Foto Kees van de Veen

‘Voor het leven beschadigd? Niet in het voetbal’

Gerald van den Belt

Een jaar nadat hij sneuvelde als ‘puinruimer’ bij FC Twente, leeft Gerald van den Belt bij Cambuur weer op. De eerstedivisieclub speelt in de halve finale van de beker tegen AZ. „Ik had die tijd in Enschede niet willen missen.”

Aan weerszijden van het perszaaltje in het Cambuurstadion hangen de portretten van alle hoofdtrainers keurig op een rij. Van Leo Beenhakker tot Dwight Lodeweges, van Fritz Korbach tot Stanley Menzo. Vooral het laatste jaar is het hard gegaan. De laatste drie - Henk de Jong, Marcel Keizer, Rob Maas - sneuvelden of vertrokken in een tijdsbestek van negen maanden. Vandaar dat het portret van Sipke Hulshoff, verantwoordelijk voor de mars naar de laatste vier in het bekertoernooi via Ajax en FC Utrecht, ingeklemd hangt tussen deur en koffieautomaat.

„Voor een nieuw portret is eigenlijk pas weer ruimte in een nieuw stadion”, zegt Gerald van den Belt met een grijns. „Dus Sipke zit nog wel even goed.”

Van den Belt (44) terug bij Cambuur, alsof het nooit anders is geweest. Het koele hoofd uit Kampen weer in dienst bij de driftige Leeuwarder volksclub. Aanvankelijk in oktober als projectleider voor het nieuwe stadion, maar vrijwel meteen ook als financieel en technisch directeur. En meteen ging het beter met Cambuur. De playoff-plekken voor promotie/degradatie zijn binnen handbereik, meer beeldbepalend nog is het bekersucces. Donderdagavond AZ-uit. Inzet: de finale.

Het waren zware tijden zonder elkaar. Voor Van den Belt, voor Cambuur. De club degradeerde, terwijl Van den Belt werd meegezogen in de doodsstrijd van FC Twente. Hij was in Enschede vanaf 2015, zegt hij zelf, goed op weg als puinruimer. Tot in de Grolsch Veste lijken uit de kast rolden: de erfenis van het tijdperk van voorzitters Joop Munsterman en Aldo van der Laan. Daarover later meer.

In hoeverre is het bereiken van de halve finale te danken aan uw terugkeer?

Van den Belt: „Poeh. Ja, god. Moeilijke vraag.” Hij ploft neer op een sofa in de businesslounge. Zijn vorige week genoten skivakantie heeft zijn gezicht niet noemenswaardig gebruind.

„Nou ja, ik denk dat een deel van het succes van Cambuur komt doordat er nu rust is. We hebben vertrouwen in deze trainers. Sipke, met als ‘zware’ assistent Arne Slot. Ik wilde niet dat we weer de onrust zochten met een nieuwe trainer. Als ik dan ergens van vind dat ik van invloed ben geweest, is het dat die stabiliteit is teruggekomen. Een belangrijke voorwaarde voor dit relatieve succes. Want het is ook weer niet dat we wereldkampioen zijn.”

„Sommige trainers die hier de mist in gingen hadden het begrip professionaliteit hoog in het vaandel. Maar je moet ook onder de mensen komen, je niet verstoppen. Laat ze je maar uitschelden, want dat doen ze toch. En als ze winnen slaan ze je keihard op de schouder. Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. Nu ook: we hebben hele goede maanden achter de rug, verslaan Ajax en Utrecht in de beker. Dan verliezen we uit bij De Graafschap, komen we terug en ik denk: we kunnen de tent wel sluiten. Zo heftig.”

Hoe absorbeert u dat?

„Veel onder de mensen zijn. Praten, uitleggen. Dan zeggen ze: deze hadden we nog nét even moeten winnen. Ja, ja. En als we dan de volgende hadden verloren hadden we die net even moeten winnen.

„Vorige week hadden we een supportersavond, met 250 man. Gewoon de staf laten uitleggen wat we doen. We krijgen nog wel eens het verwijt van ‘trechtervoetbal’, we geven niet zo snel een voorzet. ‘Altijd maar alles naar het midden’, hoor je dan als je verliest. Ja, maar de goal is ook in het midden, is niet toevallig dat we daar proberen uit te komen. En de kans bij een schot in de zestien is groter dan bij een voorzet. Dat soort dingen uitleggen is toch belangrijk.”

‘Peanuts’ vergeleken met de problematiek bij FC Twente. Terug naar eind 2015: u lag overwerkt en ziek thuis.

„Ja. Ik was er klaar mee, ik kon niet meer. Je voelt je verantwoordelijk…”

U wás verantwoordelijk.

„Ik was verantwoordelijk. Het glipt uit je handen, dan houdt het een keer op. Maar je zult niet veel mensen treffen die slecht over mij praten. Althans, dat is mijn inschatting. Veel mensen hebben wel door dat de redding van de club bij mijn komst in gang is gezet. Maar er was te veel. Het is nog een wonder dat de club bestaat.”

Bent u trots op uw rol?

„Ja. Ik had het niet willen missen.”

Toch heeft ook hij vuile handen gemaakt. Als clubbestuurder verzweeg hij voor de KNVB dat een commissie van 1,8 miljoen aan spelersmakelaar Zoran Pavlovic uit de financiële rapportages was gehouden. Via schijnfacturen die Van den Belt goedkeurde werd een deel van deze fee bij de transfer van speler Dusan Tadic in 2014 alsnog weggewerkt. In het rapport van onderzoeker Ben Knüppe naar wanbeleid bij FC Twente stond dat Van den Belt ‘zaken voor zich hield’ en meewerkte aan ‘creatieve oplossingen’.

U bent dus trots. Wat vertelt u uzelf dan als het gaat om het Pavlovic-dossier?

„Dat is van voor mijn tijd, van 2014. Die hele Tadic-transfer, man, toen zat ik nog hoog en droog in Leeuwarden. Je bent alleen wel als bestuurder verantwoordelijk voor de afwikkeling. Dat is onervarenheid van mezelf. Ik had misschien voor mezelf moeten kiezen. Maar ik vind opstappen niet moediger dan de club proberen te redden, wat ik nu deed.”

Uw opvolger Onno Jacobs meldde de onregelmatigheden bij de Tadic-transfer direct. Als u het eerder gemeld had…

„Dan was het…?”

Allemaal niet zo ernstig geweest.

„Dat durf ik niet te zeggen. We zullen het nooit weten, maar ik heb mijn twijfels.”

Van den Belt raakt een teer punt: zijn zwijgen hield FC Twente mogelijk overeind. Althans, dat bevestigde de licentiecommissie met zoveel woorden. Had zij „geweten wat zij nu weet” dan was „zonder twijfel de licentie op dat moment [december 2015] onvoorwaardelijk ingetrokken”, schreef de KNVB op 18 mei 2016. De dag werd FC Twente veroordeeld tot degradatie – een sanctie die later werd herroepen.

Knüppe schreef dat u ‘niet de moed’ had ‘aan de noodrem te trekken’. Klopt dat?

„Vanuit zijn perspectief moet hij dat denk ik opschrijven. Voordat dat rapport uitkwam heb ik met hem gezeten. Hij zei: ‘Jongen, ik kan jou niks verwijten. Je bent gewoon een doodgoeie vent. Maar je was wel verantwoordelijk.’ Daar kon ik mee leven. Als je dan leest hoe hij het heeft opgeschreven is dat wel even teleurstellend. Dat is dan kennelijk mijn rol in het geheel. Ik heb geprobeerd de club te redden. En, ja, daar hoort dit ook bij.”

Hoe oordeelt u over bestuurders Joop Munsterman en Aldo van Laan?

„Daar vind ik niets van. Geen seconde dat ik aan Joop denk, of Aldo. Echt niet. Ik ben er veel minder rancuneus van geworden dan je zou denken. Ik heb aan FC Twente een goed gevoel over gehouden. Je hebt altijd te maken met mensen die dingen in het verleden hebben gedaan. Hier ook. Toen ik in 2009 bij Cambuur kwam was het ook een failliete tent.”

Kwam u in gewetensnood, die maand dat u thuis zat? Of was u echt uitgeput?

„Een combinatie. Er kwam niets meer uit mijn handen. Voelde me machteloos. Het was alleen maar advocaten, crisisoverleg. Zondagochtenden zaten we nog te vergaderen. En ik was inmiddels degene met de meeste dossierkennis en verantwoordelijkheid. Ik werd geleefd, zeg maar.”

Die facturen zijn moeilijk verdedigbaar.

„Nou… Over het Pavlovic-dossier is ook veel onzin geschreven. Ik probeer mezelf echt niet schoon te praten, maar het was voor 90 procent voor mijn tijd gebeurd. Ik hoefde ook niet weg bij FC Twente, ik had ook in dienst kunnen blijven. Alleen niet in de rol waarvoor ik was gekomen. En ik had zelfvertrouwen genoeg dat ik weer elders aan het werk zou kunnen.”

„Toen ik naar Cambuur ging heb ik Knüppe gevraagd: hoe kijk je er nu naar? Hij zei: stel je bent burgemeester, er gebeurt iets, dan ben jij verantwoordelijk. Nou, dan word je weggestuurd, ga je naar een andere stad en word je gewoon weer burgemeester. Geen probleem. En er was gek genoeg best belangstelling voor mij. Dat is ook het voetbal, hè. In het normale leven denk je: oh, beschadigd voor het leven. Nou ja, in het voetbal wist iedereen wel hoe het zat. Men kent mij ook wel.”

Bent u wantrouwender geworden?

„Nee. Kijk, als je een relatie hebt gehad en je bent besodemieterd, kun je in je volgende relatie wel denken: ik moet niet weer besodemieterd worden. Maar dat is geen basis. Ik heb in Enschede veel wijsheid en mensenkennis opgedaan. Maar het is niet zo dat ik hier als waakhond bij Cambuur rondloop. Ik weet hier toch wel wat er allemaal gebeurd is.”

    • Bart Hinke