Commentaar

Toekomst van voetbal kan niet zonder haviksogen en videoarbiters

Voetbaltechnologie

Een haviksoog was zondag beslissend in de voetbalwedstrijd Feyenoord-PSV en heeft mogelijk doorslaggevende invloed op de vraag welke club dit jaar de landstitel verovert. Waarschijnlijk Feyenoord, misschien Ajax. PSV vrijwel zeker niet.

Het Hawk-Eye-systeem zag wat met mensenogen, waaronder die van scheidsrechter Bas Nijenhuis en zijn assistenten, onmogelijk was waar te nemen: de bal had de doellijn van PSV met pakweg één millimeter overschreden en voldeed zo aan het criterium dat voor een doelpunt geldt: de bal moet in zijn geheel over de lijn zijn geweest.

Zelfs de televisiebeelden gaven geen uitsluitsel, ook niet in herhaling. Maar de ‘havik’ had gezien hoe PSV-doelman Jeroen Zoet een fatale fout maakte door de bal, die hij op de lijn had gestopt, iets naar zich toe te halen. Eén millimeter te veel. Toen meldde het signaal op het speciale horloge van de scheidsrechter: doelpunt. 2-1 voor Feyenoord. Ook tv-kijkers konden de millimeter daarna zien.

De PSV’ers konden het niet geloven, ook niet toen Nijhuis maar bleef wijzen op zijn horloge, en dat was niet om aan te geven dat de goal in de 82ste minuut was gevallen. Ook ‘vierde man’ Ed Janssen liet PSV-coach Phillip Cocu ter bevestiging van de arbitrale beslissing op zijn horloge meekijken. Het deed de protesten van PSV-spelers niet verstommen: zij geloofden hun eigen ogen, niet die van de havik. De hulp van geavanceerde visuele hulpmiddelen leidt er dus niet per definitie toe dat arbitrale beslissingen zonder gemor worden aanvaard, hetgeen wel een van de bedoelingen daarvan is.

Zonder het Hawk-Eye-systeem zou het doelpunt niet zijn toegekend, hoezeer dat ook een uiteindelijk gerechtvaardigd besluit was. Op het ogenblik is in Nederland maar in één voetbalstadion deze doellijntechnologie beschikbaar: de Kuip in Rotterdam, door de KNVB aangewezen. Het systeem, dat bij belangrijke tenniswedstrijden al jarenlang zijn nut bewijst (was de bal in of uit?), ontbreekt bij de andere voetbalvelden.

Eerder dit voetbalseizoen is er met ‘videoarbitrage’ proefgedraaid bij diverse bekerwedstrijden. Met behulp van videobeelden kan een scheidsrechter zo, desgewenst, bepalen of hij een strafschop wel of niet terecht had toegekend, of dat er bij een doelpunt toch sprake was van buitenspel. Ook dit systeem heeft zijn nut bewezen.

Bij voetbalwedstrijden staan niet alleen sportieve, maar soms ook grote financiële belangen op het spel. Haviksogen en videoscheidsrechters, hoewel kostbaar, verdienen daarom een plek in alle stadions waar het voetbal voor vele duizenden ogen als beroep wordt uitgeoefend.