Ibsens personages zijn altijd op drift

Theater Het werk van de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen is nog altijd actueel. Theater Utrecht brengt nu zijn stuk ‘Hedda Gabler’. Bij Toneelgroep Amsterdam liet regisseur Simon Stone zich door hem inspireren voor ‘Ibsen huis’.

Karina Smulders als Hedda Gabler, in de voorstelling van Theater Utrecht. Foto Roel van Berckelaer

‘Ik stond op het schoolplein om mijn zesjarige dochtertje af te halen, en opeens dacht ik aan Ibsen”, zegt actrice Karina Smulders. „Ik was een jonge moeder tussen andere moeders en vroeg me met lichte paniek af: ben ik mijn vrijheid kwijt, heb ik een compromis gesloten?”

In de woorden die Smulders (36) kiest, weerklinkt de wanhoop van een van de beroemdste vrouwenrollen uit de toneelliteratuur, Hedda Gabler van de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen. Ibsen schreef het gelijknamige stuk over een generaalsdochter die met een van de pistolen van haar vader zelfmoord pleegt in 1890, sindsdien is het nooit van het repertoire verdwenen. Regisseur Ivo van Hove bracht in 2006 Hedda Gabler uit bij Toneelgroep Amsterdam met Halina Reijn in de hoofdrol. In 2016 volgde een versie met Ruth Wilson bij het National Theatre in Londen. Bij die gelegenheid zei Wilson over haar rol: „Het ontbreekt Hedda aan de moed haar leven radicaal te veranderen.”

Nu speelt Smulders de titelheldin bij Theater Utrecht in de regie van Thibaud Delpeut. Ze vervolgt: „Met Hedda aan mijn hand loop ik langs afgronden, en ik ben blij dat het stuk verder gaat en dat ik niet te lang in de diepte kijk. Hedda is niet in staat het leven als compromis te aanvaarden. Ze voelt zich gevangen in een verstikkend huwelijk. Ik ben niet bekend met depressie, wel met paniek. Hoe moet je de volgende ademteug halen, hoe leef je een ‘gewone’ dag?

Hoe kom je, zoals Hedda, eenzame dagen en avonden door met een man van wie je niet houdt?”

Eigenlijk heeft Hedda Gabler alles: een huis, een man met vaste baan, ze is zwanger. Maar dat huis is voor haar een spookhuis. Huizen spelen in het werk van Ibsen (1828-1906) sowieso een belangrijke rol: zijn burgerlijke drama’s zijn gesitueerd in met donkere gordijnen afgesloten woningen. Het is dan ook niet toevallig dat de van origine Australische regisseur Simon Stone (32) voor Toneelgroep Amsterdam een nieuw toneelepos schrijft en regisseert dat hij Ibsen huis noemt. Stone verwierf bekendheid met een rigoureuze versie van De wilde eend en met een film waarvoor hij zich door ditzelfde stuk van Ibsen liet inspireren, The Daughter, uit 2015.

Bij Toneelgroep Amsterdam repeteert Stone aan het familie-epos met elf acteurs van het ensemble, onder wie Hans Kesting, Celia Nufaar, Aus Greidanus jr, Maria Kraakman en Janni Goslinga. Bij de presentatie van The Daughter was Stone destijds in Amsterdam en bij die gelegenheid lichtte hij vast een tipje van de sluier op over Ibsen huis: „De familie is voor mij de plek waar zich tragedies afspelen, waar trauma’s leven, waar generatie op generatie probeert voort te leven, al vonden er eerder gruwelijke gebeurtenissen plaats zoals incest, zelfmoord en financiële schandalen. De personages van Ibsen zijn aldoor dolend, ze zijn op drift. Kijk maar eens naar Hedda Gabler of de doodzieke jongen uit Spoken die bij zijn ouders wil sterven: ze zoeken vergeefs naar houvast.”

Dolend

Daar hebben we een treffend woord te pakken, ‘dolend’. In Ibsen huis put Stone uit verschillende drama’s van Ibsen, zoals Nora dat als ondertitel Een poppenhuis heeft, Spoken, Kleine Eyolf over een echtpaar dat hun kind verliest en vooral Bouwmeester Solness over een architect die het meisje Hilde op twaalfjarige leeftijd misbruikt en later door haar ter verantwoording wordt geroepen. Met de spelers van Toneelgroep Amsterdam las Stone deze stukken en schreef hij, soms tijdens het repetitieproces, de tekst. Daarbij maakte hij dankbaar gebruik van interpretaties, invallen, associaties en verhalen die de acteurs hem vertellen.

Zo is een stamboom ontstaan, compleet met biografieën, rondom Hans Kesting als de patriarch Cees Kerkman en Celia Nufaar als de oermoeder, gemodelleerd naar Ibsens Nora die ooit koos voor haar eigen leven en haar gezin in de steek liet.

Janni Goslinga als Caroline is in haar jeugd seksueel misbruikt, maar iedereen zwijgt over dit familiegeheim. „Mijn personage heeft haar leven lang rondgezworven en rondgedoold”, zegt Goslinga. „Ze was verslaafd geweest en weer afgekickt, een beschadigde vrouw. Op de dag van de begrafenis van haar vader probeert Caroline in het reine te komen met de trauma’s en open wonden die ze heeft opgelopen. In Stones woorden is deze familie disfunctioneel, een mijnenveld waaraan eigenlijk niemand ontsnapt. Voor Caroline geldt dat ze zich los zou willen wrikken van die behekste familie maar dat ze dat niet kan, ze wil ergens bij horen.

Als ze vraagt naar het misbruik uit haar verleden kijkt iedereen de andere kant uit of zegt: ‘Hoe kun je dat nu met zekerheid weten, je was een klein meisje toen.’”

Volgens Goslinga is Stone een „verhalenmachine” die Ibsens toneelteksten „rauw en modern” brengt. Goslinga: „Tijdens de lezing van de stukken is hij gretig naar wat wij, als acteurs, hem aanbieden. Hij wil alles weten en onthoudt alles. Als een van de spelers vertelt dat hij een achterneef heeft die seksueel een moeilijke relatie heeft, dan vraagt hij honderduit. Hoe dan, met wie, wat gebeurde er? Zo’n verhaal komt dan ergens terecht in de voorstelling. Stone slaat alles op.”

Niemand ontkomt aan de trauma’s van een familie: zo ziet Goslinga Ibsen huis. Ze zegt: „Vroeger dacht ik weleens oneerbiedig dat Ibsen heel erge bourgeoisdrama’s schreef, een ‘plottenbakker’. Nu begrijp ik meer dan ooit zijn meedogenloze eerlijkheid als het erom gaat hoe het verleden doorwerkt in het heden. Je kunt nooit onbevangen naar een stel kijken dat zich in een huwelijkscrisis bevindt of dat een rouwproces om een verloren kind doormaakt. Het kan bijna niet dat ze ongeschonden blijven, alles trilt mee, elke gebeurtenis van vroeger.”

In Ibsen Huis kan het huis ronddraaien en neemt het de spelers als in een draaikolk mee. Foto Jan Versweyveld

Tijdens een van de repetities blijkt wat Stone voor ogen staat: Huize Ibsen kan ronddraaien en neemt de spelers in een vloeiende beweging mee, als in een draaikolk. Het is het vakantiehuis van een eens gelukkige familie. Maar het is verwaarloosd en vervallen, de familie gedesintegreerd. Vroeger en nu wisselen elkaar af. Het epos omvat een grote tijdsspanne, van 1964 tot 2017.

Terwijl Stone vanuit het halfduister aanwijzing na aanwijzing geeft hoe de acteurs zich moeten bewegen in dit doolhofhuis ontstaat een indringende scène. Wanneer de broer van Caroline zegt dat het huis niemand iets goeds heeft gebracht, dat iedereen eraan kapot is gegaan, antwoordt zij: „Dat is niet waar, het is niet de schuld van het huis. Het is gebouwd voor ons geluk.”

Dit ronddraaiende huis, opgetrokken uit houten en metalen balken, lijkt een groot contrast tot het decor van Hedda Gabler bij Theater Utrecht dat uit niets anders bestaat dan een grote, lege zwarte vlakte. Maar op dezelfde manier is het verstikkend.

Regisseur Thibaud Delpeut (38) verklaart: „In onze visie lijdt Hedda aan narcisme. Ze kan de wereld van buiten niet in overeenstemming brengen met haar binnenwereld. Ze kan geen compromis sluiten. Als ze zich aanpast aan de buitenwereld, dan gaat ze daaraan vanbinnen kapot. Ze is op zoek naar een levenshouding waarin binnen- en buitenwereld met elkaar in harmonie zijn, maar dat lukt haar niet. Ze kan niet wat andere mensen kunnen: gewoon leven, een alledaags bestaan leiden. Ze wil de regisseur van haar eigen leven zijn, maar ook daarin faalt ze. Ze is een absolutist en daar heb ik bewondering voor: ze weigert zichzelf te verloochenen.”

Karina Smulders noemt dat lege zwarte decor waarin ze ronddwaalt „een plek waarin ze eindeloos valt, alsof Hedda in de afgrond verdwijnt”. Ze heeft er nog een mooi beeld voor, een „horrorbeeld”: „Hedda is als een ruimtevaarder in een sciencefictionfilm die losraakt van zijn capsule en vanaf dat moment weet dat hij eeuwig zal vallen, zal zweven, nooit meer de aarde raken. Hedda is in mijn visie een grootse vrouw, intelligent, maar ze raakt elk houvast kwijt dat voor andere mensen vanzelfsprekend is.

Niet alleen Hedda is voor mij een afgrond, je zou kunnen zeggen: Ibsen is een afgrond.

Zijn Hedda wil voldoen aan de verwachtingen van de andere personages, aan hun beeld. Maar juist daardoor raakt ze zichzelf kwijt.”

Regisseur Delpeut ziet de vrije val van Hedda net iets anders: „Het is alsof Hedda valt in een oneindig diepe fjord en zich probeert vast te klampen aan elke uitstekende rotspunt, elke kier. Ik zie deze versie van Hedda Gabler als een pleidooi voor de moed van mensen te leven zonder compromis.”

Hedda Gabler door Theater Utrecht. Première 3/3 Stadsschouwburg, Utrecht. Inl: theaterutrecht.nl
Ibsen huis door Toneelgroep Amsterdam. Première: 5/3 Stadsschouwburg, Amsterdam. Inl: tga.nl
    • Kester Freriks