Interview

‘We kunnen niet meer terug naar vroeger’

Pankaj Mishra

In zijn nieuwe boek verwerpt deze Brits-Indiase denker de mondiale woede van hen die een herstelde gemeenschap zonder immigratie en vol van onderlinge solidariteit willen. ‘We moeten de idealen van de moderniteit volgen en ervoor zorgen dat ze voor steeds meer mensen realiteit worden.’

Foto Manuel Vazquez

‘Omdat ik zelf geschrokken was”, zegt de Brits-Indiase essayist Pankaj Mishra, als ik hem vraag wat hem ertoe bracht Age of Anger te schrijven, zijn lange polemische en filosofische essay over de opkomst van extreem rechts overal ter wereld. „Twee jaar geleden werd Narendra Modi tot minister-president van India gekozen, een hindoe-fundamentalist en een man die welbeschouwd in de gevangenis hoort te zitten. Dit gebeurde in de grootste democratie ter wereld en we zagen het niet aankomen. Ik besefte dat de verwachting van vooruitgang en voortschrijdende emancipatie, die zo lang als vanzelfsprekend werd beschouwd, niet met de werkelijkheid strookte. Terwijl ik aan mijn boek werkte, vond de Brexit plaats, werd Trump gekozen en won extreem rechts steeds meer terrein in Europa.”

Ik spreek Mishra in zijn werkruimte in Noord-Londen. Hij is net terug uit Birma. Ook daar schrok hij. „Wanneer we radicale tendensen proberen te duiden, zijn we teveel gefixeerd op de islam. In Birma werken zelfs boeddhistische monniken mee aan de etnische zuivering van een minderheid.”

In uw boek spreekt u van ‘een mondiale burgeroorlog’. De oorzaak van het huidige onbehagen en ressentiment zoekt u in de wortels van de moderniteit zelf.

„Van begin af aan zat er een zekere spanning en tegenspraak in het idee van de emancipatie van het individu, die haar oorsprong vond aan het eind van de 18de eeuw. De zelfstandigheid van het individu, de geboorte van de mens als autonoom wezen, was een radicaal idee. Gelijkheid, vrijheid, individuele rechten, dat alles betekende een scherpe breuk met wat eraan vooraf ging. Al vanaf het begin was er kritiek, met name van Rousseau, die een samenleving zag ontstaan waarin het nog enkel draait om genadeloze competitie en zucht naar status en welvaart. In de 19de eeuw werd die spanning alleen maar groter en manifesteerde ze zich ook in de politiek. Er kwamen ideologieën op die deze tegenspraak wilden oplossen door middel van een nieuw soort samenhang te creëren, zoals het communisme en het nationalisme. Die tegenspraak hebben we nog altijd niet opgelost. Integendeel, de spanning is alleen maar toegenomen, want het idee van gelijkheid en individualisme is universeel geworden. Niemand leeft meer in een traditionele samenleving. We zijn allemaal modern geworden.”

Met alle heftige reacties van dien.

„Zeker, in mijn boek laat ik zien dat we onze eigen roerige, gewelddadige geschiedenis lijken te zijn vergeten. De moderniteit veroorzaakte vanaf het begin onbehagen en strijd. De huidige liberale democratie kwam tot stand na twee verschrikkelijke oorlogen, ze spreekt allesbehalve vanzelf. De vroegere opstandigheid tegen de moderniteit, met de Duitse romantici en de Russen in de 19de eeuw, heeft nu wereldwijd plaats. Bij uitstek bij mensen bij wie grote verwachtingen zijn gewekt, die niet zijn waargemaakt.”

Veel hedendaagse bewegingen staan in het teken van een terugkeer naar een meer traditionele orde.

„Zelfs Rousseau, die vanaf het begin felle kritiek had op het Verlichtingsproject, wist dat er geen weg terug was. Zij die naar vroeger verlangen, verliezen zich in sprookjes, ze dromen van een herstelde gemeenschap zonder immigratie, zonder vreemdelingen, een plek in hun verbeelding waar ze zich weer thuis kunnen voelen, vol van onderlinge solidariteit, zonder vervreemding. Maar dat is een fantasie, we kunnen niet terug, alleen maar vooruit. We moeten de idealen van de moderniteit volgen en ervoor zorgen dat ze voor steeds meer mensen realiteit worden.”

Is dat geen onmogelijke opgave, gezien de onvrede die deze idealen volgens u onvermijdelijk met zich meebrengen? Kunt u zich inleven in dat nieuwe verlangen naar herstel van gemeenschap?

„Zeker, ik heb een groot deel van mijn leven in een Indiaas dorp doorgebracht. Ik koester sympathie voor een gemeenschap waarin vrijheid niet verward wordt met technologische vooruitgang, globalisering en consumentisme. Maar al die dromen van terugkeer beschouw ik als betekenisloos, want wat je onherroepelijk krijgt is repressie. Kijk naar wat er gebeurde na de revolutie in Iran.”

Het agressieve nationalisme, schrijft u, benadrukt slechts de teloorgang van de natiestaat. Wat overblijft is ressentiment tegen hen die de verwezenlijking van de droom in de weg zitten.

„Het ideaal van individuele zelfbeschikking werd lang in toom gehouden door grote, maatschappelijke instituten, zoals de kerk of de vakbonden. Het project van de radicale moderniteit was ondergeschikt aan grotere sociale ordeningen. Uiteindelijk was dat vooral de natiestaat. Door het proces van globalisering werd ook die natiestaat ondermijnd – door de Europese integratie, de wereldwijde kapitaalstroom en immigratie. Het individu, dat wordt aangemoedigd om zichzelf te zien als een ondernemer op een markt, ziet zichzelf plotseling in een mondiale competitie verwikkeld, zonder begrenzing, zodat hij zijn baan kan kwijtraken aan iemand in China of Mexico. Men ervaart verlies van zeggenschap, voelt zich vernederd, door krachten die men niet kan overzien. Dat is de oorzaak van die wereldwijde epidemie van ressentiment. Er is onbehagen, ergernis en woede en men zoekt een zondebok.”

Komt die woede louter voort uit slachtofferschap? Is het vaak niet ook een excuus om ruim baan te geven aan een menselijke behoefte aan machtsvertoon, wreedheid en geweld?

„Geweld als existentiële behoefte speelt zeker een grote rol in de Europese geschiedenis. In het geval van de radicale islam is het ook onzinnig te veronderstellen dat men tot geweld overgaat vanwege een of andere hadith uit de 13de eeuw of een soera uit de Koran. Het gaat juist om een levensgevaarlijk soort individualisme. Die gefrustreerde jongeren, die zich in hun eigen omgeving klem gezet voelen, reizen naar een gebied waar alles is toegestaan, moord en doodslag, het verkrachten van 13-jarige meisjes, enzovoort. Dat is niet de islam, het is het afsterven van de islam, de ineenstorting van traditionele religie.”

Het ressentiment dat u beschrijft keert zich zonder uitzondering tegen de heersende elites, waar dan ook.

„Het komt niet als een verrassing dat mensen die zich het slachtoffer voelen van ongrijpbare krachten, die hun wereld radicaal op zijn kop zetten, overal ter wereld een arrogante elite verantwoordelijk houden, die vooral goed voor zichzelf lijkt te hebben gezorgd, niet alleen wat betreft welvaart, maar ook qua status en intellectueel kapitaal. Dat is alleen maar sterker geworden, omdat er tegenwoordig inderdaad een mondiale elite aan te wijzen valt, een incestueus netwerk van gelijkgestemden, die naar dezelfde universiteiten gaan en er hetzelfde wereldbeeld op na houden. Het doet er niet toe waar ze vandaan komen, Delhi of Taipei, men deelt dezelfde waarden, zoals die worden uitgedragen door het IMF, de Wereldbank, in handelsverdragen en regeringsbeleid.”

Hebben de elites zich niet ook het progressieve idealisme toegeëigend, zodat met hen de idealen van de Verlichting onder vuur zijn komen te liggen? Hypocrisie is het meest gehoorde verwijt.

„Stel je een vooruitstrevende ondernemer in India voor met voorbeeldige ideeën over homorechten, die vrouwen hoge posities in het bedrijfsleven gunt, maar tegelijkertijd, zonder ervoor uit te komen, gelooft in het kastenstelsel en zijn werknemers daardoor heel slecht behandelt, aangezien dat mag volgens de traditionele hiërarchie. Wanneer je daar het slachtoffer van bent, trek je onvermijdelijk de conclusie dat dat idealisme van je baas een vuige leugen is.

„En vergeet de intellectuelen niet. We zijn geneigd hen te zien als moedige mensen die de machtigen op aarde de waarheid durven zeggen. Maar een enkele uitzondering daargelaten zijn de meesten gewoon spreekbuis van de mondiale elite. Ik geef toe dat ik zelf ook een van hen ben, al blijf ik uit de buurt van Davos. Er is een zekere cultus rondom Barack Obama ontstaan, omdat hij in alles de vooruitstrevende idealen van de bestuurlijke elite leek te bevestigen, en bovendien de boeken las die in The New Yorker worden besproken, maar ik vrees dat de geschiedenis hard over hem zal oordelen. Voor mij belichaamt hij het neoliberalisme in zijn meest verleidelijke vorm, op smaak gebracht met een snufje multicultarisme.”

De moderniteit als eliteproject, dat lijkt het belangrijkste thema van uw boek. Uw getuige à charge, Rousseau, zag zijn vijand Voltaire als een denker die alleen om de eigen kring gaf.

„Het universalisme is vanaf het begin gecompromitteerd door uitsluiting. De mannen die in Amerika over vrijheid en het najagen van geluk spraken, hielden slaven. Voltaire zei dat dieren meer benul hadden dan zwarten. Als men het over de mens had, sloot men vaak expliciete categorieën uit. Vanwege zijn opvattingen over vrijheid van meningsuiting en tolerantie heeft men van Voltaire een idool gemaakt, zonder dat men kijkt naar de politiek die hij voorstond. Rousseau zag dat zijn ideeën slechts voor een kleine groep waren voorbehouden.”

Niemand ontkent dat. Maar je kunt denkers als Voltaire ook als kinderen van hun tijd beschouwen. Tegenwoordig lijkt er, zowel op links als op rechts, een neiging te bestaan het hele Verlichtingsdenken ongeldig te verklaren.

„We moeten het kind zeker niet met het badwater weggooien. Er is geen weg terug, dus het is zaak dat we onze ideeën over gelijkheid uitbreiden tot groepen die voorheen uitgesloten waren. We kunnen niet meer gerieflijk achterover leunen en de wereld aan ons voorbij laten gaan. Er zit een man in het Witte Huis die helemaal losgaat op iemand die op televisie of Twitter iets heeft gezegd wat hem niet bevalt, we weten niet wat hij gaat doen bij een echte geopolitieke crisis, of bij een aanslag. Democratie wordt steeds meer gezien als een legitimatie voor uitsluiting. We hebben de meerderheid, dus we doen wat we willen, ongeacht de rechten van minderheden. Het is aan ons om onze stem te verheffen en van onderaf duidelijk te maken wat democratie werkelijk zou moeten zijn.”