Wie hangt nu nog een verkiezingsposter op?

Verkiezingsposters Het partij-affiche verdwijnt stilletjes uit het straatbeeld. Mensen associëren zich niet meer graag met partijen, of doen dat liever niet openlijk.

Foto Kees van de Veen

Nog twee weken voor de verkiezingen, maar in het straatbeeld is daar weinig van te merken. Er hangen weliswaar verkiezingsposters op gemeentelijke plakborden, maar de ramen van de huiskamers lijken leger dan ooit. In de dorpen en steden die NRC de afgelopen weken bezocht, was vrijwel nergens een affiche achter het raam te bekennen.

Wie hangt tegenwoordig nog een poster op? Vraag het de politieke partijen zelf en ze zeggen dat hun aanhang nog wél fanatiek plakkaten plakt. De partijen sturen hun leden nog steeds een raamposter op, tegelijk met het ledenmagazine. „Er is nog steeds vraag naar”, zegt CDA-campagneleider Hans Janssens. „Sterker nog: wij hebben voor al onze kandidaten een eigen poster laten drukken.” Met name in Friesland en Limburg doen die het goed, zegt hij. GroenLinks is een uitzondering: die partij verstuurt geen papieren magazine meer – en ook geen posters. Mensen kunnen hem nog wel via de website aanvragen. Dat gebeurde volgens een woordvoerder zo’n 30.000 keer, al is een deel van die posters niet voor achter het raam bestemd.

Vraag het bij lokale partijafdelingen, en dan krijg je te horen dat het raamaffiche met uitsterven wordt bedreigd. Neem een Brabantse gemeente als Asten. In een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 1998 werd Asten nog een „positieve uitzondering” genoemd als het gaat om raamposters. Er hingen destijds met name veel PvdA-affiches. Dat is „zichtbaar afgenomen”, erkent Erik van Rinsum, voorzitter van de plaatselijke PvdA-afdeling.

„Mensen willen die poster gewoon niet meer voor het raam hebben. Het lijkt wel alsof ze niet met ons geassocieerd willen worden.”

Afgenomen betrokkenheid

Het is een gevolg van de afgenomen politieke betrokkenheid, zegt Gerrit Voerman, directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. „Een bord in de tuin veronderstelt een sterke identificatie met een partij, maar die loyaliteit is afgenomen. Kiezers wisselen makkelijker van partij en ledenaantallen nemen verder af.” Nog maar 2 procent van de bevolking is lid van een politieke partij – een historisch dieptepunt.

Tijdens de verkiezingscampagne van 2012 signaleerden lokale kranten in Nijmegen, Arnhem en Zeeland ook al dat de raamposter aan het verdwijnen is. Zelfs gemeenteraadsleden bleken geen affiche meer voor het raam te hangen. Een van die raadsleden was PvdA’er Stijn Verbruggen uit Nijmegen. Dit jaar heeft hij weer geen poster voor de ruit. Is hij minder betrokken bij de PvdA? Nee, voor Verbruggen speelt vooral mee dat de polarisatie in de samenleving toeneemt.

„Er is steeds meer haat tegen aanhangers van partijen. Vanuit de PVV-hoek is veel weerzin tegen de PvdA en D66. Dat leidt ertoe dat je voorzichtiger wordt met het ophangen van zo’n poster.”

Datzelfde gevoel had D66-lid Kees Joosten, toen hij de raamposter van zijn partij kreeg toegestuurd. „Daar zat een oproepje bij: aarzel niet, hang hem gewoon op. Maar ik aarzelde wel. Zo’n poster maakt je zichtbaar, kwetsbaar. Dat merk je ook op Twitter: als je je uitspreekt, krijg je een hoop shit naar je hoofd.” Joosten, onderwijsconsultant, besloot de poster wél op te hangen. Hij kreeg nauwelijks reacties. „Behalve van mijn buren, die liepen te grappen: wat doe jíj nou?”

Hoogleraar Voerman wijst erop dat het politieke debat ook in de jaren zeventig sterk was gepolariseerd. Toen hingen er wél veel affiches. Het verschil is dat destijds het idee overheerste dat de politiek de samenleving kon veranderen. „Dat gevoel is grotendeels verdwenen. De politiek staat tegenwoordig niet in een al te best daglicht. Ook daardoor zullen mensen zich minder graag associëren met een partij.”

D66’er Joosten vreesde een beetje voor zijn veiligheid. „Als ik thuiskom, denk ik letterlijk: gelukkig zit er nog geen baksteen door mijn raam.” Dat zou niet de eerste keer zijn. Eind vorig jaar werd een verfbom gegooid tegen een Leids studentenhuis waar een vlag van Trump voor het raam hing. Een PVV’er uit Etten-Leur, die een poster van Wilders had opgehangen, kreeg in 2015 een steen door de ruit.

Lees ook het opiniestuk van Louis Stiller over verkiezingsposters: Kreten om meteen te vergeten

Ei op eenhoog

Om die reden hangt PVV-stemmer Denny uit Roosendaal bewust geen poster op terwijl hij dat wel zou willen (en daarom wil hij ook niet met zijn achternaam in de krant). „Ik heb twee kinderen en een vrouw. Ik moet er niet aan denken dat er een steen door het raam vliegt. Daar ben ik best wel bang voor.” Op zijn werk durft Denny wel te zeggen dat hij PVV stemt, maar een poster voor het raam gaat hem „net een stap te ver”. Hij vreest dat „Marokkaanse jochies tussen de 14 en 20” zich tegen de poster zullen keren als zij zijn huis passeren.

Maar óók een affiche van een minder controversiële partij als D66 kan leiden tot een tegenreactie, ondervond Gert Jan Geling, docent aan de Haagse Hogeschool. Nadat hij in de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen in 2015 een D66-poster had opgehangen, werd er een ei tegen zijn raam gegooid. „Ik was vooral verbaasd dat mensen de moeite hadden genomen een ei te halen en dat helemaal naar boven te gooien”, zegt hij. „Ik woon eenhoog.” De poster heeft hij laten hangen.

„Een ei is geen reden om niet te uiten waar je voor staat.”