Opinie

    • Frits Abrahams

De dichtende buschauffeur

Een dichtende buschauffeur die gelukkig samenwoont met zijn vriendin in een Amerikaanse provinciestad (Paterson) – het lijkt niet het recept voor een boeiende speelfilm. Er gebeurt weinig, het leven kabbelt, de hond wordt uitgelaten.

Toch heb ik me geen moment verveeld bij Paterson, de nieuwe speelfilm van Jim Jarmusch. Hij propt zijn films liever niet vol met actie en drama, hij wil de melancholie van het dagelijks leven laten zien. Kleine gebeurtenissen zijn vaak veelzeggender dan grote, je kunt er ook meer om lachen dan om huilen.

De buschauffeur grijpt naar de poëzie om de routine van zijn leven te onderbreken. Voor hem is het reflecteren belangrijker dan publiceren. Jarmusch laat hem gedichten schrijven en voorlezen. Echte gedichten, van de dichter Ron Padgett (74). Hij maakte ze voor deze film, behalve het mooiste gedicht, ‘Love Poem’, dat hij al in 1979 voor zijn vrouw schreef. Padgett hoorde in de jaren zestig bij de dichters van The New York School, die opviel met speelse, observerende poëzie. Hier volgt ‘Love Poem’.

We have plenty of matches in our house.

We keep them on hand always.

Currently our favourite brand is Ohio Blue Tip,

though we used to prefer Diamond Brand.

That was before we discovered Ohio Blue Tip matches.

They are excellently packaged, sturdy

little boxes with dark and light blue and white labels

with words lettered in the shape of a megaphone,

as if to say even louder to the world,

„Here is the most beautiful match in the world

its one-and-a-half inch soft pine stem capped

by a grainy dark purple head, so sober and furious

and stubbornly ready to burst into flame,

lighting, perhaps, the cigarette of the woman you love,

for the first time, and it was never really the same

after that. All this will we give you.”

That is what you gave me, I

become the cigarette and you the match, or I

the match and you the cigarette, blazing

with kisses that smoulder toward heaven.

Deze poëzie past volmaakt bij de film van Jarmusch. In een interview zei hij over zijn voorliefde voor de gedichten van The New York School: „Schrijf een gedicht voor een andere persoon, doe het niet voor de wereld. Neem jezelf niet te serieus. Laat humor toe. Hun gedichten zijn erg leuk en ook wel uitbundig. Waarom zou poëzie dat niet mogen zijn?”

Ook de dichtende chauffeur uit zijn film belichaamt een wat relativerender houding tegenover de poëzie. Zijn vriendin dringt op publicatie aan, maar hij houdt het af en zegt: „Het zijn maar woorden.”

Dat neemt niet weg dat Jarmusch dichters hoog heeft zitten. Ze doen het niet voor het geld, ze doen het voor de kunst, vindt hij. Dat geldt ook voor hem, denk ik.

„We hebben andere films nodig”, zegt hij. „Het gaat mij niet zozeer om de plot. Ik probeer een zen-achtige manier te vinden waarbij je in het moment zit en niet te veel denkt aan wat er daarna gebeurt.”

    • Frits Abrahams