Column

Heb jij al een goed verhaal op kantoor?

Er zijn heel veel kantoorclichés. Worden we daar nou beter van, vraagt zich wekelijks af.

Vroeger probeerde een bedrijf het beste product te maken tegen de beste prijs, tegenwoordig ben je dan hopeloos ouderwets. Want „de toekomst van succesvolle merken ligt in handen van storytellers”, zo las ik laatst op een managementblog.

Als ik het allemaal goed begrijp kan de hele afdeling sales met pensioen en hoef je alleen nog maar een paar kletsmajoors in dienst te nemen die „het verhaal van het merk” aan de klant vertellen. Er zijn op LinkedIn inmiddels meer storytellers dan scrum masters en er is zelfs een hoogleraar ‘narratieve communicatie’ benoemd aan de Radboud Universiteit. Als je mazzel hebt kan je zelfs „storyteers” in het wild tegenkomen. Dat zijn musketiers met een grote sabel op de heup en verhaaltjes in hun zadeltas.

Als je het niet gelooft moet je maar eens in je eigen bedrijf gaan luisteren. Ik doe dat zelf ook. Als kleuter ging ik al heel graag naar het voorleesuur in de bibliotheek, nu ga ik tijdens de lunch geregeld even met mijn bammetjes bij marketing zitten. Ik kom er met dezelfde rode wangen vandaan als vroeger. Want het zijn mooie verhalen hoor.

Laatst hoorde ik een chocolademerk storytellen waar hun chocola vandaan komt. Niet dat de chocola er beter door smaakte, maar man man man, wat een reis maken die bonen joh. Ik hoorde ook het persoonlijke verhaal achter de garnalenpellers die 18 uur per dag in gezellige sweatshops in Thailand de schubben van mijn garnalen doppen. En dat van de kinderen die met bloedende vingers gaten scheuren in mijn hippe spijkerbroek.

Of wacht, die laatste verhalen natuurlijk niet. Want het moet wel gezellig blijven bij storytelling. Het zijn altijd successtory’s. Ik ken wel ‘merken’ die het met „het eerlijke verhaal” hebben geprobeerd, ik denk nu aan een PvdA, maar horrorstory’s, dat is geen storytelling.

Er is ook sneue storytelling. Dat zijn de bedrijven die geen verhaal hebben, maar wel van hun storytellers moeten storytellen. Dan denk je halverwege: geef me dat desembrood nou maar, ik hoef er echt geen verhaal over liefde en passie bij. Of neem sollicitanten. Uren ben ik tegenwoordig kwijt aan jonge mensen die geen reet te vertellen hebben maar dat wel van hun coaches moeten. Daar krijg je volgens mij ook mensen van die hun cv bij elkaar gaan lopen verzinnen – omdat ze een story móéten hebben.

En er zijn maar weinig mensen die het écht kunnen hè, verhalen vertellen. Net zoals je op kantoor elke dag weer naar dezelfde uitgekauwde anekdotes moet luisteren, zo denk ik bij bedrijven ook vaak: dit verhaal zorgt helemaal niet voor „verbinding en draagvlak”, door dit verhaal ben ik juist afgehaakt. Of neem juist het omgekeerde. Ik noem een George Clooney. Geweldige storyteller. Maar voor je het weet zit je de rest van je leven koffie uit van die hysterisch kleine kopjes te drinken.

Maar het grootste probleem met storytelling is dat het allemaal zo lang duurt. Ik denk dat iedereen wel eens zo’n date heeft meegemaakt met een man die het de hele tijd over zichzelf had. Het Fidel Castro-effect, zeg maar. Dat heb ik ook met veel merken. Dan denk ik: doe een slogan, in plaats van een hele roman.

Natuurlijk weet ik dat een goed verhaal op het juiste moment een oplossing kan zijn. Waar ik echter een beetje bang voor ben bij storytelling, is dat we steeds op dezelfde verhaaltjes uitkomen. En dat we er écht niet langer en gelukkiger van gaan leven.

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked