‘Tegen ons spreken ze met bulldozers’

Israël Palestijnen protesteren tegen ongelijke behandeling als het gaat om illegaal bouwen.

Israëlische jongens staan op de resten van de huizen die zijn ontmanteld door Israëlische bulldozers Israeli bulldozers in Qalansuwa. Foto Ammar Awad/REUTERS

Ineens rolden er in de vroege ochtend van dinsdag 10 januari bulldozers het stadje binnen, vergezeld van zwaarbewapende ordetroepen. De inwoners belden hun burgemeester: wist hij misschien wat er aan de hand was? Maar Abdelbasset Salameh, een vijftiger die een leren jasje over zijn overhemd draagt, wist het ook niet.

Qalansuwa, een slaperig Palestijns plaatsje in Midden-Israël, staat niet bekend als bolwerk van extremisten. De bulldozers bleken het gemunt te hebben op elf huizen aan de rand van de stad. Ze waren illegaal gebouwd, en dus moesten ze tegen de vlakte.

Begin februari nam de Knesset een wet aan die illegale buitenposten bij Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever achteraf alsnog legaliseert. Deze wet kreeg scherpe (internationale) kritiek, omdat Israël hiermee wettelijk diefstal zou toestaan.

Bij de Palestijnen in Israël wordt sinds enkele maanden juist strenger opgetreden tegen illegale constructies. Daar zijn ze buitengewoon kwaad over: het zou vrijwel onmogelijk zijn voor Palestijnen om bouwvergunningen te bemachtigen.

Palestijnse dorpen en steden in Israël lijden onder een gebrek aan planning, zegt Cesar Yeudkin van de Israëlische ngo Bimkom, die strijdt voor democratie en mensenrechten op het gebied van ruimtelijke ordening.

„Er zijn doorgaans geen masterplannen voor de ruimtelijke ordening. En zonder masterplan geen bouwvergunning. Daarom gaan sommige inwoners ertoe over om illegaal te bouwen. Niet omdat ze dat willen, maar omdat ze niet anders kunnen.”

De gemeente kan evenmin in huisvesting voorzien, zegt stadsplanner Nadi Tayeh (61) van Qalansuwa. In een rommelig kantoortje op het gemeentehuis vouwt hij een grote kaart van het stadje uit. Strak om de bebouwde kom is er een gele lijn getrokken. Buiten die lijn, zegt Tayeh, mogen van de landelijke overheid geen nieuwe huizen worden gebouwd.

Net als hun Joodse landgenotes krijgen de Palestijnse inwoonsters van Israël gemiddeld iets meer dan drie kinderen per persoon. Waar moet Qalansuwa die natuurlijke aanwas huisvesten? De elf gesloopte huizen waren net over de gele lijn op de kaart van Tayeh gebouwd.

Volgens burgemeester Salameh van Qalansuwa zijn er maar liefst 50.000 gebouwen in de Palestijnse sector in Israël die met sloop worden bedreigd. Tot nu toe kon vernieling meestal worden afgewend door een boete van enkele duizenden euro’s te betalen. Of er waren op z’n minst dertig dagen om de sloop aan te vechten bij de rechtbank. In dit geval kwam het sloopbevel slechts twee dagen van tevoren. En de bewoners moeten zelf de sloopkosten betalen.

‘Criminelen’

De Palestijnse gemeenschap is ook boos over de gang van zaken in Amona. Deze buitenpost bij een illegale Joodse nederzetting op de Westelijke Jordaanoever werd in februari ontmanteld, omdat hij op privégrond van Palestijnse boeren was gebouwd.

In tegenstelling tot de Palestijnen in Israël hoefden de Joodse bewoners van Amona niet te betalen voor de sloop. Zij werden juist gecompenseerd: Israël stelde 33 miljoen euro ter beschikking aan de 42 getroffen gezinnen. Ook duurde het geen twee dagen, maar ruim twee jaar voordat het gerechtelijke sloopbevel werd uitgevoerd.

Vergeet niet, zegt inwoner van Qalansuwa en sociaal activist Thabet Abu Rass, dat het in Amona ging om criminelen die op het land van een ander hadden gebouwd. „Bij ons waren het gewone burgers die op hun eigen land bouwden.”

Palestijnen uit Silwad kijk naar Amona nadat het was ontmanteld. Foto Abbas Momani/AFP

Om plaats te maken voor een nieuw Joods dorp moest in januari ook Umm al-Hiran, een Bedoeïenengehucht zonder water of elektriciteit in de zuidelijke Negev-woestijn, tegen de grond. Bij de ontruiming kwamen een dorpsbewoner en een Israëlische politieagent om.

Abu Rass:

,,De Negev beslaat ruim 60 procent van het Israëlische grondoppervlak. Was er echt geen andere plek waar ze dat Joodse plaatsje konden bouwen? Dit komt neer op etnische zuivering van Bedoeïenen.”

Minister Galant (Huisvesting) wil de Bedoeïenen ‘urbaniseren’. Terwijl Joden wel in een kibboets mogen wonen, zegt Abu Rass. „Waarom krijgen ze geen water of elektriciteit? Eén kilometer verderop woont een Jood die een hondenbegraafplaats runt. Die is wel overal op aangesloten.”

Volgens Nili Baruch van de ngo Bimkom was er in 2010 een plan om het niet-erkende Umm al-Hiran te legaliseren, maar werd dit persoonlijk tegengehouden door premier Netanyahu. Het land in kwestie zou „gevoelig en zeer waardevol in termen van milieu en landschap” zijn. Dit weerhield het bureau van de premier er niet van om enkele jaren later de bebouwing van dit gevoelige landschap alsnog toe te staan – voor Joden, weliswaar.

„De Joden en de Palestijnen strijden om hetzelfde land”, zegt Abu Rass.

„Maar er is één verschil: er zitten nauwelijks Palestijnen in de planningscommissies. Dus de Joden bepalen.”

Het ministerie van Volkshuisvesting erop dat er in 2016 met 56 Palestijnse gemeenten een overeenkomst is gesloten over economische ontwikkeling, voor ruim 350 miljoen euro. Volgens een ministeriële woordvoerder komen er tienduizenden huizen voor de Palestijnse bevolkingsgroep bij.

Kort na de sloop van de elf huizen kreeg Qalansuwa, na veertien jaar steggelen, een masterplan. Burgemeester Salameh is niet tevreden. Er wordt gemarchandeerd, vindt hij. „Als Joden de regels overtreden, wordt er eerst met ze gepraat. Bij ons zijn het de bulldozers en ordetroepen die spreken.”