld nog eenmaal tot uitbarsting komen.

Fukada (1980) is een van de nieuwe stemmen van de Japanse film. Hij was in januari op het Filmfestival Rotterdam waar hij sprak over de relatie tussen geweld en eenzaamheid. Dat laatste is volgens hem het echte thema van zijn film over de familie van Toshio die langzaam uiteenvalt en een nieuw evenwicht moet zien te vinden op het moment dat oude maffiamaat Yasaka uit de gevangenis wordt ontslagen.

Lees ook de recensie van Harmonium.

Inbreuk op ons bestaan

Fukada heeft geen antwoorden op de grote levensvragen, zegt hij. Hij maakt films om die te ontdekken. Maar dan nog heeft hij het publiek nodig om hem daarbij te helpen. „Het geweld in mijn film is een manier om te laten zien hoe eenzaam mensen kunnen zijn”, vertelt hij. „Ook in de veilige omarming van het gezin. Voor mij is het geweld, net zoals de natuurrampen die we in Japan kennen, of het terrorisme in Europa, een bijna irrationele kracht die door de manier waarop hij inbreuk maakt op ons dagelijks bestaan laat zien hoe kwetsbaar ons leven enerzijds, maar ook hoe veerkrachtig het anderzijds is.”

Op de vraag wat de samenhang is tussen geweld en eenzaamheid vraagt hij even tijd om na te denken. Leidt eenzaamheid misschien tot zelfdestructie, een eigenschap die ook zijn personages niet vreemd is?

„Eenzaamheid is een basisgegeven van het menselijk bestaan, net zoiets als onze ademhaling”, stelt Fukada ten slotte. „Geweld noemde ik net wel een natuurkracht, en zou in die zin ook in de mens moeten zitten, maar dat zit toch anders in elkaar. De natuur is niet wreed, heeft geen beweegredenen. Wij noemen een aardbeving of tsunami misschien gewelddadig, maar de aardbeving zelf heeft daar geen weet van. Het zijn mensen die er een ratio aan toekennen. Die het bijvoorbeeld een straf noemen.”

Zoals in het christendom dat in zijn film een rol speelt? „Een van de redenen waarom mensen eenzaam zijn, is omdat ze voor een hoop dingen geen verklaring vinden. Het geloof speelt daar een rol in, zowel als troost, als in het weghouden van het zoeken naar verklaringen of het vrede hebben met het feit dat er soms geen verklaringen kunnen zijn.”

Hij zegt zelf niet religieus te zijn, maar wel geïnteresseerd in de manier waarop het christelijke geloof een plek verwerft in veel Aziatische landen, „al is het in Japan lang niet zo extreem als bijvoorbeeld in Zuid-Korea”.

Tijdens zijn research vertelde een protestantse ambtsdrager hem dat er twee manieren van geloven zijn, een metafoor die ook in de film een belangrijke rol speelt: „Of je bent als een aapje dat zich aan de moeder, het geloof, vastklampt, of je bent als een kitten, die door de moeder in de bek overal mee naartoe wordt gesleept. Het netto resultaat is hetzelfde.”

    • Dana Linssen